Vismijn

Rechtover het Gravensteen aan de zuidwestzijde van het Veerlepleintje is de Oude Vismijn terug te vinden. In eerste instantie vond de vismarkt plaats op de huidige Groentenmarkt maar vanaf 1689 “begonst men te maecken der nieuwen vischmarkt dewelke schrikkelyk veel geld gecost heeft”.

De vismijn zelf is opgericht door de stadsbouwmeester A. Van der Linden naar de plannen van Arthur Quellyn. De voorgevel is versierd in Rococostijl met 2 levensgrote beelden naar de hand van A. Pauli die respectievelijk de Leie en de Schelde voorstellen. Boven het fronton waarin het wapen van Gent prijkt praalt de Zeegod Neptunus, een kunstwerk van Guy Helderberg.

Vanaf 7 juni 1690 begon de verkoop van vis hier aan de Vismijn.

Capture d’écran (2214)

Bijna tweehonderd jaar na de ingebruikneming van de mijn werd het gebouw door een zware brand geteisterd. Dit gebeurde in de nacht van 8 op 9 december 1872. Als gevolg daarvan moesten de visverkopers weer voor korte tijd hun handel in de open lucht bedrijven.

Het huis boven de ingang van de Vismarkt, waar de te-kenakademie van de heer Pinnoy is gevestigd, is door de brand vernield. Het beeld Neptunus is erg beschadigd. De schade wordt geraamd op 12000 fr (298€). De monumentale ingangspoort van de Vismarkt werd gebouwd in 1689 naar een tekening van Arthur Quellyn. Het beeld Neptunus was van G. Helderbergh van Gènt, de dolfijnen waren van Van Poucke van Diksmuide en het beeld Leie en Schelde van Paoli van Antwerpen.

Het gebouw werd wel in de loop van de volgende jaren hersteld. De voorgevel was er echter door de brand en natuurlijk ook door de ouderdom zo erg aan toe dat men besloot hem volledig naar het oorspronkelijk ontwerp te herbouwen. De drie monumentale beelden werden toen nieuw ontworpen en gebeeldhouwd. Acht jaren nadien waren ze klaar.

Op zaterdag 17 januari 1880 lezen we in De Gazette van Gent: “De beeldhouwwerken aan de ingang van de Vismarkt staan op het punt om voltooid te wezen. De heer Karel de Kesel legt de laatste hand aan zijn werk. De zijstukken zijn de zinnebeelden der Schelde en der Lei, voorgesteld door een naakte man- en een naakte vrouwfiguur”.

Toen de beelden begin februari op de voorgevel werden geplaatst en het vernieuwde gebouw weer zijn functie van overdekte markt kon vervullen, gaf deze gebeurtenis aanleiding tot enkele straatliederen. Vooral de naakte likchamen kregen daarbij grote aandacht.

Het eerste lied is door een anonieme volksdichter gericht tot Nette, een van de viswijven die in de mijn haar “breutje” wint:

Dat zijn toch slechte tijen

Waar gaat de wereld nu noar toe

Hoe est ons Heere nog niet moe

’t Es wreed, ‘ken weet niet hoe!

De Schelde en ook de Lije

Ze staen er alle twee, nie waer,

Lijk Adam en Eva daar,

Zoo padder moeder klaar(1)!  

Refrain: Nette, mijn kind

Och tjumenist(2) wa spijt,

De Vischmort waar g’uw breutje wint

Es al zijn eere kwijt!

De Schelde al op zijn zije,

Die ligt precies lijk Pier-la-la

Mee zijn twee billekens bloot, ja, ja,

Zoo, Nette, hoe vind de dà?

En tans(3) madame de Lije,

Die zit te visschen aen een sluis,

Er es wà pak aan, snel en struisch,

Daar bij mama es ’t huis(4).

De menschen roepen ’t wrake(5)

We staan te zweeten op ons stal

Van kère(6) en van ‘k en weet niet al,

We beven overal,

Tot zelfs beneden stake(7),

Waer dat men nie is gauw verveerd,

Die zegt men ook geaffronteerd,

’t Es niet gepermetteerd.

Daer was er lest een kwezel,

Die als ze zij de Schelde zag,

Zij zeker, ‘k zeg het zonder lach,

Dat zij haast kwalijnk lag,

Ze botstege op mijn ezel,

En alle twee, dat was wat straf,

Die rolden zij in eenen draf,

De Veereplassen(8) af.

Dat kan alzoo nie blijven,

We doen een toerken(9) in ’t gemeën,

We leggen wij ons eens bijeen,

We kopen onderreen,

De visch en groenselwijven,

Een rok en jakke voor de Lei,

Een broeksken voor de Scheld daarbij,

Is (10) ons consciente vrij.  

Noten:

(1). klaar: naakt.

(2). tjumenist: een bastaardvloek.

(3). tans: tons, dan.

(4). Misschien betekent dit: bovendien ze (d.i. de Leie) voelt zich thuis.

(5). Spreken er schande van.

(6). kère: bet. mij niet bekend.

(7). beneden stake: waar men het slachtafval in de penshuisjes verkoopt.

(8). Veereplassen: St.-Veerleplaats; plassen: cf. Fr. place. 

(9). Toerken: geldinzameling.

