Bargie

gentbargeeddylevis-1

Bargie – Eddy Levis (Fb)

Na het graven van de Brugsevaart tussen 1613 tot 1624, bekostigd door de Staten van Vlaanderen en gesubsidieerd door Aartshertog Albrecht en Aartshertogin Isabella, moesten deze werken opbrengen. Daarop bedachten leden van de Staten van Vlaanderen weelderige trekschuiten die elke dag vertrokken uit Gent en Brugge.

Capture d’écran (977)

Een eerste aanbesteding dd. mei 1623 was aanleiding tot het in vaart nemen van 2 bargies die in 1624 hun nut mochten bewijzen. Deze trekschuiten waren 17.5 m lang, 3.9 m breed en 2 m hoog. De boten waren uitgerust met een eetzaal voorzien van keuken, buffet en toilet voor de passagiers. Voor de leden van de Staten van Vlaanderen was achteraan  het schip een aparte, beklede ruimte voorzien. Jacques Nevejans was de scheepsbouwer van dienst.

gentboottrekkersnoelpiensfb

boottrekkers – Noël Piens – Fb

De bargies uit 1781 waren 25 m lang, 5 m breed en 2.5 m hoog. Deze waren voorzien van meer luxe met volledig uitgeruste keuken, schotelhuis, bier- en ijskelder, bottelrij en toiletkamer. Vele details stonden beschreven als de dikte van de planken voor de boeg, het smeedwerk en het beeldhouwwerk. Door de onderlinge concurrentiestrijd tussen de scheepsbouwers kon de prijs tot bijna de helft doen halveren.

gentbargieantoondeloof

De Bargie – Antoon de Loof (Fb)

Verschillende van die trekschuiten voeren tussen Gent en Brugge. De reistijd bedroeg ongeveer 8 uren. Paarden trokken de schuit maar bij gunstige wind was er de mogelijkheid tot zeilen.

In Gent refereert de Bargiebrug aan de Brugsepoort naar de aanleg van de barges aldaar. In Brugge was dat tot 1784 aan het Minnewater. Hinder van overbrugging deed de aanlegplaats verleggen naar de Katlijnepoort.

Capture d’écran (3160)

Eén van de bargiën of trekschuiten die Gent met Brugge verbond wordt op 7 april 1787 openbaar en per delen verkocht.

In 1860 was er nog dagelijks een nachtbargie van Gent naar Brugge en vice versa, die vertrok om tien uur ’s avonds. Op dinsdag en vrijdag voer er een bargie naar Zelzate die aan de Muidebrug vertrok. Aan het Koornmetershuis op de Graslei vertrok wekelijks een bargie over St.-Kruis Winkel, Wachtebeke, Moerbeke naar Stekene. Verder voeren nog een reeks marktschepen en was er een dienst van beurtschepen op Antwerpen, Brussel, Kortrijk, Rijsel, Duinkerke, Ieperen, Diksmuide, Doornik, Amsterdam, Rotterdam. Al die beurtschepen laadden en losten op de Koornlei. In 1860 was het beslist nog erg druk op de Gentse binnenhaven.

De bargiën hebben drie eeuwen lang, tot oktober 1908, hun reizigers verwend. Zij golden algemeen als de mooiste, gezelligste en meest comfortabele trekschuiten van Europa.

Toen het treinverkeer toenam nam het belang van de bargies af. De begoeden waren minder te vinden voor een tochtje met de boot en namen in toenemende mate de trein.

GEVRAAGD: KOK VOOR DE BARGE

Capture d’écran (2707)Bij het doorpluizen van de grafstenen van de Sint-Niklaaskerk te Gent viel het oog op een bijzondere grafsteen. Het was een ruitvormige witte steen nabij de “Vontkapelle” of doopkapel. Toen in november 1868 de inventaris van de grafstenen werd afgesloten was deze steen niet meer te vinden. Hij kwam wel voor in een eerder opgemaakte inventaris uit 1835 die in zijn geheel werd opgenomen in deze van 1868.

Het is de grafsteen van Pieter De Jagher, die gedurende 7 jaren kok was op de “Barge van Gent” op Brugge. Hij overleed toen hij pas 27 jaar was. Hij was dus op zijn 20ste reeds werkzaam als kok op het beurtschip, wat mijn inziens zeer jong is en wijst op een uitzonderlijk talent. Want de barge was toen wereldberoemd om zijn uitzonderlijke keuken. En velen, ook koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders maakten speciaal de tocht om het goede eten, vergezeld van allerlei comfort.

Hoogstwaarschijnlijk maakte hij in 1749 het eten klaar voor de Gouverneur-Generaal van de Oostenrijkse Nederlanden, de populaire Karel van Lorreinen, die in dat jaar zijn eerste bargereismaakte .In 1752 en 1756 deed hij het plezierreisje nog eens over. In 1752 zal hij niet meer hebben kunnen genieten van de kookkunst van Pieter De Jagher aangezien deze overleed de 2e maart en de landvoogd maar pas op 7 september onze stad aandeed.

Dat het beroep van kok op de barge wel hoog in aanzien stond blijkt uit het feit dat hij in de Sint-Niklaaskerk kon begraven worden tussen edellieden met 8 kwartieren in hun stamboom en andere belangrijke personen uit de ambtelijke, gerechtelijke, financiële en commerciële wereld. Ook zijn voorganger is ons bekend. Het was Pieter Muylaert en hij verdiende jaarlijks 20 ponden grooten Vlaamsch. Hiernaast ziet men de volledige tekst zoals die voorkwam op de grafsteen.

——————–

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1978 – Vol7 N°4

Ghendtsche Tydinghen 1998 – Vol27 N°4

Ghendtsche Tydinghen 1999 – Vol28 N°6