MARKTEN

Zoals elke stad heeft Gent een groot aanbod aan diverse markten. Elkeen heeft zo zijn voorkeur maar ’s zondags op de bloemenmarkt aan de Kouter geniet de voorkeur. Gelijktijdig is er een straat verder de boekenmarkt aan de Ajuinlei en wie Brocante prefereert slentert zich door Gents historische stadskern naar het St.-Jacobs. Ondertussen zijn we wel nog eens “gestopt” aan de kunst- en ambachtenmarkt op de “Groenselmoart” en zochten we nog “nen vélo” en een “biestje (veugelke, katse, een kieken, …)” aan de Oude Beestenmarkt om uiteindelijk de tram te nemen en af te stappen aan het Van Beverenplein waar de voedingmarkt vele honderden kooplustigen verleidt. Of hoe je een “luie” zondag actief kunt inkleuren met diverse aangename marktbezoeken. Van maandag tot en met zaterdag verstrekt “Gentinfo” je graag meer … marktinfo.

Markten in Gent

GENTINFO

Bereikbaar van maandag tot en met zaterdag van 8 tot 19 uur

Tel.: 09 210 10 10

Gentinfo@stad.gent

———-

Markt is afgeleid van het Latijnse “Mercatus” in de betekenis van handel.

Vóór de Eerste Wereldoorlog telde Gent wel 20 markten per week. Zo was er dagelijks fruitmarkt op de Graslei en Predikherenlei van 2u ’s morgens tot de middag. Vruchten die niet rijp waren mochten niet verkocht worden op straffe van inbeslagname en verbeurdverklaring. Om 7u verlieten de groothandelaars, verplicht, de markt.

Bij een markt heb je de gelegenheid waren aan te kopen op een openbare plaats aangeboden door verschillende marktlui.

We kunnen markten onderverdelen naargelang :

  • de periode : Kerstmarkt, Nieuwjaarsmarkt, …
  • het aanbod : boekenmarkt, groentenmarkt, bloemenmarkt, warenmarkt, …
  • week- en jaarmarkten : veemarkt, braderie, vlooienmarkt, …

Vele mensen genieten vooral van de gezellige, ontspannen sfeer. Op de markt is het mogelijk nog eens een losse babbel te slaan, eventueel met een drankje en één of andere versnapering wat de stemming alleen maar ten goede komt.

Soms kan er worden afgeboden  op de prijs wat de interactie tussen koper en verkoper intenser maakt en natuurlijk op veel belangstelling kan rekenen.

Gent was gekend voor zijn verschillende dierenmarkten:

  • Veemarkt-Peerdenmarkt: op de Korenlei was er in de 16e eeuw iedere vrijdag een paardenmarkt. Ook was er veemarkt, de Peerdemarkt geheten, op het einde van de Koningstraat aan de Vlasmarkt langsheen het St.-Jacobskerkhof tot aan ’t Crochtjen (café hoek Vlasmarkt-Belfortstraat). Elk jaar vond op 9 mei, dit sinds 1540, een paardenmarkt plaats op de Antwerpsesteenweg waar geïnteresseerden, ook uit het buitenland, op afkwamen voor de aankoop van paarden.
  • Varkensmarkt: deze markt vond plaats vóór het St.-Jansgodhuis aan ’t Crochtjen op de Vlasmarkt
  • Schapenmarkt: de schaapmarkt vond iedere vrijdag plaats in de St.-Jansdreef, nu de Oude Schaapmarkt. Een markt die reeds bestond in de 15e eeuw en in de loop van de 19e eeuw naar de Nieuwe Beestenmarkt is overgebracht.
  • Pouldenmarkt,Pouillemarkt en Kiekenmarkt: iedere week, op dinsdag en vrijdag van 7u tot 13u vond in het verdwenen straatje tussen het Stadhuis en het huizenblok tegenover de Mammelokker de markt plaats voor wild, gevogelte en konijnen.
  • Konijnenmarkt: op de Kouter kon je in de 17e eeuw terecht om konijnen op te kopen
  • Vismarkt: Aanvankelijk op de Groentenmarkt, later op het Sint-Veerleplein.
  • Vogelmarkt: of duivenmarkt, waar ook honden,geiten, konijnen en andere huisdieren waren te verkrijgen, vond  plaats op de hoek Korte Dagsteeg-Brabantdam. Bij de opening van de Nieuwe Beestenmarkt in 1858 was de markt op de Oude Beestenmarkt. Enkel vogels en vissen bleven op de Vogelmarkt, vervolgens op het Laurentplein en uiteindelijk op de Vrijdagmarkt.
  • Oude Beestenmarkt: vanaf 1629 was op het oostelijke einde van de St.-Jacobsnieuwstraat de beestenmarkt te bezichtigen. Op de hoek van de Nieuwbrug was er varkensmarkt. Op het rechthoekige plein vond de verkoop van kalveren en runderen plaats. Na de verhuis in 1858 naar de Nieuwe Beestenmarkt kwam hier de markt voor kleinvee, huisdieren en pluimvee en was deze plaats gekend als de hondenmarkt. Honden zijn er heden ten dage helaas wel verboden.
  • Nieuwe Beestenmarkt: reeds in 1858 ontstaan op het terrein van de vroegere dwangburcht tussen de Kasteellaan en de Schelde aan de F. Lousbergskaai. Sinds 1929 vond je hier een overdekte veemarkt met slachthuis.