(10). Is: lees: en daardoor is …

065

 Dit tweede lied van een anoniem gebleven zanger, is gedrukt op een in februari 1880 verspreid blad in folio-formaat dat slechts langs één zijde bedrukt is. Het telt twee kolommen en bevat naast de tekst getiteld “De Nieuwe Vischmarkt” ook nog een als bladvulling bedoeld lied over de vraag of een blond-of bruin-harig meisje te verkiezen is. Het lied over de nieuw geopende vismijn – waar blijkbaar niet alleen vis maar ook groenten verkocht werd – werd gedrukt bij Van Paemel in de Violettestraat, de bekende drukker van zovele markt- en straatliederen. Ook deze tekst werd in dezelfde februarimaand te Gent gezongen en verkocht.

De nieuwe Vismarkt

Er is weeral wat nieuws in Gent,
Dat ik U zal bezingen,
Omdat ik weet als dat het volk
Veel houdt van nieuwe dingen:
Het is van de overdekte merkte,
Die men nu heeft doen bouwen,
Voor vischverkoopsters groot en klein
En ook voor groenselvrouwen [bis]

’t Was vroeger al in de open lucht,
En al de groensel vrouwen,
Die klaagden dat ze in zomertijd
Niets frisch en kosten bouwen.
Zij riepen dat het Stadsbestuur
’t Niet langer moogt gedoogen;-
Dat wortels, raap en seldere
Alzoo stond te verdroogen. [bis]

Des winters was ’t een ander spel,
En was het zoo gebleven,
De vischverkoopsters op den duur
Die waren al versteven.
Ze konden spijts hun lollepot(1)
Van koude zch niet stuipen(2),
En blieken, paling, alles
lag Vervrozen in de kuipen. [bis]

Maar al’t verdriet is nu gedaan;
Nu hoort men niet meer klagen.
Van regen, koude of zonneschijn,
Of eenige and’re plagen.
Want vischverkoopsters oud en jong,
En heel het groensel rasken,
Die zitten in de nieuwe merkt
Als in een glazen kasken. [bis]

En boven d’ingang van de mijn
Ziet men Neptunus prijken,
Waar de Engelschmans soms uren lang
Als uilen staan op kijken.
Maar ‘k denk, wijl zij nu toch het geld
Gaan scheppen met heel hoopen,
Dat zij Neptunus, hun patroon,
Een broek zoûn mogen koopen. [bis]

Ik hoop, men zal niet lijk weleer,
Daar heele dagen kijven,
Want ieder visch- of groenselvrouw
Moet op haar stalken blijven.
En al wie volgens ’t reglement
Zich daar niet wil gedragen,
Die gaat de mammelokker(3) in
Tot einde van haar dagen [bis]

Noten

(1) lollepot: pot met gloeidende houtskool die ’s winters onder de rokken van de vrouwen werd geplaatst en het dankbaar onderwerp van heel wat min of meer erotisch getinte marktliederen: cf. W.L. Braekman, Hier heb ik weer wat nieuws in d’hand. Marktliederen, Rolzangers en volkse Poëzie van Weleer(Gent, 1990), pp. 101-128.

(2) stuipen: bukken.

(3) mammelokker: stadsgevangenis. 

gentwater3 005

Volgens priester G. Celis is het beeld van de Schelde gemaakt naar het portret van een “Gentschen typ van dien tijd” Pruke Dossche. Hij vertegenwoordigde de fabrieksarbeiders tijdens de oproer in 1839 wegens de loonverlagingen en de werklozen waardoor hij een beetje als een volksheld werd aanzien. Zelf had hij een wilde haardos met grote bakkebaarden.

Net als in het Groot Vleeshuis waar binnen enkel het beste vlees te verkrijgen was kon je in de Vismijn enkel de beste vis kopen. Voor de veiling van de vis was er zowel binnen als buiten een “Myn-huyseken” ontworpen door P. De Broe die ook de pomp op de Groentenmarkt ontwierp.

Capture d’écran (3171)

Vanuit het kapelvormig huisje riep de mijnmeester het volk toe. Rond het “roephuisje” verzamelden zich de visliefhebbers waarna de vis kon worden verkocht. In deze “buitenmijne” of “burgermijne” kon de gewone burger vis verkrijgen van mindere kwaliteit nl. riviervis + 1/10 van de aangevoerde zeevis.

In 1875 startte de bouw van een overdekte vis- en vleeshal. Een revolutionaire waterpomp met gasmotor werd in 1887 geplaatst om over voldoende spoelwater te kunnen beschikken. Het transport van visafval gebeurde toen nog met open karren die dwars door het stad reden.

De vis-, vlees-, pluimvee- en groentenmarkt zou vanaf 1903 ondergebracht worden in één grote markthal. Reeds tussen de 2 wereldoorlogen in nam de verkoop af. Handelaars hadden meer baat bij particuliere verkoop waar hun koopwaar gestockeerd werd.

gentfoto's1 003

In 1963 werd er de laatste vis verkocht. Nadien deed het dienst als garage, een car-wash, bandencentrale, bowling en parkeergarage. In 2004 kwam de Oude Vismijn in handen van de Stad Gent. Onder de vleugels van architectenbureau Bontinck, projectontwikkelaar “Lofting Group” en bureau Denc verrees in november 2010 een nieuw Vismijncomplex. Nu is er horeca in ondergebracht, is de toeristische dienst er actief, zijn er 2 multifunctionele zalen en een jaagpad met voetgangersbrugje.

Gentvismijnjverplancken
Vismijn – J. Verplancken (Fb)
gentvismarktclaudeFaseur
Vismarkt – Claude Faseur

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1980 – Vol9 N°6

Ghendtsche Tydinghen 2002 – Vol29 N°2

Albert Sugg en de Belle Epoque in Gent:série 1 (59) Het St.-Veerleplein

http://www.weekend.knack be

http://www.gentbrugge.blogspot.be