St.-Baafskathedraal

De St.-Baafskathedraal is wereldberoemd als schuilplaats van het “Lam Gods”, één van de voornaamste topkunstwerken ons landje rijk. Het werd geschilderd door de gebroeders Jan en Hubert Van Eyck omstreeks 1432 en beeldt de aanbidding van “Het Lam Gods” uit. Zo’n 10 jaar na aanvang van de herstellingswerken aan dit veelluik, start in 2023 een derde en laatste fase richting 2026, waarna het “Lam Gods” als adembenemende weergave van een gigantisch meesterwerk zal te bezichtigen zijn.

gentfoto14 002

De eerste vermelding van een bedehuis op de plaats waar zich de nu overwegend gotische Sint-Baafskathedraal bevindt, situeert zich in 942. In dat jaar wijdde Transmarus, bisschop van Doornik en Noyon, op 16 april (of de 17de der kalenden van mei) de kerk in en werd ze onder bescherming gesteld van Sint Jan-de-Doper, patroonheilige van de stad. De eerste Sint-lanskerk was waarschijnlijk in hout opgetrokken. Over die kerk is weinig bekend. Een reusachtige brand in 1179 verwoestte immers een groot deel van de stad, alsook de meeste archiefstukken. In 1228 lieten de drie pas ingestelde schepenbanken, de zogenaamde XXXIX schepenen, het koor met de zijpanden in steen optrekken. Enkele belangrijke poorters stonden hen hierin bij. Zo is bekend dat de echtgenote van Geraard Vilain, beter bekend onder de naam Geraard de Duivel, in 1235 een grote financiële bijdrage leverde voor de bouw van de kerk. Een nieuwe kerk verrees in de loop van de 12e eeuw. Enkel de crypte van de 12de-eeuwse Romaanse kerk bleef in gebruik. Meer dan 4 eeuwen lang werd deze bidplaats onder handen genomen om te transformeren tot een ruime gotische kerk.

gentdestbaafskathedraalvanopdereep1
GentBelfortSt.-baafsabdijGinoMissiantFb
Belfort en St.-Baafskathedraal 
Gino Missiant – Fb

Keizer Karel, in 1500 in deze kathedraal  gedoopt, hief in 1540 de St.-Baafsabdij op en liet het kapittel (kloosterraad) overbrengen naar de St.-Janskerk voor de bouw van een nieuw kasteel op de plaats van de St.-Baafsabdij. De St.-Janskerk verkreeg toen de naam van collegiale kerk van Sint-Baafs om in 1559 als St.-Baafskathedraal haar definitieve naam te verkrijgen. Twee jaar later, in 1561, werd Gent een bisdom. In 1565 werd Jansenius Cornelius er als eerste bisschop gewijd.

Het huist vele belangrijke kunstwerken waaronder het drieluik “De kalvarie” van Justus van Gent (1435-1480) en het wereldbefaamde veelluik “De aanbidding van het Lam Gods” (1432) van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck. Het door Peter Destré gebouwde orgel uit 1653-1656 met zijn 5849 orgelpijpen is één der indrukwekkendste en belangrijkste van het land.

In het koor valt het grafmonument van Antoon Triest te bewonderen, bisschop van Gent van 1621 tot 1657. Net zoals de graftombe van Monseigneur d’Allamont, hier bisschop van 1666 tot 1673.

In de  loop der eeuwen werd deze kerk de nodige schade toegebracht door o.a. de Beeldenstorm en brand. Vele restauraties en renovaties waren het gevolg.

Capture d’écran (3112)

6 maart 1741. De bekende beeldhouwer Laurent Delvaux verbindt er zich toe om de preekstoel van de Sint-Baafskathedraal te maken in Deense eik en Italiaanse marmer. Vier jaar later zal het werk klaar zijn. Het zal 15.000 Brabantse gulden kosten.

10 december 1855. Eergisteren is de hoofdkerk van Sint-Baafs voor de eerste maal met gas verlicht. Men telt er negentig bekken

GentStBaafskerkLVerstuyft3
St.-Baafskathedraal – L. Versluys (Fb)

De heilige Livinus of Sint-Lieven, patroon van Gent en van de gemeente Sint-Lievens-Houtem. Deze gemeente dankt haar naam aan de heilige Livinus, Iers bisschop, die in de zevende eeuw het evangelie predikte in Vlaanderen en hier werd vermoord. Zijn relikwieën werden naar Gent overgebracht in de elfde eeuw en geplaatst in de Sint-Baafsabdij. De Sint-Baafskatedraal bezit naast een Sint-Livinuskapel talrijke voorstellingen van de heilige Livinus: een glasraam van ± 1910 met acht taferelen uit het leven van Sint-Livinus, een schilderij “Marteldood van H. Livinus”, een muurschildering in de krypte alsook de prachtige koormantel van Lieven Hugenois met op het kaproen de H. Livinus op zijn troon en op de sierbanden zes taferelen uit de legende van de H. Livinus volgens een Vita geschreven door Bonifacius, monnik in de Sint-Baafsabdij in de elfde eeuw.

Jaarlijks en wel op 27 juni werden de relikwieën van de H. Livinus overgebracht naar Sint-Lievens-Houtem om ’s anderendaags naar Gent terug te keren. De bedevaart lokte natuurlijk een massa volk. Aanvankelijk werd het relikwieschrijn gedragen, maar om de talrijke vechtpartijen onder de bedevaarders te voorkomen, die allen het schrijn wilden dragen, werd in 1469 besloten het schrijn op een wagen te plaatsen. De processie bleef aanleiding geven tot wanordelijke en onzedelijke tonelen, bijgevolg schafte Keizer Karel bij art. 74 van de Concessie Caroline van 1540 de processie af.

capture-decran-3055
Capture d’écran (124)

Bij opgravingen rond de vroegere St.-Janskerk en de huidige St.-Baafskathedraal, aangevangen op 4 maart 2019, zijn een 400-tal graven ontdekt. Deze bevonden zich op het parochiekerkhof hier gelegen vanaf de 12e eeuw tot 1784, toen kerkhoven in de stad verboden werd. Op  27 januari 2020 is reeds het 1000ste skelet opgegraven.

Het kerkhof was onderverdeeld in zones. Zo was er een zone voorzien tegen de kathedraal voor jonge kinderen (tot 3 jaar) en baby’s. Volwassenen daarentegen werden met de voeten naar het oosten begraven, geheel volgens de christelijke traditie. Dit betreffende de aanschouwing van de wederopstanding van Christus in het oosten.

Capture d’écran (117)
GentStBaafskerkLVerstuyft2
St.-Baafskathedraal – L. Versluys (Fb)
Capture d’écran (119)

Verder zijn er 9 knelkelmuurtjes aangetroffen, hoofdzakelijk bestaande uit dijbenen en scheenbenen van volwassenen dd. 15e eeuw. Schedels vulden de tussenliggende zones op. En boven deze muurtjes, die waarschijnlijk dateren uit de 17-18e eeuw, bleken nog begravingen voor te komen. Een unieke vondst in Belgïe.

Gelovigen gaan uit van een volledige lichamelijke verrijzenis, waarbij de botten en schedel als belangrijkste deel van het lichaam werden aanzien. Dus bleven de beenderen en schedels bewaard in een ossuarium of bottenhuisje dat tegen de kerkmuur was aangebouwd.


Bronnen:

http://www.kerknet.be

Ghendtsche Tydinghen 2004/2

Ghendtsche Tydinghen 1996  – Vol25 N°5

Ghendtsche Tydinghen 1977 – Vol6 N°1/N°5 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.