’t Rolleken

In ’t rolleke steken, eertijds bekend als verblijfplaats voor nachtridders en studenten die het iets te bont hadden gemaakt.

Capture d’écran (1163)

De geschiedenis van ’t Rolleken heeft zijn roots in het gebouw van kunst- en antiekveiling St.-John gelegen “Bij St.-Jacobs”. In deze gewezen kerk alwaar de straat Nieuwpoort aanvang neemt was het in 1191 opgerichte St.-Janshospitaal en Gasthuis, ook gekend als St.-Jan in d’Olie of Huis van St.-Jan ten Dullen, gevestigd. Volgens Sanderus het eerste hospitaal Gent rijk.

In 1835 stichtte Kanunnik Triest een vierde congregatie (kloostergemeenschap) nl. de Zusters Kindsheid Jesu. Als directeur van het bureau der vondelingen en verlaten kinderen constateerde hij onvoldoende gezinnen die bereid waren kinderen op te nemen in hun familie voor zorg en opvoeding. In het vroegere “dolhuis” Sint-Jan Ten Dullen is toen, onder leiding van Eerste Overste zuster Joanna-Catherina Van Uytfanghe en Bendedictus De Decker van Zele, op 15 oktober 1835 gestart met een zorgcentrum dat onder het volk reeds vlug ’t Rolleke werd genoemd.

Het was voornamelijk de aanhechting bij Frankrijk wat maakte dat ter bestrijding van het te vinden leggen van boorlingen de wet van 27 van Frimaire an V (17 dec 1796) een inrichting voor opvang van ongewenste baby’s verplicht maakte. Het duurde echter tot 1820 vooraleer de achterbouw van St.-Jan Ten Dullen alias St.-Jan in d’Olie, gelegen aan de Schaapmarkt, hiervoor geschikt was gevonden. In de buitenmuur was een rechthoekige opening waar door middel van een centrale as een houten cilinder naar buiten kon gedraaid worden.  Ter info: Rome is de eerste stad geweest voor het reglementeren van het te vinden leggen van boorlingen waarbij het systeem van de rol is toegepast.

Te Gent was er een eerste melding van een vondelinge begin 15e eeuw.  In een bron staat beschreven: “aen eenen aermen wive” een tegemoetkoming van 5 schellingen te betalen omdat “sy eenen vondelinghe” ter verpleging had aangenomen. Maar het te vinden leggen van pasgeboren kinderen is van alle tijde. Bij voorkeur op kerkdrempels, in kerkportalen, op kerkhoven, aan het stadhuis of op andere openbare plaatsen. Doch door kou of honger kon men een boorling wel eens levensloos aantreffen vooraleer te worden opgemerkt om verzorgd en opgevoed te worden.

’t Rolleke was een draaiend beschot waar (on)gewenste boorlingen werden ingelegd om toevertrouwd te worden  aan de Zusters van de Orde der Kindsheid van Jezus. Ook werd er gesproken over een schuif (Frans: tour)  De mama of ouders die het zich niet konden permitteren een kind op te voeden scheurde een speelkaart in twee en voegden een deel bij de baby in de hoop later, wanneer de middelen voorhanden waren, hun kind opnieuw in de armen te sluiten door het passend ontbrekende deel van de kaart aan de zusters te overhandigen in ruil voor hun kind.

’t Rolleke was eveneens een tijdelijke slaap- en opvangplaats voor dronkaards en ordeverstoorders binnen de oude stadsgevangenis de “Mammelokker” aan het Belfort. Op 13 februari 1902 verhuisde deze “opvang” naar de oude lokalen van het vondelingengesticht . Zo was het zelfs mogelijk er gratis te overnachten, max. 3 nachten, in een ruimte voorzien voor vrouwen ofwel in een ruimte voorzien voor mannen. Op 6 juni 1978 sloot deze instelling de deuren.

———————

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 15 novembre 1992 – 21e jaargang nr.6

Ghendtsche Tydinghen 15 september 1995 – 24e jaargang nr.5