Nieuwewandeling

Deze benaming ontstond  in de 18de eeuw. Bij het ontmantelen van de versterkte stad op last van Jozef II in 1782 verdwenen de Ekkergemse vesten en meer bepaald de 3 bolwerken aldaar: Einde Were, Einde Mueren en Hembyse. Langs de rechtgetrokken stadsvest ontstond zo een dreef met 5 rijen bomen  die men de “nieuwe wandeling” noemde.

De “oude wandeling” was deze langs de in 1750 gegraven Coupure waar men ’s zondags kwam flaneren. Op de plaats van de verdwenen bolwerken verrezen nieuwe constructies zoals in 1777 de katoenfabriek van Judocus Clemmen en een windmolen.

Zoals J.J. Steyaert het beschrijft in zijn “Beknopte beschrijving van Gent – 1847:

De Nieuwe Wandeling strekt zich uit van bij de Brugse poort tot ’t Einde Were, dat is tot aan het einde van de verweer- of verdedigingswerken. Deze wandelweg is gemaakt van de stadswal, gekend als de “Veste van Hembyse”, omdat hij die in 1578 deed herstellen in staat van verwering.

De gilde van St-Joris of der schutters met de kruisboog, had vroeger zijn oefenplaats op het Bijlokeplein, vervolgens in de herberg de Koornbloem en heeft die nu (1847) in de Nieuwe Wandeling over de stadsgracht op een meers. Daar heeft deze confrerie in 1846 een fraai gebouw tot vergaderzaal gesticht en daarbij een park tot wandelplaats aangelegd.

De Brugsche poort, zo genoemd omdat deze weg leidt naar de stad Brugge, was daarvoor lang gekend als de “Brugsche Walpoort”. Zij werd in de 13e eeuw gesticht om vervolgens in 1486 , 1581 en 1657 herbouwd te worden . Het wachthuis daarnaast staat er sedert 1812.

In Gent bestond de 16de-eeuwse gebastioneerde omwalling (1577) uit een driehoekige vorm omsloten door de huidige kleine verkeersring, circa 1860 aangelegd op de gedempte stadswallen. Deze afbakening omvat in het noorden de wijk Muide, in het oosten het gebied aan het Handelsdok en de Visserij tot aan de Keizerpoort, in het zuiden de boulevards tussen de Sint-Lievens-, Heuver- en Kortrijkse Poort, in het westen die van Einde Were, Nieuwe Wandeling, Begijnhoflaan, Opgeëistenlaan en Blaisantvest. Ze vormen de binnengrenzen van het huidige inventarisgebied.

In 1578 reeds, met de definitieve aanhechting van het Vrije van Gent of zogenaamde “Banmijl” tot aan de Rietgracht, vermeerderde het administratieve grondgebied van de stad aanzienlijk. Deze Rietgracht, in de loop van de 13de eeuw gegraven als grenslijn van het rechtsgebied van de stad, werd door de Karolijnse Concessie van 1540 definitief vastgelegd en omsloot enkele landelijke gehuchten (onder meer Ekkergem, Rooigem, Meulestede), weilanden en zogenaamde inundatiegebieden ten westen, noordwesten en noordoosten van de omwalling (zie plan van Hondius, 1641).

In de 17de eeuw werden wel nieuwe supplementaire versterkingen aangebracht aan de binnenstad voornamelijk tegen de herhaalde aanvallen van Lodewijk XIV. In 1671 werd de weinig beschutte zuidzijde versterkt met het fort Monterrey (tussen de Leie en Nederschelde). Het was een vooruitgeschoven bastion in hoornwerk. Ook de voorgeborchten aan de Brugse-, Antwerpse- en Kortrijkse Poort werden van eigen bastions voorzien evenals de Muide en Meulestede, zodat deze wijken volledig binnen de versterkingen kwamen. Daar vinden we dan ook de oudste stedelijke bebouwing van het gebied.

Onder Jozef II (1781) begon de ontmanteling van de binnenstad en werden de versterkte poorten afgebroken. Ze werden wel onder het Franse regime van Napoleon vervangen door hekken met octrooi-huisjes voor het innen van de tol. Met de afschaffing van het Ancien Regime (1795) werden alle kerkelijke goederen, dus ook die van de voormalige Sint-Baafsabdij en de Sint-Pietersabdij afgeschaft. Sint-Baafs- en Sint-Pietersdorp (binnen en buiten de muren) kwamen hierdoor onder het gezag van de stad. 

