Moerkinderen

GentbrandweeroudGDDJH-Fb

Brandweerwagen – Gent door de jaren heen – Fb

Gent bezat vroeger een wacht of gilde die ter hulp kwam bij brand. Dit werd waargenomen door de “moer- of moorkinderen” onder leiding van een “moerkoning”. Die moerkoning mag je vergelijken met een politiecommissaris.

“Moerkint” wordt volgens de middelnederlandse betekenis ook wel ribaut genoemd en is de benaming voor een lager ambtenaar in bepaalde steden. Zo waren er in Gent de nachtwaker, de straatveger, de mestraper, de marktmeester, etc.

De torens van de St.-Niklaaskerk en vanaf de 14e eeuw het Belfort bevolkten tijdens dag en nacht brandwakers. Bij vermoeden van brand werd de werkklok geluid en duidde een zwaaiende lantaarn de richting aan waar de brand woedde.

gentbrandweergoddynjacquesfb

Brandweeer Gent – Goddyn Jacques – Fb

Tijdens de 16e eeuw waren er wijkwachten actief door de gebuurten gefinancierd ter aanvulling van de centrale brandwacht . Elk uur van de nacht riepen zij “Wacht uw vuur en kaarslicht wel, de klok slaat … uur”.

Bij brand liep één van de bewakers vliegensvlug naar beneden om de overheid en de koning van de moorkinderen te waarschuwen. Dat was een politieambtenaar van een vast korps die verscheidene opdrachten uitvoerde als controle van vreemdelingen en vrouwen van lichte zeden, toezicht op de netheid van de straten tot leiding geven bij bluswerken.

Vervolgens liepen de verantwoordelijken richting de “emmerkelder” onder de zaal van het schepenhuis. Aan de brand gekomen vorderde de koning van de moorkinderen mensen op die verplicht waren mee te helpen om de brand te blussen. Zoniet riskeerden zij een zware straf. Anderzijds was er een tegemoetkoming voor alle helpers.

Ook de kloosterlingen, die ook blusmateriaal in bewaring kregen, zagen zich verplicht hulp te bieden door het blusmateriaal aan te voeren. Vooral werklui die gewoon waren op ladders te klimmen als er waren  de metselaars, ticheldekkers, schippers en schaliedekkers werden opgeroepen om deel te nemen aan de bluswerken.

gentbrandweer

Stoompomp 1874 – Kroonblaadje jg.11 nr.4 1989-1990

Het water zelf werd in grote “tinen” aangebracht. Dat waren tonnen die onderaan veel breder waren dan bovenaan bestaande uit 1 bodem. Door middel van een draagstok die tussen 2 ringen stak bovenaan de ton bevestigd kon de tin(g) verplaatst worden.

Bij grote branden was het vooral de omgeving die moest gevrijwaard blijven van vuur. Brandhaken bestaande uit lange sparren met een haak trokken de naburige strodaken en ander delen van de huizen omver.

P. Jonglas beschrijft hetvolgende in zijn boek “Beschrijving der stad Gent voor de jeugd” uit 1834: “Tegenover het Stadhuis had men de wacht der Pompiers, in 1752 opgerigt, vroeger Pandoers genoemd. Hunne dagelijksche soldij bestond in een stukje geld ter waarde van tien oortjes, hetwelk nog den naam van Pandoertje heeft behouden”.

Gentbrandblusemmerinledersint-pietersdorp

Gent lederen brandblusemmer (museum van volkskunde)
http://www.sint-pietersdorp.be/ppts/gen

Tijdens het Franse bewind werd elk lid aangewezen waar hij zich bij een ramp naartoe moest  begeven.

In 1802 herbergde het Gents stadhuis al het blusmateriaal eigendom van de stad. Naar het voorbeeld van Parijs en Brussel was in  1804 de “garde municipale” of stadswacht verantwoordelijk voor brandgevallen. Dat bestond aanvankelijk uit 60 man om uit te groeien naar 100 man. Dit mag als het eerste brandweerkorps van Gent beschouwd worden.

Sinds 1809 was er een bestendige wacht die in het Capucijnenklooster verbleef. In 1811 verbleef de stadswacht aan de Hoogpoort en van 1830 tot 1891 in het Geraard Duivelsteen.

gentbrandweerheidirogierfb

Brandweer Gent – Heidi Rogier – Fb

Het blussen van branden was gebaseerd op het principe dd. 1672 van Jan van der Heyden, een Nederlands tekenaar, schilder en uitvinder. In 1874 was er de stoompomp en vanaf 1924 deed de brandweer beroep op de motorpomp.

In 1880 zorgde de aanleg van een waterbedelingsnet voor een verdere bereikbaarheid van de spuitslangen omwille van de hogere druk die werd ontwikkeld.

Rond 1909 reed er een eerste brandweerauto rond. Waar voordien het paard alle werk moest opknappen, kwam het sindsdien minder in beeld bij interventies.

———-

Bron:

Kroonblaadje: jaargang 11 – nr. 4 – 1989-1990