Nieuwbrugkaai

De kaai is in 1887 geconstrueerd tussen de Nederschelde en de Leie.

De Nieuwbrug was de brug gelegen tussen de St.-Jacobsnieuwstraat en de Keizer Karelstraat over de Reep. Later ging de naam van de brug over op de hele wijk gelegen tussen de St-Jacobsnieuwstraat, Vlasmarkt, St.-Jacobs, Steendam (de vroegere St.-Jorisstraat), de Nieuwbrugkaai (aan de vroegere samenvloeiing van Leie en Schelde) en de Oude Beestenmarkt. Men sprak er een speciaal soort zeer plat Gents.

De Friese taalkundige Johan Winkier schrijft daarover in 1874: “Deze wijk wordt hoofdzakelijk door mensen uit de kleine burgerstand, door werklieden en vooral fabrieksarbeiders bewoond. Het zogenoemd “Nieuwbrugsch” wordt ruwer en platter uitgesproken dan het gewone Gentsch. Het wordt vooral ook veel slepender uitgebracht, zeer lijmig zoals men in Vlaanderen deze wijze van spreken noemt. Het hoofdkenmerk van het Nieuwbrugsch is de verandering van de volkomen “u” in de volkomen “î”.

Zo zei men “brigge” voor “brugge”, “mîtse” voor “mutse”, “k1rf” voor “kuif”, “iwwe” voor “uwwe “, “mîgge” voor “mug ge” en “opvîllen” voor “opvullen”. En Winkier gaat verder: “Wat men tegenwoordig (1874) Nieuwbrugsch noemt, is eigenlijk de algemeen oud-Gentse tongval. Rond 1824 sprak het grootste deel van de burgerij te Gent nog op zijn Nieuwbrugsch, ofschoon niet zo ruw en plat als de hedendaagsche echte Nieuwbruggelingen doen.”

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 2002 – Vol31 N°1