In 1782 verdwenen de bolwerken of vestingen van Hembyze uit vierde kwart 16de eeuw aan de stadswal gelegen achter de Leie. Kort nadien ontstond aldaar een promenade die in 1799 het eerst vermeld wordt.

Halverwege de Nieuwewandeling werd in 1859-1861 de “Rijksgevangenis” opgetrokken, waarvan de omheiningsmuur in het oosten parallel en op een afstand van acht meter werd gebouwd van de muur van het Rasphuis, gevangenis die in 1772-1775 opgetrokken werd aan de Coupure.

Halverwege de Nieuwewandeling bouwde de overheid in 1859-1861 een hulpgevangenis achter  de Centrale Gevangenis op de Coupure. Architect Francis Derré (1826-1888) haalde zijn inspiratie voor deze “Maison de Sûreté Civile et Militaire Cellulaire” in de gevangenis van Pettonville bij Londen. Het complex is ingeplant op een terrein met de vorm van een onregelmatige negenhoek, afgebakend met een rondgang voor de bewaking.

79 Gevangenis Nieuwe Wandeling

De Nieuwewandeling onderging een grondige renovatie vanaf 1972 met respect voor  de oorspronkelijke bouwstijl van dit monumentale gebouw. De laatste kloosterzusters-cipiers, gemiddeld 70 jaar oud waren, vertrokken begin 1984. Hun congregatie (de zusters van Champion) had precies 150 jaar dienst gedaan op de vrouwenafdeling.

Aanvankelijk fungeerde de Nieuwewandeling als hulpgevangenis van haar grotere broer, het tuchthuis aan de Coupure. Wie meer wil weten over dit gebouw kan terecht in het boek “150 jaar Nieuwewandeling Gevangenis Gent (1862-2012), uitgeverij Snoeck, 2011, 224 blz., met talrijke illustraties.

  • Reactie van Frans (Gentblogt-17-12-2013):

Op het kerkhof in Mariakerke (waar de meeste Gentse kloosterordes en congregaties hun leden begraven) staat een eenvoudig grafmonument met een vijftal namen van die “gevangeniszusters”.

  • Reactie van jan de moor (Gentblogt 22.O8.2007):

Enkele tientallen jaren geleden werd ik na een studentenrelletje opgepakt en veroordeeld tot een geldboete of 3 dagen gevang wegsn deelname aan een niet-toegelaten betoging op het voetpad..
Ik speelde met mijn kop en liet mij een jaar nadien door rijkswachters uit mijn bed lichten om 3 dagen in de Nieuwe Wandeling te gaan brommen.
Jawadde…
Bij het binnenkomen, alles afgeven,ook broeksriem en schoennestels . Dan in uw blootje naar een badruimte zonder deur voor een kokend hete douche met een streng toekijkende cipier.
In een cel met 3 waaronder een sexueel gestoorde gek en een stinkende po voor de behoeften. Tijdens de dag bleef het bed verboden terrein. Dus zachtjes soezen en de uren aftellen was er niet bij.
Stel je mijn verbazing voor toen ik deze morgen via de luchtfoto’s van maps.live de binnenkoer terug zag waar ik elke dag mijn rondjes moest lopen in wijzerzin in een soort leeuwenkooi. Na al die jaren nog niets veranderd.
De zondagmis was een belevenis. Te midden van al die misdadigers die er in slaagden voor het oog van de bewakers druk te converseren zonder dat het opviel. Mijn eerste poging daartoe werd in de kiem gesmoord: Nr xxx zwijgen…
Bij mijn ontslag een donderpreek van de directeur. Laat dat flamingantisme maar varen of binnen de kortste keren staaat U hier weer.
Toen de poort achter mij dichtviel zwoer ik de eed: dat nooit meer.
Hopelijk is de situatie voor de gedetineerden meer menselijk geworden en niet meer zo vernederend. Ik zelf kan niet meer spreken van ondervinding maar flamingant ben ik toch gebleven.

De “Groene Vallei”, het terrein tussen de bebouwde zijde van de Nieuwewandeling en de Leie, bestaat voor een strook uit een park met wandelpad waarin de in 1577 gegraven vestinggracht pas in 1972 gedempt werd.

