Walter De Buck

Geboren en getogen in Gent in een artistieke familie, volgde Walter De Buck een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Als beeldhouwer ontving hij diverse prijzen, maar de meeste roem kreeg De Buck in de jaren 1960-70 van de vorige eeuw als folkzanger, o.a. met het lied ’t Vliegerke, dat nog steeds weerklinkt tijdens de voetbalwedstrijden van AA Gent. Dat is echter niet door hem geschreven. (Zie Walter De Buckplein)

Ter info: “’t Vliegerken” is een transcriptie van een bekend Berlijns melodietje van Walter Kollo uit 1913. Het werd in het interbellum omgewerkt door schoolmeester Apollinaire Lienart. Walter De Buck maakte ’t wijsje populair tijdens de Gentse Feesten in de zeventigerjaren en gaf het ook op plaat uit. Nu is het Gents gemeengoed geworden.

Van zijn eigen werk is vooral “K Zou Zo Gere Willen Leven” bekend geworden. Zijn grote voorbeeld was Karel Waeri, wiens werk hij had leren kennen toen hij met Wannes Van de Velde op de Academie zat. In een interview met Knack t.g.v. zijn 80ste verjaardag legde De Buck uit:

“Wannes had een plaat gemaakt met liedjes van Waeri maar het Gentse dialect ging hem niet af. Als je die teksten in het Antwerps zingt, werken ze gewoon niet. Daarom vond hij dat ik het maar moest doen. In die tijd was ik al met muziek bezig: ik ging vaak op straat busken, zong volksliedjes en ook Franse chansons.”

In 1962 richtte hij met vrienden vzw Trefpunt op, een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en tegelijk een organisatie ter promotie van kunst. Eind jaren ’60 trok hij de kar om de historische “Gentse Feesten” nieuw leven in te blazen, traditiegetrouw opende hij dit gratis stadsfeest, zo ook de 45ste editie van afgelopen zomer.

Walter De Buck was een sociaal bewogen man, die in 1994 op de socialistische lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen is gaan staan, omdat het Vlaams Blok aan een opmars bezig was. Het was niet zijn bedoeling om in de raad een positie te bekleden, maar hij haalde zoveel voorkeursstemmen dat hij toch een baantje kreeg aangeboden, eerst bij de schepen van Cultuur, later bij de burgemeester van Gent.

Walter De Buck was al enige tijd ziek, leed aan Alzheimer en slokdarmkanker.

(Zie: Walter De Buckplein)

———-

Reactie van Arthur De Decker – Gentblogt (26.12.2014)

‘t Es al van macht, ‘t Es al van geld

‘t Es al van macht, ‘t es al van geld

van schûne woorden en van geweld

Et es et leven ni dad ier teld

Ge zij ne slechten ofwel nen held

Al was ‘t m’r up e voetbalveld

Aâs ge de waarèd maâr ni’ verteld

Want daar es niemand up gesteld

En tóns zijde rap geveld

refrein:

Maâr me zijn m’hier allemaal t’hûpe

Món me wij ni’ zû verre lûpe

Ge keund een kei zij vel ni afstrûpe

Laât oes dus giên moeskes verkûpe

‘k Voele mij ‘t beste mee m’neige

Aâs ik veur niemand ni moe’ zwijge

Aâs ik kan zegge wa da ‘k peize

En aâs ik kan zingen up mijn eige wijze

Ben ik giêne sant in eige land

‘t Goe were staâd tóch aân mijne kant

Ol es ‘t in mijnen eigen trant

Ge peinsd alliêne-n up uujeigen

Up oe cents, profijtses krijgen

Veur de reste stuûrd’ uuj aan niets

Aâs ge maâr veel cents verdiend

En wie geefd is uwe vriend

En al gaâd de weîreld duûd

Zelfs dad es u giêne nuûd

en zelfs liever duûd dan ruûd

(refrein)

Ge zegd, ‘t es al al gepresenteerd

Der is al veel beters gepresteerd

Maar al he’k hier nog zû vele te zegge

Ge zuld et alted anders uitlegge

Omda ‘t zou passen in uh kraam

Ge zuld de woorden altijd verdraaien

Om verwarringe te zaaien

Veur de reste gebaard’ uh dum

(refrein)

