Baudelopark

Baudelo betekent letterlijk “Bos van Baudewijn”, verwijzend naar Baudewijn VII, Graaf van Vlaanderen van 1111 tot 1119.

Dit bos lag te Sinaai  waar Vader Balduinus, Gentenaar en Benedictijn uit de St.-Pietersabdij, een klooster stichtte. In 1259 kocht dit klooster te Gent een stuk grond en bouwde er een refuge op waar de paters in tijd van oorlog konden schuilen met al hun kostbaarheden en relikwieën.

Het Baudelopark maakte deel uit van de vroegere Waterwijk bestaande uit vele Leiearmen die regelmatig overstroomden. Door het uitgraven van de Ottogracht midden 10e eeuw kwam de Waterwijk buiten de stadsomwalling te liggen doch zal in 1213 bij Gent worden ingelijfd na beloftes van de Vlaamse graaf in zijn strijd tegen de Fransen.

Pas na 1400 brak voor de abdij een nieuwe bloeiperiode aan die, afgezien van nieuwe overstromingen en een financieel debacle in het begin van de zestiende eeuw, zou duren tot in 1578, het jaar waarin de Gentse calvinisten het Sinaaiklooster verregaand plunderden.

Nadat in 1584 hertog Alexander Farnese opnieuw orde op zaken had gesteld in het Gentse en in het Land van Waas, besloten de monniken van Boudelo onder leiding van hun abt, Jacob del Rio, de leeggeroofde en reeds gedeeltelijk ontmantelde Sinaai-abdij definitief te verlaten en zich voortaan te vestigen in hun refugehuis aan de Ottogracht in Gent.

Vanaf 1602 mocht de refugie zich abdij noemen en vanaf dat ogenblik begon het Boudeloconvent aan een triomfantelijke opmars:  de abdijgebouwen werden omgebouwd en verfraaid, een gloednieuw abtshuis met prachtige zeventiendeeeuwse decoraties werd al in de achttiende eeuw verlaten voor een nog meer riante vestiging aan de Steendam. Zowel de kapel als de conventsgebouwen werden ondertussen erg rijkelijk versierd met schilderijen, legwerk, bronzen en stenen beeldhouwwerk, terwijl binnen de abdijmuren de monniken de cultuur van het geschreven woord lieten heropleven in hun poëzie en proza, opgesteld onder meer rond de feestelijke Bernardusherdenkingen.

De Franse overheersing maakte in 1793 een abrupt einde aan de ongekende weelde en ongeremde levensvreugde van de Boudelocisterciënzers, die duidelijk hun ideaal van armoede hadden verlaten, maar voor wie evenwel in het voordeel pleit dat zij steeds oog hadden gehad voor de armoede van de bevolking rondom hen: de Boudelopoorte was in het Gentse voor elke steunzoekende arme een begrip geworden. Op 31 oktober 1797 werden de kloosterlingen manu militari uit hun klooster verdreven en de hele voormalige abdijsite ging een nieuwe rol tegemoet.

De oude abdijgebouwen aan de Ottogracht werden in dienst genomen als Ecole Centrale (Lycée, 1804), later onder het Hollands bewind als koninklijk College (1815) en tenslotte in het Belgisch Koninkrijk als het huidige Koninklijk Atheneum (1852). De abdijhovingen werden omgevormd tot een prachtige Botanische Tuin, een ontmoetingsplaats voor de ‘beau monde’ van de Stad Gent. De kerk, die onder de Fransen eerst Tempel van de Rede en naderhand bibliotheek van het Scheldedepartement was geweest, werd onder de Hollanders eerst een stadsbiblitheek (4 juni 1805) en nadien ook een universitaire bibliotheek. Deze laatste functie zou ze pas verliezen na het optrekken van de Boekentoren in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Het abtshuis aan de Steendam, dat tussen 1806 en 1845 had dienstgedaan als ambtswoning van de Gentse bisschop, werd omgevormd tot een middelbare school.

De vermaarde plantentuin behoorde toe aan de Centrale School, opgericht door de republikeinse hervormers om de jeugd te onttrekken aan de invloed van de kerk om zo meer aandacht te schenken aan kennis, onderzoek en experimenten. Wie wou kon zich hier informeren wat betreft nieuwe planten en zich laten bijscholen in de landschapstuin die het eerste wandelpark zou worden van Gent. De kerk fungeerde als bibliotheek en het klooster als school. Na de Jardin National des Plantes te Parijs was de plantentuin van het Baudelo met zijn 700 geslachten en 2000 soorten het rijkst begiftigd in Europa. In 1903 verhuisde deze universitaire plantentuin naar de Karel Ledeganckstraat in de buurt van het Citadelpark.

De Baudelokaai loopt van de Minnemeersbrug tot aan het Steendam. Het grenst aan het Baudelopark en zal grotendeels verdwijnen na de verwezenlijking van dit vernieuwd stadspark.

De aanleg van deze straat geschiedde pas voor de eerste wereldoorlog. Dit gebeurde naar aanleiding van de haventrafiek aan het Stapelplein. Verschillende straten werden aangelegd om een gemakkelijke verbinding te verkrijgen van de binnenstad met het havengebeuren.