Op de strook grond tussen de gewezen stadsgracht (te zien op bovenstaande Suggkaart) en de Leie  (rechts, niet te zien op de postkaart) bouwde men  lusthoven (1834), een concertzaal (1839) die later de danszaal het Spiegelhof werd, het  schietplein Sint-Jozef en een casino (1847).  In 1838 nam de Société La Lys de voormelde gebouwen van Clemmen over en vestigde er een vlasspinnerij waarvan het gas werd geleverd door het nabijgelegen Phoenix-bedrijf.

Rond 1875 werd bij Van den Kerckhove een stoommachine aangekocht met een sensationeel vermogen van 2000 pk (later opgedreven tot 6200 pk), toen de krachtigste stoommachine ter wereld. Na talrijke uitbreidingen, ten koste van de omliggende eigenaars en constructies, telde  La Lys In 1896 60.472 spillen en was toen de grootste vlassinnerij ter wereld. Rechts op de Suggkaart zien we een zijmuur van deze fabriek. De grote Lys is echter amper opgewassen tegen de economische weredcrisis van 1930.

Deze Suggkaart, verstuurd in 1901,  toont ons de hoofdingang van La Linière La Lys aan de toenmalige Leiekaai, sedert 1988 Jan Van Hembysebolwerk, gezien vanop de Contributiebrug over de Coupure. Links vooraan zien we een deel van de Drie Gatenbrug over de stadsvest en uiterst rechts een glimp van de Tweegatenbrug over de Leie. Achter dit gebouw strekte zich La Lys uit. Deze reus in de vlassektor stelde in 1913 ca. 2.600 arbeiders tewerk . Het is eerder zeldzaam dat deze bevolkingsgroep eens niet in zondagspak wordt afgebeeld op een postkaart bij het verlaten van de fabriek.

Het werk in de vlasspinnerij gebeurde  tijdens La Belle Epoque onder erbarmelijke omstandigheden: het vlas moest eerst doorheen heet water gehaald worden om gesponnen te worden. De arbeidsters werkten in een broeierige en vochtige atmosfeer en vanuit de machines stroomde een modderig water over hen heen. Dit noemde men de continues. Er werd  12 uur per dag gewerkt en op zondag moesten de machines gereinigd worden. In 1896 werkten 13.366 arbeiders in de Belgische vlasindustrie verspreid over 28 bedrijven waarvan 13 in Gent. Daarvan waren 70% vrouwen en 22 % jonger dan 16 jaar. Daarover schreef Karel Waeri (1842-1898) in 1893 het lied “De martelaressen der continus” waarvan de eerste strofe als volgt luidt:

“Wie in de continues den voet nog nimmer zette,
Geeft zich geen denkbeeld neen, hoe alles steeds daar was,
Bij ’t raderwerk dat reeds zoo menig’ hand verplette
Verpest u nog den geur, den damp van ’t kokend vlas,
Stelt u eens voor den geest ’t geruisch der mekanieken,
Het water, damp en geur, en g’hebt een klein gedacht
Wat groot gevaar er ligt in onze vlasfabrieken,
Hoe menig jonge maagd ten grave werd gebracht.”

Aan het Jan van Hembysebolwerk staan nu deze bovenstaande appartementen.

Deze Suggkaart toont een eerder zeldzaam onderwerp: een nachtzicht op “La Lys”. Als gevolg van de tentoonstelling te Parijs in 1881 vatte men het plan op om de elektrische verlichting in de fabriek toe te passen. Dit plan werd in 1889  eerst in enkele afdelingen uitgrbrobeerd en werd pas vanaf 1892 overal in de fabriek toegepast. De foto toont ons de verlichte fabriek bij nacht, gezien van op de Contributiebrug, wat dit bijzonder spectaculair effect oplevert.De fotograaf was Edmond Sacré.

Na de tweede wereldoorlog was het bedrijf verplicht om te fusioneren met de vlasspinnerij La Liève en samen zetten ze een nieuw bedrijf op aan de Singel. Dit mocht echter niet baten want rond 1961 werd de 122 jaar oude Lys failliet verklaard en het enorme gebouwencomplex  aan de Nieuwewandeling wordt in 1964-1965 afgebroken. De terreinen worden eigendom van de Nationale Kas voor Bediendenpensioenen en de Stad Gent.

