Boudewijn I

Graaf Boudewijn I van Vlaanderen ( met den ijzeren arm)     

°840 – 879

Markgraaf van 862 tot 879 (een mark bestaat uit verschillende graafschappen waarover de markgraaf toezicht hield) . Uit alle verzamelde geschiedkundige bronnen kunnen we vaststellen dat Boudewijn I reeds voor 862 graaf van Vlaanderen en van Waas en van de gouwen Gent en Mempiscus zou kunnen geweest zijn. Het beheer van deze graafschappen gebeurde vanuit Brugge.

Traditioneel zou Boudewijn I de zoon zijn van Odoaker, o.a. markgraaf en forestier van de Vlaanderengouw (West-Vlaanderen en het deel Frans-Vlaanderen aan Frankrijk geschonken sinds de Vrede van Nijmegen (1678)). Op zijn beurt was Odoaker de zoon van Ingelram van Vlaanderen, sinds 817 forestier (woudmeester) van de Vlaamse Gouw. De forestiers lagen aan de basis van het latere graafschap Vlaanderen.

Boudewijn I was gouwgraaf over o.a. Gent, Waas en wellicht ook Vlaanderen.

Vlaanderen was in de 9e eeuw niet meer dan een smalle strook land langsheen de kuststreek tussen de IJzer en het Zwin. Gans het land was toen nog onderverdeeld in gouwen, kleine administratieve onderverdelingen door een gouwgraaf beheerd. Deze oefenden het gezag uit in naam van de koning. Het latere grondgebied van het graafschap Vlaanderen telde zo’n 12 gouwen.

Boudewijn kon door tussenkomst van de Paus huwen met Judith van West-Francië, dochter van Karel de Kale (823-877) en gemalin van de koning vanwege haar eerste huwelijk in 856 op 12-jarige leeftijd met koning Aethelwulf van Wessex.

Na de dood van koning Aethewulf in 858 trouwde ze op 14-jarige leeftijd met haar stiefzoon, waarbij na zijn dood in 860 het huwelijk nietig werd verklaard wegens zogezegde bloedverwantschap. Vluchtte daarna met Boudewijn I door Europa om uiteindelijk door de Paus verzoend te worden met haar vader. In 863 volgde het huwelijk en werd Boudewijn I zo gouwgraaf van West-Francië naast zijn functie als ambtenaar van de Franse koning.

Boudewijn I was een succesvol bestuurder. Door versterkingen rondom Arras, Gent en Brugge slaagde hij erin een einde te maken aan de invallen van de Noormannen.

Door het verenigen van enkele gouwen tussen de Noordzee en de Schelde creëerde hij een territoriale basis voor het graafschap Vlaanderen.

Boudewijn I was waarschijnlijk Graaf-Abt over de St.-Pietersabdij die hij ook rijkelijk bevoordeelde.

De legende van het Beertje van de Loge

In de streek rond Brugge maakte een forse, witte beer de omgeving onveilig. Wie zich buiten de muren van de stad begaf liep het risico door deze beer te worden aangevallen.

Toen Boudewijn en Judith zich in de bossen waagden werden zij aangevallen door een reusachtige witte beer (wit van sneeuw), volgens de legende “de oudste bewoner van Brugge”.

Hierbij rechtte de beer zich op zijn achterste poten en steunde met zijn rug tegen een boom klaar om  de aanval in te zetten. Boudewijn nam vlug zijn lans en spieste de beer tegen de boom vast.  Ongeloof bij de omstaanders die het gebeuren vol lof rondvertelden waardoor Boudewijn zijn naam van “ijzeren arm” verkreeg.

De rechtopstaande beer is sindsdien het zinnebeeld van de grafelijke stad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s