Botermarkt

GentBotermarktStadhuisBelfort

Botermarkt, stadhuis en het Belfort begin 19e eeuw
J.J. Wynants (Atlas Goetghebuer)

Oorspronkelijk kreeg het de naam “Paradeplaats”. Niet omdat hier de wapenschouwingen plaatsvonden van de burgerwacht maar wel omwille van de openbare toneelvoostellingen, parades genoemd, die hier werden opgevoerd tijdens allerhande feesten.

De Keure (stadsbestuur en recht) en Ghedeele (erfenis, voogdij en verzoening), de twee schepencolleges van ’t stad, verhuisden van een pand aan ’t Belfort en vestigden zich hier in 1321.

In de 14e eeuw sprak men hier van het “Schotelvat”, vermoedelijk afkomstig van het nabijgelegen Nuwelsteegje. Begin 14e eeuw startte ook de bouw van het Belfort, dat pas rond 1380 zijn voltooiing kende.

De Mammelokker en het Belfort

Het Belfort was het zinnebeeld van macht en de vrijheidszin van de stad Gent. De klokken bepaalden de werkuren van de arbeiders en werden eveneens geluid bij brand of dreiging voor de stad. De documenten waarin de rechten en vrijheden van de Gentenaar beschreven stonden (charters/privileges) worden sinds 1408 bewaard beneden in het secreet, een versterkte overwelfde zaal.

De draak op het Belfort was aanleiding tot tal van verhalen doch ontdekte Julius Vuylsteke in 1872 dat er op de stadsrekening  van 1377 een uitgave van 2312 pond stond vermeld voor het vervaardigen van deze draak. Hij is dus in Gent vervaardigd.

De Lakenhal, de Mammelokker en het Belfort

Palend aan het Belfort is de Lakenhal gelokaliseerd, een ontwerp van Simon van Assche ter vervanging van de oude Wolhal die op de plaats van het St.-Jorishof stond. Als symbool van de economisch welvaart voor Gent startte de werken in 1425 en werden ze voltooid in 1913! Geldgebrek lag eeuwenlang aan de basis van het onderbreken van de bouwactiviteiten.

Omdat de handboogschutters van de St.-Jorisgilde omstreeks 1380 het terrein aan het Belfort ter beschikking kregen om te oefenen, had de stad Gent voor de bouw van de nieuwe Lakenhal een ruil bekomen en kregen de schutters een nieuw terrein op de hoek van de Hoogpoort en de Botermarkt rechtover het stadhuis.

St.-Jorishof, voor 1913 een brouwerij
Gent van toen en nu – Waanders uitgevers

Reeds in 1228, mogelijks vroeger, bevond zich hier de Lakenhalle bestaande uit 2 verdiepingen. De benedenverdieping was geschikt voor het wegen van de wol en van het laken. Op het bovenverdiep waren enkel de handelaars van het linnen toegelaten.  Vooraleer het gebouw werd afgebroken deed het nog dienst als vergaderzaal voor de magistraten.

Maria van Bourgondië legde op 20 april 1474 de eerste steen van een nieuw prestigieus gildenhuis in opdracht van de St.-Jorisgilde nl. het St.-Jorishof, mogelijks het oudste Europese gasthof.

Deze gilde zou haar ontstaan kennen in 1016, bestond uit kruisboogschutters van keurtroepen der gemeentelijke legers en zou hebben deelgenomen aan de eerste kruistocht. In 1727 hield de gilde door financiële en politieke verwikkelingen op te bestaan.

Toen dit vroeggotische gebouw in 1477 was afgewerkt, ondertekende op 11 februari 1477 Maria Van Bourgondië er de Keure, die zelfstandigheid verleende aan de Vlaamse gemeenten met stemrecht voor eigen wetten. De schilden aangebracht aan de voor- en zijgevel stellen de eigendommen voor van Keizer Karel en zouden zijn geplaatst naar aanleiding van het bezoek van Alexander Farnèse op 27 augustus  1585. In 1911 werden de schilden opnieuw aangebracht door Frans Coppejans naar ontwerpen van architect Van Der Schelden.

Op 13 oktober 1943 werd het St.-Jorishof geklasseerd om vervolgens eigendom te worden van de stad Gent.

Toen omstreeks 1500 militaire eenheden parades hielden op het plein, opgericht ter bewaking van de stadspoorten, veranderde de naam in Paradeplaats. Op politiek, militair en economisch vlak had deze omgeving  zich ontwikkeld als “the place to be”.

Zowel politieke manifestaties als volksfeesten konden plaats vinden op dit plein.

Markten begonnen zich in de 15e eeuw te vormen en aanvankelijk kon men er houtskool verkrijgen. Vanaf de 16e eeuw was er de wolmarkt en pas in de 17e eeuw kwam men van het platteland om er boter en eieren te verkopen, wat leidde tot de actuele naam.

Misdadigers werden er publiekelijk tentoongesteld of rondgereden en op stand- of geselplaatsen openbaar gestraft.

In de 19e eeuw lagen drastische ingrepen aan de basis van een metamorfose van de Botermarkt.  De aanleg van de Belfortstraat, het St.-Baafsplein en later ook het Emile Braunplein zorgden voor een meer open karakter door de afbraak van de vele huizenrijen.

Nu doet enkel de naam ons nog herinneren aan vervlogen tijden.

 

—————

bron:

Ghendtsche Tydinghen 1988

Beschrijving van Gent- G. Celis

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s