BRUGGEN

425

Het roemrijke verleden van Gent steunt op zijn ideale ligging aan de samenvloeiing van de Leie en de Schelde.

Een overvloed aan grachten, kanalen en andere waterlopen zorgden geregeld voor de nodige overlast als overstromingen. Daar het met de hygiëne niet nauw werd genomen braken regelmatig ziektes uit. Gent zag zich verplicht een waterregeling uit te werken waar het controle had over de vele waterkanalen tot doel overstromingen te voorkomen en de uitbraak van ziektes te vermijden.

486

In 1567 noteerde Guicciardini in zijn Beschrijving der Nederlanden dat Gent meer dan 300 bruggen telde. Door de jaren heen verdwenen dan ook vele waterwegen alsook de bruggen die hun overspanden. Vraag is natuurlijk in welke grootte Gent wordt gezien?

gent11 005

“Ghendtsche Tydinghen” van 15 januari 1987 vermeldt dat op een panoramisch zicht van 1534 er 23 houten en 43 stenen bruggen te zien zijn zonder deze van de stadspoorten meegerekend. Het plan Goethals uit 1796 heeft het over 22 houten en 48 stenen bruggen op naam niet meegerekend de 18 bruggen van de stadspoorten en allerlei brugjes zonder naam. In 1857 schreef Steyaert : “De rivieren en vaarten verdelen de stad in 26 eilandjes door 88 bruggen verbonden.

Gent telt in 1975 een 44-tal bruggen (hierbij zijn enkele bruggen gebouwd in de tweede helft van de negentiende en in de twintigste eeuw, zoals de bruggen over het Verbindingskanaal, de Albertbrug, enz.). In 1843 telde Gent 70 bruggen waarvan 28 houten bruggen en 42 stenen bruggen. Meer dan dertig bruggen zijn dus verdwenen. We hebben reeds gezien, dat in de 19e eeuw de administratie een zeer beperkte omvang had. Om dit probleem te verhelpen werden heel wat diensten verpacht zoals het brugdraaien. Nu waren er te Gent drie soorten houten bruggen : de rijksbruggen (9 bruggen op de Leie), de provinciale bruggen (5 bruggen op de Coupure) en bruggen die door de stad werden onderhouden. Elke overheid verpachtte zijn bruggen. Bracht de verpachting van de stedelijke bruggen in 1840 slechts 561fr (14€) op, voor 1843 bedroegen deze inkomsten reeds 842fr (21€). De pachtprijs hield natuurlijk verband met de drukte van de scheepvaart. Zo werd de Muidebrug in 1843 verpacht voor 265fr (7€) , de Dampoortbrug voor 150fr (4€) , de Verlorenbroodbrug voor 87fr (3€), maar de Halsbrekersbrug op het Meerhem slechts voor 5fr (0.12€) en de Oordeelbrug aan het begin van de Houtlei aan de Lindenlei slechts voor 1fr (0.02€). Dit alles natuurlijk per jaar.

Als waterstad wil Gent de pleziervaart volop kans geven in de binnenstad. Oude waterwegen worden opnieuw bevaarbaar gemaakt wat het plaatsen van bruggen noodzakelijk maakt.

In volgorde van ligging worden de talrijke bruggen besproken dat het centrum van Gent rijk is. Een kleine historiek met hedendaagse foto’s en kiekjes uit het verleden ontsluieren het mystieke van zijn ligging.