Maar den dag dad’ et zuld begrijpe

Wel tóns zuld’ uh billekes knijpe

In ne wereld zonder bûme, zonder blómme

Waar giên vlinders of giên veugels nie miêr kómme

Een woestijne waâr niets nog kan leve

Wel da’ zulde an uh kinders geve

Van uw drûmen en luchtkastiêle

Zuld’ alliêne de brókke striêle

Maar uh kinders gaân da nie neme

Ge zuld alliên’ in uh woestijne staân

Ja, uh kinders gaan da nie neme

Goh mor gaan vliege naâr de maân

En ‘t zal der schûne zijn

Goh mor gaân vliege naar de maân

En blijfd daar

———-

Jaren zeventig. Gentse Feesten. Bij Sint-Jacobs. Waar anders? Flarden jeugdherinneringen. Jeugdatelier in de namiddag, georganiseerd door mijn moeder, op vraag van Walter, die ze kende van op de academie. Een podium tegen de kerk (niet overdekt en zonder gordijn, als ik me het nog goed herinner). Tafels en stoelen van Samyn op het plein. Het druppelkot in de kiosk. Veel volk op het plein. Veel volk flanerend rond het plein. “Le tout Gand” liep er rond en er was altijd iemand die je kende. Boekweitpannenkoeken. Kraampjes van sociale bewegingen. Gust de Wortelschraper. Vragen waar mijn zus (toen een jaar of zeven, acht) was: “goh, die zal wel met haar vriendin op het podium zitten”. Een podium dat, ook tijdens optredens, vol zat met kinderen. Mijn vader die heel regelmatig werd begroet met :”Ah, dag Walter!”. Hij was Walter niet maar leek (en lijkt) er zeer goed op. Walter, dat was Walter De Buck. Wie anders.

De Gentse Feesten waren al zo’n vaste waarde in de vakantie, dat ik toen nooit heb beseft dat het nog allemaal zo nieuw en pril en in evolutie was. En dat we dat hadden te danken aan Walter De Buck. Inmiddels weten we dus veel beter, en toen ik hoorde dat Walter De Buck, vorige week 80 geworden en ondanks zijn wankele gezondheid, gisteren de 45ste keer de Gentse Feesten (2014) ging openen, wilde ik er toch per se bij zijn. Tegen zevenen arriveerden we bij Sint-Jacobs, vonden nog zitplaatsen op een comfortabele afstand van het podium (tja, we worden er dus ook niet echt jonger op), we hoorden de soundcheck (nu een podium met gordijn en zonder klauterende kinderen) en zagen hoe het plein geleidelijk aan voller en voller liep. Het bleek tegen acht uur absoluut geen sinecure voor de alternatieve openingsstoet om zich tussen publiek en bar te wurmen naar het eindpunt achter het podium.

De avond opende met een kort officieel gedeelte waarbij feestenburgemeester Christophe Peeters Walter De Buck nogmaals in de bloemetjes zette, burgemeester Daniël Termont nog een dankwoordje placeerde, en het verjaardagsgeschenk werd overhandigd: een schilderij van Nico Burssens waarin hij 45 jaar Gentse Feesten bij Sint-Jacobs samenbracht. Als ouverture vergastte het vrolijke Jeugdorkest van de Gentse Zangstonde ons op ‘k Zou zo gere willen leven (dat we die avond nog tweemaal hoorden). Wel jammer voor de kinderen dat op gegeven moment alle stroom op het podium met een luide knal wegviel. Gewild of niet, ook dit deed denken aan de beginjaren toen al eens een zekering sprong of de politie al eens dreigde om de stekker uit te trekken.

En toen was het echt tijd voor datgene waarvoor we gekomen waren: Walter De Buck. Hij bracht drie liedjes die hij altijd heel graag gezongen heeft, waaronder ook het nog steeds toepasselijke ‘k Zou zo gere willen leven. En helaas, ik kan me de andere twee echt niet meer herinneren (ik genoot zodanig dat ik geen notities genomen heb, en ik was ervan overtuigd dat ik dit wel zou onthouden, niet dus). Dus wie het wel nog weet, mag altijd aanvullen in de commentaren.

