Rabot

GentRabotJVerplancken2

Het Rabot verwijst naar de versterkte sluis aan de brug over de Lieve. Het is gebouwd in 1489 als triomfpoort op de plaats waar de Lieve de muren van de stad bereikte. De eerste steenlegging gebeurde op 13 juni 1489 door Jan van de Kethulle, voorschepen van de Keure.

Op de Lieve alwaar de “Drie Torekens” werden gebouwd bevond zich voordien reeds een sluis nl. het Rabot te Sersanderswalle, later gekend als “Hof ter Walle” en “Prinsenhof”. Die sluis was opgericht naar de plannen van een “erfscheedere” of landmeter.

Vandaag refereert het Rabot naar het middeleeuws gebouw, een torenversterking van de stadsomwalling waar de Lieve de vestingsgordel omheen Gent doorsneed.

In 1488 boden de Gentenaars hier weerstand aan het leger van Keizer Frederik III en zijn zoon Maximiliaan die na 40 dagen gedwongen waren de strijd op te geven en terug te keren. Om dit te vieren werd de sluis die het beste weerstand had geboden versterkt. De voorkeur ging uit naar de “Sluyse” of  het “Rabot”.

Dit versterkt bouwwerk, opgericht in Balegemse steen, bestaat uit twee dikke ronde torens verbonden door een rechthoekig gebouw dat hangt over de Lieve. Het liet toe door middel van een valhekken het varen op deze waterloop te belemmeren. “Rabot” verwijst immers naar de eikehouten planken van zo’n twee duim (2.54 cm) breed die over elkaar gerabat (in de lengte voor een deel over elkaar gelegd) werden om in zijn geheel weerstand te bieden tegen de waterdruk.

De gebouwen bestaan uit een souterrain en een gewelfde benedenverdieping, daarboven zijn zolders. Het dak van de torens is conisch. Dat van het centraal gedeelte wordt langs beide zijden gevormd door een trapgevel. De muren zijn doorboord door 35 schietgaten en 28 kleine venstertjes.

Een inscriptie, in reliëf gebeiteld in twee blauwe stenen, geplaatst aan de buitenkant van het hoofdgebouw met trapgevel, herinnert aan de strijd met Keizer Frederik III in 1488:

Int jaer veertien hondert achtentachtentich mede

In wedermaent den vyfsten : Sacramentsdach claer

So slouch de roemssche keysere voor Ghend de stede

In Everghem:ende lach er veertich daghen naer

De roemssche coninc : lach oec voor de stede daer

Bachten walle laecht plat doe: maer het viel ten besten

Binnen derden daghe: sach mer scoen eerdin vesten

Huut dien: als men neghenentachtentich seyde

In wedernaent dertiene: saterdach waerachtich

An dit weerc men doe: den eersten steen hier leyde

Bij den regierers : al doe in wette voordachtich

In meenynghen : de stede tommemuerne crachtich

Naer den uutwqsene: begonnen dees weercx present

In bescudde : den goeden insetene van Ghend.

Tussen de twee inscripties bevindt zich een schild met de Gentse leeuw, gebeiteld in een witte steen. Volgens een passage uit de stadsrekeningen, werd deze steen in 1490-1491 geschilderd en verguld door “Jooris de schildere”.

Gent Rabot tekening

Eenmaal geconstrueerd diende tolrecht te worden betaald om via de Lieve de stad in te varen en Rabothouders betaalden huur met het voorrecht een visje te mogen vangen. Particulieren konden deze kleine vesting huren. De functie van sluismeester werd in aanbesteding gegeven.

Dit fiere monument, getuigenis van het Gents onafhankelijkheidsstreven, was in 1798 als onderdeel van de stadsvesten door de Fransen tot eigendom van de staat verklaard. Geconfiskeerd met andere woorden. In 1807 werd het te koop gesteld door het Franse bewind. Gent mocht en kon dit terug in eigendom verwerven, tegen betaling uiteraard.

Het Rabot heeft in de loop der jaren talrijke bestemmingen gekend.

Van 1820 tot 1825 werd een deel ervan gebruikt als kruitmagazijn en niet zelden lag er meer dan 5.000 pond buskruit opgestapeld.

In 1830 werd er een ijskamer ingericht, een ander deel van het gebouw werd betrokken door een bureau van het Stadsoctrooi.

GentRabotJVerplancken

Het Rabot werd gerestaureerd in 1860. Om de brug te verbreden heeft men het ongelukkig idee gehad een deel van de voorgevel van het hoofdgebouw weg te nemen. De waterloop die achter het Rabot liep werd gedempt in 1872. Het valt te betreuren dat men toen het onderste gedeelte van de constructies die in de grond bedolven zitten, niet heeft vrijgemaakt, zoals men komt te doen voor het Gravensteen. Zoals het nu bestaat, vormt dit verdedigingswerk een interessant specimen van de militaire architectuur van de XV e eeuw.

Na 1870 was het Rabot niet meer tot nut. In 1872 werd vervolgens de Lieve gedempt waardoor het Rabot zijn functie als versterkte sluis verloor.

16 augustus 1872. Bij graafwerken aan het Rabot en de Begijnhoflaan zijn een aantal grafzerken uit de bedding van de rivier gehaald. Ze zîjn afkomstig van het Sint-Jacobs en het Sint-Niklaaskerkhof.

11 november 1872. Men legt de grondvesten van het station van de ringsspoorweg op de Blaisantvest (Het station Rabot).

3 december 1873. Het Staatsblad kondigt aan dat de sektie van de ringspoorweg van de Dampoort tot aan het Rabot vanaf 1 december 1873 in gebruik is voor het vervoer van goederen. De bouw van een station aan het Rabot zorgde voor een verhoging van de straatweg waardoor de voet van de Rabottorens was ingedolven en aan het zicht onttrokken.

In 1918 liet de “Metall-Ankaufskomm~sion der 4. Armee” zijn ogen vallen op de 2 onschuldige weerhaantjes met de wapens van Gent en Vlaanderen, die in 1489 gesmeed werden door Gislain de Bellemaekere. Conservator Alfons Van Werveke kon gelukkiglijk het weghalen ervan verhinderen.

Momenteel zijn er een vergaderzaal in ondergebracht met vermaakruimte en sanitaire voorzieningen. In aanwezigheid van een gids kan het Rabot bezocht worden.

De omgeving  van het Rabot ondergaat momenteel een ingrijpende verandering. Het slopen van de verouderde woonblokken uit de jaren ’70 zal plaats maken voor 8 kleinere eigentijdse flatgebouwen. In clusters (bij elkaar horende groep) worden de blokken opgedeeld met gemeenschappelijke privétuinen. Er zijn 6 parkeerplaatsen voorzien per 10 gezinnen. Het verlengstuk van de Lieve wordt een openbaar parkje. Vanaf 2015 starten de eerste bouwwerken om tegen 2023 alles te hebben afgewerkt.

Merkwaardig is dat het Rabot voor Keizer Karel een herinnering was aan de nederlaag van zijn grootvader en overgrootvader. Toch ontsnapte het aan zijn maatregelen waar in 1540 het ganse machtsapparaat van de Stad door getroffen werd. Hij liet het Rabot en zijn site ongeschonden.

———-

Bronnen:

Ghendtsche Tydinghen 2017 – Vol 43 N°3

Ghendtsche Tydinghen 1981 – Vol10 N°1/N°5

Ghendtsche Tydinghen 1980 – Vol9 N°6

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.