De plannen liggen klaar waarbij het park zich zal uitstrekken tot aan de oevers van de Leie. Verlaagde kaaimuren, zitranden aan  het water, nieuwe paden en bomen, bloeiende kruiden … we kijken er naar uit. Reeds op 1 oktober 2007 werd aanvang genomen met de werken voor een verlaagde kaaimuur met aanlegsteiger in de buurt van de Minnemeersbrug. Begin januari 2021 begon een aannemer met het slopen van de kademuren. Enfin, zal de Gentenaar denken. Hoe lang spreken ze al niet van deze omgeving in een nieuw kleedje te steken? We zullen zien, zei de blinde, en hij zag niet … .

In elk geval, eens het project verwezenlijkt zal het de omgeving een nieuwe, aangename inkleuring geven met een knipoog naar de eertijdse ontwikkelingen aan de Graslei.

Vermelden we nog dat deze buurt was gekend voor zijn textielnijverheid cfr. het MIAT-museum waar zowel arm als rijk er hun woonst bezaten. Talrijke drankgelegenheden zorgden voor het nodige vermaak.

Weetje: Op 7 december 1909 ontving Leo Henricus Arthur Baekeland (Gent °14.11.1863 – †23.02.1944 Beacon, New York) onder nummer 942699 het zogenaamde Heat and Pressure-patent voor het bakeliet. Deze chemicus was ondermeer uitvinder van het bakeliet en het Velox-fotopapier.

Geboren in Gent als zoon van een herbergier/schoenmaker genoot hij dankzij een studiebeurs middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht. Op 21-jarige leeftijd behaalde hij reeds het doctoraatdiploma summa cum laude aan de Gentse Universiteit. In 1891 emigreerde heer Baekeland naaar de Verenigde Staten.

Een krantenartikel verschenen in 1937:

Ambtelijke vandalen aan ‘t werk. Is de Baudeloo-tuin bedreigd? De Bakermat der Gentsche Floraliën in gevaar?

We willen nog gelooven dat het niet waar is… De Baudeloohof, zooals de Gentenaars dit heerlijk stadspark noemen, zou gevaar loopen door de ongehoorde domheid van het Stadsbestuur, in een soort zandpleintje voor spelende kinderen te worden herschapen. De oude Gentenaars zullen zich den prachtigen kruidtuin van vroeger wel herinneren, met zijn broeikassen, zijn vischvijvers, zijn hooge strenge orangerie, zijn lommerrijke dreven, zijn hagenhof die langs het water der Reke naar den Peerdenmeersch liep. Wie, vóór zoo’n vijf en dertig jaren, ging niet kijken naar de groote VictoriaRegia-bloem, die in een groenen serreschemer in diep geheim baadde? Welke jongen van Sint-Jacobs heeft geen “tiene” gespeeld rond de “mosterdpot” met den steenen kop van Lineus op?

‘t Was uit de lage glazen broeikassen dat de bloemen kwamen die voor de eerste Gentsche Floraliën in zaal “Frascati” zouden dienen. Het was een oudekloostertuin, die der Baudelooheeren, en met zijn hooge taxisboomen, zijn lorkehagen en zijn tuilige eeuwenoude sequoa, had hij nog veel overgehouden uit den tijd der ingetogenheid der klokken en der gebeden. Toen de Kruidtuin naar het Park verhuisde maakte men er een stadspark van, ten koste van heel wat ruwe verminkingen…, toch bleef nog steeds iets leven van de vroegere plechtige schoonheid.

En nu?“Gekken in de piste!”Men vertelt ons dat men het grasplein met zijn rozenpark wil veranderen in een zandpleintje dat als speelplaats dienen zal voor de kinderen? Wat is dat voor een gekheid? De oude wijk van Sint-Jacobs is geen volkswijk, zoodat men werkelijk de kleinen van heinde en ver zou moeten optrommelen om te komen stoeien en ravotten op een plekje van anderhalve vierkante roedoppervlak. De Baudelootuin ligt midden een burgerswijk, bijna volkomen met huizen ingesloten; zullen de menschen daar in een eeuwigen zandstorm moeten wonen? Of moeten we ‘t nog eens aan ‘t klokzeel hangen dat het speelplein van het huidige Scheldeoord enkel dient om kattenvrijerijen en dat er geen enkel kind op spelen komt? Dat het speelplein der Brugsche poort verdween omdat het weldra een onooglijke vuilhoop geworden was? Zou er soms niet een platte “intrigue” onder schuilen?

We kennen iemand, die den beroemden hof een soort ziekelijken haat toedraagt; dat is één. Die reeds bewijzen heeft gegeven van buitengewonen machiavelischen aanleg in ‘t klein. Die op voorhand weet dat het zandpleintje weldra een modderpoeltje zou worden, en dan zeer gemakkelijk de gemeente zou overhalen het zijne bestemming af te nemen, om er eenvoudig… bouwgrond van te maken. De moord op den Baudeloohof wordt trapsgewijze ingericht. Wij zeggen: dat komt niet! De Baudelootuin is een historisch monument. De vandalen, wie ze ook mogen wezen, moeten er met de pooten afblijven. Zooniet zullen we zoeken tot we den waren draad der verdachte “intrigue” in de hand krijgen.En dan zal er meer stof opwaaien dan het vuile zandpleintje “in spe” ooit zou kunnen doen. J.F.

———-

Bronnen:

http://www.boudelo.be

ghendtsche tydinghen 2007 – Vol.36 nr.5

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.