Brug komt in verschillende Gentse uitdrukkingen voor zoals:

Hij staat voor de brug: weet niet direct wat te zeggen

Hij is van de brug in het water gevallen: in iets mislukken

We gaan de brug draaien: wanneer op woensdag de helft van de week voorbij is

Over de brug komen: zeggen wat men te zeggen heeft

Voor de brug hebben gestaan: excuus voor te laat komen

Bruggeld: taks door de schippers betaald om de brug open te draaien

Bruggenmiserie: het storen van het openbaar vervoer en voetgangerstrafiek door telkens de brug te moeten opendraaien

Bruggen in Gent tijdens WO I (Arthur De Decker-Gentblogt (06.02.2009)

Deel 2 wat betreft de uitgave van de reeks “135 jaar openbaar vervoer in Gent” dd 2005, auteur Erik De Keukeleire, handelt over de periode 1907-1923 en daarin vernemen we oa het volgende uit de krantenberichten:

Op 26 april 1913 wordt de “Wereldtentoonstelling Gent 2013” geopend die zal duren tot in november 1913. 

28 april 1913: “De tunnel onder de Sint-Pietersstatie die de Maria-Hendrikaplaats verbindt met de Sint-Denijslaan en de Voskenslaan is eindelijk voltooid.”

Tussen 12 oktober 1914 en 11 november 1918 werd de stad Gent door de Duitse troerpen bezet. Deze trokken zich uit Gent terug tussen 1 en 11 november 1918.

4 november 1918: “In de week van 20 tot 26 oktober werden in de stad tientallen bruggen door de Duitse genie ondermijnd en van obussen voorzien, om ze desnoods op te blazen. Vrijdag 1 november, hoogdag van Allerheiligen, werden buiten de Kortrijksepoort oorverscheurende slagen gehoord. De Duitsers hadden voor hun terugtocht de spoorbanen in de Sint-Pietersstatie in de lucht doen vliegen. De doorgangen voor reizigers zijn ingestort, de viaducten van de Zwijnaardsesteenweg, de Krijgslaan en de Kortrijksesteenweg vernietigd en de tunnel naar de Voskensstraat is op twee plaatsen zwaar beschadigd.

De tramlijn 5 is onderbroken aan de viaduct van de Zwijnaardsesteenweg, lijn 4 naar De Sterre aan de Kortrijksesteenweg.”

3 december 1918: “In afwachting van de heropbouw van de spoorwegbruggen nabij Gent-St.-Pieters wordt aan de Stropbrug langs de Parkplaats en de Clementinalaan beneden de dijk een voorlopige lijn aangelegd tot voor de statie.”

25 december 1918: “Nu is de oorlog wel afgelopen, maar Gent blijft toch met zijn opgeblazen bruggen en spoorwegviaducten zitten en de statie Gent-St.-Pieters is niet meer te gebruiken. Door het leggen van de treinsporen voor de statie is de tramdienst langs daar en naar De Sterre voorlopig afgeschaft. Toch betert het verkeer stilletjes aan. De militaire genie werkt snel en er zijn bijna overal noodbruggen en noodlijnen aangelegd, zodat al de spoorlijnen die in Gent samenlopen met elkander verbonden zijn.”

24 april 1919: “Men is dichtbij het ontvangstgebouw van Sint-Pietersstatie bezig met het plaatsen van nieuwe gewelven voor de grote tunnel die de Maria-Hendrikaplaats verbindt met de St.-Denijslaan.”

3 juli 1919: “Onder een grote toeloop van volk hadden op 1 juli de heropeningen plaats van de statiën Gent-Zuid en Gent-Sint-Pieters. Buiten de Kortrijksepoort zijn voor de eerste maal sedert het einde van de oorlog de treinen van de lijn Brussel-Oostende weer binnen de statie aangekomen. Daardoor werden de nieuwe spoorlijnen over de herstelde viaducten ingehuldigd, wat een groot gemak oplevert voor de reizigers en veel genoegen zal doen aan de handelaars. Binnen korte tijd verdwijnen de sporen langs de straten en zal de trammaatschappij overgaan tot het herleggen van de tramlijn om de reizigers van de Sint-Pietersstatie naar het midden van de stad en tot aan De Sterre te brengen.”

——————–

Bron:

Gendtsche Tydinghen 1990 – Vol19

Gendtsche Tydinghen 1975 – Vol4 N°3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.