In 1968 wordt tussen beide eigenaars en de bouwmaatschappij NV Amelinckx een conventie gesloten voor de oprichting van 8 appartementsblokken met 2000 woongelegenheden, een supermarkt, winkels, bureaus, een benzinestation, parkings, een bejaardenlokaal en “groenzones”. Dit project wordt “Groene Vallei” gedoopt. Daarvan werd echter slechts een deel  gerealiseerd: 3 flatgebouwen van 16, 17 en 25 verdiepingen, een grootwarenhuis, een parking  en een benzinestation. De rest bleef jaren braak liggen.

In 1976 tekenden 3600 omwonenden een petitie waarin het stadsbestuur gevraagd werd dit braakliggend terrein in te richten als park en het hoogbouwproject te stoppen. In 1979 besluit het stadsbestuur de wens van de bewoners deels in te willigen. De onbebouwde strook van de Groene Vallei wordt als groene zone ingericht. De NV Amelinckx legt in 1985 de boeken neer. In 1998 sloot het stadsbestuur een overeenkomst met een projectontwikkelaar  waarin deze laatste de toelating kreeg het braakliggende terrein van 7 ha voor 1/3 te bebouwen als hij 2/3 ervan gratis als buurtpark aanlegt.

Deze overeenkomst werd niet op prijs gesteld door de Werkgroep Groene Vallei die eiste dat het hele gebied groen bleef. In 2000 diende studiebureau Spetsaï een bouwaanvraag in voor 240 appartementen en 15.000 m² kantooroppervlakte verdeeld over vier appartementsgebouwen , waarvan twee met 19 verdiepingen en twee van 26 verdiepingen, en een fitnesscentrum. Dit plan werd bijgestuurd zodat uiteindelijk nog 90% groen overbleef  en slechts 10% werd bebouwd langs de kant van de Jan Van Hembysebolwerk waar uiteindelijk een gebouw met zes bouwlagen verrees, zoals te zien op de volgende recente foto’s van Jos Tavernier.

Op deze plek stroomde tijdens la Belle Epoque nog de oude vest, die echter werd gedempt in 1972 na  de slechting van La Lys. Het gebouw links in het groen ligt aan de Nieuwewandeling en is een oud gebouw van Electrabel dd. 1923. Het moest dienen als opslagplaats voor het materiaal van de elektriciteitsmaatschappij. Later kwamen er ook een aantal transformatoren die stroom leverden voor de appartementsblokken van Amelinckx. In 2003 werd het ingericht als restaurant Volta.

De “Vernieuwde Wandeling” (Martine Audenaerde – Gentblogt 16.10.2006)

De lange muur in het midden geeft de scheidingslijn aan tussen het oude en het nieuwe park. De muur zal dienen om het regenwater (dat zal worden afgekoppeld van de riolering) van de omliggende gebouwen op te vangen en te zuiveren. Daarvoor zal ook nog riet aangepland worden tegen de keermuur. Verder komen op de aangelegde heuvels in het najaar nog een aantal bomen bij.

Na decennialang gebakkelei over de bestemming van het gebied kwam er dan toch een wijkpark, gesubsideerd door de Vlaamse overheid en in 2002 vastgelegd in een BPA Groene Vallei. In samenspraak met de buurt werd vanaf 2005 het Groene Valleipark ingericht als een ecologisch en natuurlijk park met een stadsjungle en getemde natuur waarin af en toe gefeest.

Van dit recent zicht op het Jan Van Hembysebolwerk is Jos Tavernier de fotograaf. Hij stond ook op de Contributiebrug, maar overdag. Deze brug veranderde drie maal van naam. In 1796 was het Akkerbrug, ze was toen van hout. In 1831 werd het brug van de Nieuwe Wandeling en vanaf 1880 Contributiebrug. Deze laatste en huidige benaming dankt zij aan een bijzondere belasting die in de 17de eeuw werd betaald aan het begin van de Brugse Vaart, waar de Contibutiepoort stond. Deze laatste werd afgebroken in 1782. Vanaf 1877 werd het een ijzeren brug die vernield werd in 1940. Tot 1948 werden twee noodbruggen op binnenschepen geplaatst die in 1948 werden vervangen door de nood-wipbruggen die hadden dienst gedaan aan de Visserij en nu hier dienst deden tot  1985. Sinds 1986 ligt er de huidige brede betonnen kokerbrug.

———-

Bron:

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/

Albert Sugg en de Belle Epoque in Gent: Série 1 (34) Nieuwewandeling

Gent en de Coupure