Kraanlei

Vóór het plaatsen van de kraan was dit de Ajuinlei. Merkwaardig is dat sommige oude Gentenaars nog spreken over de Ajuinlei wanneer zij het hebben over de Kraanlei. Het is evenwel zeer onwaarschijnlijk dat ze daarbij zouden teruggrijpen naar de naam die reeds vele eeuwen verdwenen is. Het heeft allicht te maken met het feit dat tussen de 2 wereldoorlogen in op de Kraanlei nog verschillende winkels waren waar ajuin verkocht werd. De grote jutezakken gevuld met ajuin stonden dikwijls uitgestald tegen de muur of de toegangstrap van de winkels.

Deze straat vewijst, zoals op onderstaande foto is uit te maken, naar de kraan (G) die hier eeuwenlang dienst deed op een perceel gelegen Kleine Vismarkt, Leie en Kraanlei.

Capture d’écran (1437)

Het oprichten van deze kraan op 6.08.1354 zou gebaseerd zijn naar een ontwerp van Archimedes. Een andere bron spreekt dan weer over de oprichting van een kraan in 1364-1365.

Het pleintje was ingesloten door een omheining met poort, bewaakt door officianten van de stedelijke wijnpachters. Hier bevond zich de wijnmarkt, waarbij de kraan aanleiding was tot de ontwikkeling van de wijnactiviteit. Want naast het lossen werden de vaten ook geroeid(peilen en meten), belast en verhandeld.

Het waren de wijnschroders die, in de functie als havenarbeiders, ook het alleenrecht bezaten om alle in Gent gekochte of verkochte wijn te lossen, te laden en te vervoeren. De wijn uit Frankrijk en Spanje werden in Middelburg en Damme overgeslagen op Gentsche “schepen” die de vracht via de Lieve richting Kraanlei verscheepten.

Sedert de 16e eeuw was het de Sassevaart die dienst deed als transportroute en sinds 1625 ook via de Brugse Vaart richting haven van Gent.

Met schrooien of schroden wordt verwezen naar het op- en afladen van zware lasten. Wat wijnschroden betreft het omhoog of omlaag rollen van de wijnvaten of fusten over een schrootladder. Wat niet meer is als twee evenwijdige houten latten verbonden door verticale latten tot functie voor het in- of uitladen van wijnvaten. Ook het manipuleren van de tonnen wijn door middel van een kraan wordt wijnschroden genoemd.

In verband hiermede waren er aanvankelijk korte en lange schrootladders, getrokken door paarden. Vervolgens waren er korte schrootladders op wielen of “korte wagen”, waarmee direct de link is gelegd wat betreft de etymologie voor de “kurtwoagen” of “kruiwagen”.

Kraankinderen waren knechten of dienaars die niet enkel ten dienste stonden van de wijnschroders, maar ook voor het lossen van siroop, azijn, olie, kanonnen, molenstenen, … . De kraankinderen hadden St.-Martin als patroon, de bisschop van Tours ! Door de Carolijnse Concessie werden zij verplicht te “fusioneren” met de wijnmeters, de kuipers en de vaatvoerders. De stiel was erfelijk en bleef in bepaalde families. Op het einde van de 18e eeuw waren er in de Nering 21 Mast’s en 13 De Pauw’s. Deze nering werd afgeschaft in 1791.

Daarbij volgend versje over de wijnschroders, gezegd kraankinderen.

ik maar ooit de fiere kraankinderen
uit het magische ruim des tijds ophijsen,
hun boeiende levensverhaal
zou bij elke tred in het treerad opwindend herrijzen,
en zoals uitgelezen most langzaam tot mooie
onvergetelijke wijn rijpt
zo zou hun vergane levenswandel
ons gistend voor de geest kunnen rijzen…

Bij akte van 13 maart 1673 krijgen de bewoners van de Kraanlei de toelating van de schepenen om een rij bomen op de kade te planten.

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen mei-juni 2010 – Vol39 N°3

Ghendtsche Tydinghen 1997 – Vol26 N°3

Ghendtsche Tydinghen 1982 – Vol11 N°1