’t Zal wel gaan

Het taalminnend studentengenootschap ” ’t Zal wel gaan” is de oudste studentenvereniging aan de Gentse universiteit. Het is opgericht op 21 februari 1852 aan het atheneum. Eén van de stichters, Julius Vuylsteke, samen met enkele vrienden en aangemoedigd door hun leraar J.F.J. Heremans, zullen de strijd aanbinden tegen de verfransing. Wat later zal “t Zal” een bond voor hogeschoolstudenten worden.

Sedert enkele jaren kent ze opnieuw een nieuwe bloei en heeft besloten, naar de aloude traditie onderbroken in 1970, een gerenoveerde studentenalmanak uit te geven, anno 1981. Hij kost 250 fr. en is verkrijgbaar St.-Pietersnieuwstraat 118, Gent. Deze almanak gaat aldus zijn 61e jaargang in en is opgedragen aan wijlen Jullus Vuylsteke (stichter) en aan wijlen prof. dr. Jan Dhondt, eminente historicus en oud lid van ’t Zal wel gaan.

Vuylsteke was de verdediger van de eenheid tussen Vlaamsgezindheid en vrijzinnigheid. Dhondt daarentegen ijverde vooral voor de belangen van het arbeidersvolk en voor de ondergang van het fascisme. Behalve de soms venijnige nieuwtjes worden de toestanden in de jaren 1920 tot 1930 (vernederlandsing van de R.U.G.) uitgebreid uitgegeven.

GENTILE COMHAIRE, leverancier van “’t Zal wel Gaan”

Wij kregen de gelegenheid het getuigschrift, verleend door ’t Zal wel Ghaene aan de heer Gentile Comhaire, te bekijken. Een curiosum? Mogelijk. Het dateert van den 22e Wintermaend LIX, na “’t Zal wel Ghaene” of 22 december 1911. Gentile Comhaire (°1880) baatte in de Dampoortstraat een beenhouwerij uit. Deze was gelegen tussen de huidige Bastion- en de Jan van Gentstraat. De kwaliteit van zijn geleverde hooftvlacke was, hetgeen blijkt uit het getuigschrift, bij de leden van het studentengenootschap bijzonder in de smaak gevallen. Comhaire mocht de adellijke (sic) titel “Leverancier van ’t Zal wel ghaene” op den ghevel sijner Huuze aanbrengen.

Het taalminnend studentengenootschap “’t Zal wel Ghaene”, oorspronkelijk een vereniging van de atheneumleerlingen, werd op 21 februari 1852 onder impuls van J .F.J. Heremans door de studenten Victor van Wilder, Isidoor Haemelinck en Julius Vuylsteke opgericht. De zitting, waarop de hooftvlacke werd verorberd, greep plaats in het lokaal Den Haene op het Sint-Baafsplein waar de tripel uitstekend is. Het toenmalig bestuur bestond uit Adriaan Martens-voorzitter, Rob De Man-eerste schrijver, De Braey-tweede schrijver, E. Colle-schatbewaarder, Smissaert-boekbewaarder, R. de Decker-vaandrig en Reymans-commissaris. Het getuigschrift werd ondertekend door Adriaan Martens, Cies van Ghend en Bob. Cies van Ghend was eertijds het pseudoniem van Napoléon Destanberg.

Wie in 1911 onder ditzelfde pseudoniem schuil ging hebben wij niet kunnen achterhalen. Bob is wellicht Rob(ert) De Man, de eerste schrijver of secretaris. Adriaan Martens, °Bocholt 3 juni 1885 – †Astene 26 september 1968), zoon van een sluiswachter van het Kempisch kanaal, volgde middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen. Hij maakte er deel uit van de kring waartoe ook Hendrik de Man en Ant. Picard behoorden en die de kunstzinnige invloed van Pol de Mont onderging. In dit milieu groeide zijn radicale Vlaamse overtuiging met een sterk vrijzinnig accent. Adriaan bleef lange tijd een kernfiguur van de Vlaamse strijd. Hij studeerde in 1911 als arts af aan de Gentse universiteit. De toenmalige voorzitter van het ‘Medisch Genootschap’, prof. Leboucq, bestempelde hem als één van “les intellectuels de Lootenhulle et de Zoutenaaie”, die de universiteit wilden vervlaamsen. Op 22 augustus 1912 huwde hij Jeanne Vercouillie, dochter van filoloog-hoogleraar J. Vercouillie.

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1997 – Vol26 N°5

Ghendtsche Tydinghen 1982 – Vol11 N°1

Ghendtsche Tydinghen 1977 – Vol6 N°1