Moere (14e eeuw)

De historische betekenis van een moere, zoals het woeste en ondoordringbare moeras in de vallei van de Moervaart werd genoemd, vindt zijn oorsprong in het turfsteken waarbij de “turfmeersen” deel uitmaakten van een dorpsmoer.

De abdijen van St.-Pieter en St.-Bavo samen met de abdij van Marquette (Rijsel) zorgden tijdens de middeleeuwen voor de ontginning van deze warmtebron met locatie in het plaatselijke kasteel Wulfsdonk te Moerbeke, behorend tot de St.-Baafsabdij.

Geografisch kaarten en bronnen beschrijven de Moere als waterloop van Moerbeke naar Wachtebeke langsheen St.-Kruis Winkel richting Rodenhuize. Stadinwaarts werd het traject gevolgd van de Schipgracht nl. via de Muidepoort langsheen het Meerhem richting Sluizeken.

Marcus van Vaernewijck beschrijft de Moere: “De Moere, comt vanden Overslach ofte van Moerbeke, int lant van Waes, door Winckele, door Dooreseele te Ghent.

In de 16e eeuw werd de Moervaart op de bedding van de Moere gekanaliseerd als belangrijke transportweg voor turfschepen.

Door de sluis aan Rodenhuize te elimineren en een dam te bouwen op de Durme in Lokeren werd de stroomrichting veranderd en vloeit de Moervaart nu van Lokeren naar Moerbeke over Wachtebeke en St.-Kruis Winkel naar Rodenhuize, waar dit vroeger in tegenovergestelde richting was.

—————

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1990

onroerenderfgoed.github.io/la2001/ankerplaatsen/a40017.html

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s