Karel VI

°1-10-1685 – †20-10-1740

Graaf van Vlaanderen – Rooms-Duitse Keizer

Koning van Bohemen (Karel II)

Koning van Hongarije en Kroatië (Karel III)

Aartshertog van Oostenrijk

Vanaf 1714 was Aartshertog Karel onze nieuwe vorst die zich daardoor Keizer Karel VI mocht noemen. Door de Vrede van Utrecht dd. 1713 vielen de Zuidelijke Nederlanden nu onder de Habsburgse tak.

GentMaria-TheresiaDeOostenrijkseNederlanden1H&VDelobelH.bmpKarel VI bleef steeds in eigen land (Oostenrijk). Een landvoogd bestuurde de Zuidelijke Nederlanden. In eerste instantie Eugenius van Savoye. Aangezien hij niet voldeed werd markgraaf De Prié aangesteld.

Gent leefde in armoede en grote hongersnood. De opeenvolging van oorlogen was zowel op sociaal vlak als op economisch vlak een ramp.

Tijdens het bewind van Karel VI bleef de Schelde echter gesloten tot nut van de Noordelijke Nederlanden. Daarboven genoten ze van een vernieuwd Barrièretractaat uit 1715 om op acht plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden garnizoenen te voorzien die grotendeels door de Zuidelijke Nederlanden werden gefinancierd. Dit om invallen langs Franse zijde af te slaan.

De oprichting van de “Keizerlijke Indische Compagnie van Oostenrijk” op 19 december 1722 verlegde de havenactiviteiten van het werkloze Antwerpen naar Oostende. Een handel met het Oosten (China, India) werd opgestart.

Karel VI verwierf vooral bekendheid voor zijn strijd naar erkenning van vrouwelijke troonopvolgers vastgelegd in de “Pragmatieke Sanctie” dd. 1713. Mede hij enkel een vrouwelijke troonopvolger had. Deze maatregel had wel nog de goedkeuring nodig van de Hollandse en Engelse voogden  van der Zuidelijke Nederlanden.

Op 18 oktober 1717 laat Markies van Prié, gouverneur der Nederlanden, Keizer Karel VI erkennen als Graaf van Vlaanderen.

Gent herstelde zich en zou terug het Europees centrum voor de kant- en lakennijverheid worden. De vlasteelt was in opmars. Op 31 oktober 1725 richtte men de Kamer van Koophandel op. Het Pakhuis op de Korenmarkt werd gerealiseerd.

Het succes van de handel met het Oosten was ook de voogden niet ontgaan. Zij erkenden de “Pragmatieke Sanctie” enkel bij stopzetting van de “Keizerlijke Indische Compagnie van Oostenrijk”. En Keizer Karel VI gaf toe.

De “Pragmatieke Sanctie” zou bij zijn dood in 1740 aanleiding zijn  tot de Oostenrijkse Successieoorlog dat bij de ondertekening van het “Verdrag van Aken” in 1748 een einde zal kennen met de aanvaarding van zijn dochter Maria Theresia van Oostenrijk als opvolgster.