Het verdere programma van de avond werd ingevuld door zangers Wim Claeys, Rembert De Smet, Pieter Jan De Smet en Patrick Riguelle, die afwisselend en met veel verve een best of van het repertoire van Walter De Buck ten gehore brachten, versterkt door het massale en veelstemmig koor op het plein. Zijn oude successen als De pater klokkeluider (Bieme bieme bieme biem bom bom, weet wel), De veugelmarktIn mijn stroatje zijn’t allemoal kommerenTimeloe, pameloeRosalie mijnen bon amieMijn loetseKoevoet es beter dan boelie werden afgewisseld met recenter werk.

Walter De Buck zelf zat tussen zijn muzikanten, zong geregeld mee en genoot duidelijk. De ambiance op podium én plein zat er bijzonder goed in.

De avond werd afgesloten met een derde versie van ‘k Zou zo gere willen leven – ditmaal versterkt met een blaasorkest o.l.v. Peter Vermeersch – gevolgd door het door iedereen meegezongen ‘t Vliegerke, hét Gentse volkslied bij uitstek. Er was een staande ovatie, er kwamen bloemen voor Walter en een poster met een combinatie van zijn portret en het stratenplan van het Gentse stadscentrum, er was nog een – echt – bisnummer (De veugelmarkt) en toen viel het doek helaas definitief over het 45ste openingsconcert bij Sint-Jacobs.

5 reacties

  1. Reactie van marleen Verdonck (20-07-2014): “Ik zou zo gere wille leve” het allermooiste lied. Als ik Walter De Buck zie dan “leve kik gere”. Vrijdagavond zat de sfeer er weer goed in. ik ben er al bij van in de beginne maar dit jaar was het anders, intiemer. We waren met velen maar we waren één geheel. Walter horen zingen is natuurlijk de max, maar gans de groep heeft er een fantastisch mooi optreden van gemaakt. Voor mij is Walter De buck Gent, Gent is Walter De Buck. We mogen dat niet vergeten en we moeten dat zeker aan onze kleinkinderen doorgeven. De Gentse Feesten dat is Walter,en nog veel meer.
  2. Reactie van Vanoverhetvuur Jerom (20-07-2014): “Ik zou zo gere wille leve”, niet vergeten het is zo voorbij onze tijd is hier altijd en voor iedereen beperkt. Dus geniet van het leven en vooral “Leef uw eigen leven” wat nen ander daar ook over denkt . Dat doet Walter De Buck nog altijd doe mijn hoedje af voor Walter bedankt voor alles !!!
  3. Reactie van Thomas Debonnet (21-07-2014): Walter De Buck heeft naast de leuke meezingers (Koevoet, ‘t Vliegerke,…) zeer mooie liedjes nagelaten met teksten die aanzetten tot reflectie (‘k Zou zo gère wille leven, ‘t es al van macht ‘t es al van geld, De vuurvogel, ‘k Ben zo lang op weg geweest, Het nieuwe paradijs, Gebuur,…). Liedjes met een belangrijke boodschap over ons en de samenleving.
    Bedankt Walter voor dit mooie nalatenschap, alsook bedankt aan al diegenen die zijn liedjes verder zullen zingen, ieder op zijn eigen wijze, maar met respect voor de fundamenten ervan.
  4. Reactie van marleen Verdonck (22-07-2014): Dat heb jij zo mooi gezegd. ik heb mooie foto’s maar jammer, ik weet niet hoe ze te plaatsen. Maar goed, Walter is van ons, van Gent en hij blijft altijd bij ons.
  5. Reactie van Veerle (29-07-2014): Ik heb inmiddels, via andere bronnen, de andere twee liedjes achterhaald die Walter zelf gezongen heeft: De wereld rond en Ik ben al zo lang op weg geweest (met dank aan Rudy Tollenaere van De Gentenaar, die blijkbaar beter heeft opgelet.

———-

Bron:

gentblogt-archief.stad.gent (zaterdag 19 juli 2014 – Veerle (tekst), Arnold Van Herreweghe en Bennie Vanderpiete (beeld).

Ghendtsche Tydinghen 2013 – Vol42 N°5

http://www.folkforum.nl