Jan Palfijnbrug

GentJanPalfijnbrugMaterniteitsbrug(AG-GSA)GT1990

Materniteitsbrug – Ghendtsche Tydinghen 1990 (AG-GSA)

Reeds in 1714 is er een eerste vermelding terug te vinden in  het “Atlas Goetghebuer”. Toen werd de brug vervaardigd door Keyser Francys voor 246 pond om de verbinding mogelijk te maken tussen de Kortrijkse Poort en de Bijloke. Ze kreeg als naam de “Materniteitsbrug” toegewezen wegens de nabijheid van het Bijlokehospitaal.

GentJanPalfijnbrugJVerplancken

Jan Palfijnbrug – J. Verplancken (Fb)

Op 27 april 1867 verrees een metalen draaibrug over de Leie tussen de wijk Akkergem en de Kortrijkse Poort met vermeldingen als de Leiebrug, de Bijlokebrug, de Moederhuisbrug of Materniteitsbrug .

GentJanPalfijnbrugMarcel-GentFb2

Ghendtsche Tydinghen 1990

Een smalle houten noodbrug zorgde op 26 februari 1942 voor de verbinding tussen beide oevers. Typisch voor die oorlogsbruggen was het vele onderhoud en bijkomende herstellingen in het bijzonder voor de plankenvloer.

De voltooiing van een nieuwe brug was er pas op 12 november 1954. De brug rust op niet minder dan 333 funderingspalen. Haar breedte bedraagt 36m waarvan 2 rijbanen van 10.5m gescheiden door een groenstrook van 9m en 2 voetpaden van 3m.

GentLeiebrugSuggpostkaartRogerWauters

Ghendtsche Tydinghen 1990

Deze krukbrug met één enkele overspanning met preflexalken is in een tijdspanne van ongeveer 2 jaar geconstrueerd voor de prijs van 409.024,52 € (16.500.000 fr). Voor rekening van de staat.

In 1951 kreeg de Jan Palfijnbrug haar definitieve naam genoemd naar een 17-eeuws chirurg/barbier en tevens uitvinder van de verlostang. Tijdens de middeleeuwen was een barbier ook gelast met zaken als het trekken van tanden en aderlaten waarbij zij aldus optraden als geneesheer en tandarts.

Om de gevaarlijke IJzerlaan te vermijden is in 2000 een fietsersbrug geplaatst die de tweewielers en voetgangers veilig onder de brug door loodsen.

gentbijlokebrugheidirogierfb

Bijlokebrug – HeidiRogier – Fb

Jan Palfijn

Hij werd geboren in Kortrijk op 28 november 1650 als zoon van een “chirurgyn-barbier”. Het is zijn vader die hem het eerste onderricht geeft in het vak, maar al dat empyrisch gedoe kan de verstandige en leerzuchtige Jan niet bevredigen. Na het lezen van een boek van Vesalius wordt hij begeesterd en wil hij er meer van weten. Dit zal hem trouwens in moeilijkheden brengen met de overheid, want op een nacht wordt hij betrapt op het kerkhof van Kortrijk waar hij studiemateriaal (opgraven van skeletten om zijn kennis over heelkunde te verruimen) aan het verzamelen was. Eén middel om aan de kerker te ontsnappen: weg wezen!

Dat doet hij prompt en hij komt naar Gent. Hij zal hier verschillende jaren werken als helper bij een leraar van de heelkundige school. Hij gaat zich dan in leperen vestigen als heelmeester. Inmiddels blijft hij verder studeren, gaat regelmatig naar Parijs en acht zich niet te min om als 45-jarige terug op de banken te gaan zitten als student. Twee jaar later zal hij zich definitief in onze stad vestigen waar hij het vruchtbaarste deel van zijn rijke carrière zal passeren. Het is hier dat hij de forceps of verlostang uitvindt, een instrument dat het leven van vele duizenden vrouwen en kinderen zal redden. Als hij 77 is wordt hij benoemd tot leraar in de ontleedkunde.

Men heeft beweerd dat Palfijn in de grootste armoede gestorven is. Dat klopt niet. Het is wel juist dat hij, zoals vele grote geleerden, zeer sober leefde. De notariële akte die opgemaakt werd na zijn overlijden liegt er niet om wanneer zij de inventaris geeft van wat er stond op het kamertje dat hij huurde in een huis in de Kammerstraat: “een kleerkasken, een tafelken, een lessenaere, ende differente boeken in een lijnwaadmandeken”.

Jan Palfijn komt te overlijden op 21 april 1730 op tachtigjarige leeftijd. Hij werd begraven op het kerkhof vóór de St-Jacobskerk en tijdelijk vergeten. 53 jaar later kwam men tot de conclusie dat de man toch wel verdienstelijk geweest was en men onthulde een gedenkplaat in de St-Jacobskerk. Nog een jaar later kwam men tot de conclusie dat hij zéér verdienstelijk geweest was en men richtte in dezelfde kerk een 2e gedenksteen op. 222 jaar na zijn dood kreeg hij hier tenslotte zijn standbeeld in de schaduw van de Bijloke.
——————–

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1990

Ghendtsche Tydinghen 1999 – Vol28 N°4

Albet Sugg en de Belle Epoque in Gent – serie 1 (53) Ekkergem