Trein

gentpaardenkarzuidstationclaudefaseurfb

Zuidstation paardekarren – Claude Faseur – Fb

Paard en kar voorzagen vroeger het transport van mens en goederen op het vasteland.

Reeds ten tijde van de Romeinen waren er wegen voorzien die een snelle verbinding mogelijk maakten. Deze handelsroutes voorzagen haltes voor uit te rusten, iets te nuttigen, de paarden te verzorgen, om reizigers op te pikken, etc. Europa hanteerde eenzelfde systeem waarbij reeds in 1489 de adellijke familie “Von Thurn und Taxis” koerierdiensten verschafte tot nut van keizer Maximiliaan I.

Voor 1841 waren de wielen in hout of staal wat maakt dat vele reizigers, mede door de mindere staat van de karrewegen, door elkaar geschud op hun bestemming toekwamen. De ontwikkeling van de rubberband bracht enigszins verbetering in deze toestand.

Een eerste Europese stoomtrein reed in 1835 de afstand van het station Brussel-Groendreef naar het station Mechelen. Voorheen waren er wel al treinen met paardentractie actief. Gent zou pas op 28 september 1837 over een treinstation beschikken. Het Zuidstation aan  het Koning Albertpark deed toen dienst als kopstation van de lijn Mechelen-Gent. Vele stations waren uitgerust met een watertoren ter bevoorrading van de stoomtreinen.

Het treinverkeer doorbrak het stedelijk beeld van autonomie benadrukt door stadsomwalling en toegangspoorten. Steden zagen zich zo verplicht tot aanpassing van hun structurele visie.

In 1862 telde Gent al 3 treinstations met het kopstation Land Van Waas en het kopstation Gent-Eeklo erbij, beiden aan de Dampoort. Er was geen onderlinge verbinding dus wie van St.-Niklaas naar Brugge reisde stapte af aan de Dampoort en nam vervolgens de taxi (paard en kar) naar het Zuidstation om aldaar de trein richting Brugge te nemen.

De noodzaak van een ringspoorweg was groot met name voor het goederentransport. Het KB van 8-07-1865 gaf toestemming voor de aanleg van het “Oosterringspoor” met stations in Gentbrugge-Noord, Gentbrugge-Zuid, Gent-Muide, Gent-Kanaal, Gent-Heirnisse en Gent-Rabot.

genttrein1emarcel-gentfb

Verdwenen stations – Marcel Gent – Fb

Het Westerringspoor kwam er door gebrek aan financiële middelen pas na de Eerste Wereldoorlog in 1923 met stopplaatsen aan de Drongensesteenweg, Mariakerke Fluweelstraat, Eeclooweg en Lindestraat. Reeds in 1952 begon de afbraak van dit spoor door het weinige verkeer wat het uitgraven van de Watersportbaan mogelijk maakte. Ook de verhoogde berm in het natuurgebied Bourgoyen-Ossemeersen is achteraf als wandel- en fietspad in gebruik genomen.

Een eerste stationnetje “Klein St.-Pietersstation” genaamd kwam er in 1889 op de lijn Brussel-Oostende. Met de Wereldtentoonstelling van 1913 in het vooruitzicht begon de bouw van het huidige St.-Pietersstation dat in 1912 was afgewerkt.

De ringspoorlijn rond Gent had vooral een industrieel karakter met het goederentransport tussen bedrijven. Een verbindingsspoorweg tussen het Zuidstation en het Stapelhuis verloor aan betekenis en verdween in 1874. De ringspoorlijn van 1865 kwam in de plaats verlengd tot het Rabot tussen 1868-1870. Fabrieken voorzagen een privé-lijn aansluitend op dit traject.

Vandaag beschikt Gent met het Sint-Pietersstation en Gent-Dampoort over twee stations die dagelijks het transport verzorgen voor mens en nijverheid.