Op 11 januari 1801 wordt de “kloostermarkt” of “dievemerct” afgeschaft. Zij werd tweemaal per week, ’s morgens vroeg, nabij de Sint-Pietersabdij op de “Lieve Vrouwen Aert” gehouden. De marktkramers boden allerlei ijzerwerk, “witwaeren” en detailgoederen aan (1664). Men kon er ook brood kopen. Van 1581 tot 1585 hield men haar tijdelijk op de Kouter. (FRIS Victor, De Oude Straatna-men van Gent, 1925, p. 106) (VAN DE WIELE Johan e.a., De Markt, 1988, p. 62)

Van de Heer David Maes ontvingen wij het volgend schrijven:

Er wordt op een bepaald moment vermeld dat de groentenmarkt die gehouden werd op de Vrijdagmarkt (de zogenoemde vroegmarkt of nachtmarkt) tijdens de oorlog verhuisde naar de Beestenmarkt. Wat echter niet vermeld wordt is dat diezelfde “vroegmarkt” na de oorlog terug naar de Vrijdagsmarkt werd overgeplaatst en er bleef tot de oprichting van de huidige Groothandelsmarkt.

Op de Vrijdagsmarkt zelf waren het de boeren die er hun waren verkochten aan de handelaars, vooral winkeliers. Daarentegen stonden op de Groentenmarkt (aan het Groot Vleeshuis dus) in de na-oorlogse periode nooit boeren maar wel handelaars die hun voorraad groenten opsloegen op de “vroegmarkt” en die dan tijdens de dag werden doorverkocht aan de gewon en man in de straat. In de Kammerstraat was er een soort verlengstuk van de vroegmarkt op de Vrijdagmarkt. Daar stonden diegenen die in hun eigen tuintje wat groenten kweekten en het teveel naar de markt brachten om op die manier een centje bij te verdienen. De boeren op de Vrijdagmarkt hadden een vaste standplaats die meestal voor een jaar werd afgehuurd. Het klein grut in de Kammerstraat betaalde per keer en per strekkende meter die hun waren innamen, een standgeld dat ter plaatse geïnd werd door een geüniformeerd personeelslid van de Dienst der Markten. De toegangswegen tot de markt liepen, zoals trouwens vermeld in het artikel, via de Kammerstraat, de Lange Munt of de Zuivelsteeg.

De markt zelf verliep in drie fasen die telkens aangekondigd werden doormiddel van een belsignaaL De bel werd bediend door de politieinspekteur met dienst en was aangebracht op het “Toreken”. Het eerste belsignaal gaf aan dat de voertuigen de markt mochten oprijden en uitgeladen worden. Pas bij het tweede belsignaal mocht er verkocht worden en bij het derde mocht men de waren terug van de markt brengen. Door het aanwezige politiepersoneel moest dikwijls streng de hand gehouden en nauwlettend toegezien worden dat er vóór het tweede belsignaal geen waren verkocht werden. Beide partijen, zowel de verkopers als de kopers, waren namelijk geneigd reeds vóór dat fameuse tweede belsignaal waren te verhandelen en dit om uiteenlopende redenen nl. voor de boeren omdat hoe vroeger ze begonnen te verkopen hoe meer kans ze hadden dat ze tegen het einde van de markt uitverkocht waren en voor de kopers was dat dan meer om reden dat ze meestal kans hadden de mooiste groenten te kopen.

Ik herinner me ook nog uit de tijd dat mijn grootvader een ezel met bijpassende kar bezat om daarmee de groenten van ‘den buiten’ naar de markt te brengen. Dat hij daarbij wel enig bekijks had hoeft wel geen betoog. Het dier moest waarschijnlijk er de pest in gehad hebben om telkens midden in de nacht op stap te moeten gaan, want het vorderde slechts heel langzaam, ondanks het gedurig luidruchtig aansporen door mijn grootvader waardoor mogelijks menig Gentenaar die langs het trajekt woonde zal gewekt zijn geweest. Op één van die nachtelijke tochten werd mijn grootvader, met ezel en kar, tot staan gebracht door twee politieagenten op nachtpatrouille. Eén van de twee riep hem toe : “We goan eu in contraventie moete pakke”. Toen mijn grootvader verwonderd vroeg: “Woar veure meniere?” kreeg hij prompt als antwoord: “Veur overdreve snelheid”.

Wie het verdwijnen van de vroegmarkt met lede ogen aanzien hebben zijn vooral de herbergiers en de bakkers rond en in de omgeving van de Vrijdagsmarkt. Want van markten krijgt men ook honger en dorst.

Redactie Typisch voor deze vroegmarkt was ook de geluidssfeer. Veel groenten werden toen nog aangevoerd met hondenkarren die geparkeerd stonden in de aanpalende straten. Al die honden, die waarschijnlijk meenden met concurrenten te doen te hebben, blaften tegen elkaar op op een manier die duidelijk liet verstaan wat ze zouden gedaan hebben hadden ze niet vastgelegen aan hun kar, en iedereen weet dat een hond uren aan een stuk kan blaffen zonder moe te worden. Van zodra die karren toekwamen, tot wanneer ze weer weggingen was er een onafgebroken hondengeblaf met als achtergrondmuziek het geroezemoes van de kopers en verkopers. Bewoners van de Waaistraat, Baudeloostraat, etc. die niet het privilégie bezaten te kunnen slapen als een os, mochten vanaf 4 uur hun nachtrust als beëindigd beschouwen.

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 2010

Ghendtsche Tydinghen 1994 – Vol23 N°3

Ghendtsche Tydinghen 1989 – Vol18 N°3

http://www.nieuwsblad.be – Jan Vens (09.04.2017)

https://apidg.gent.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.