Prinsenhof

In de loop van de 12de eeuw schafte één van de toenmalige kasteleinen, ook wel burggraven genoemd, zich even buiten de Kuip en in de schaduw van ’s Gravenkasteel een uitgestrekt goed aan ( ’s Gravengerechte) dat we met enige fantasie kunnen situeren tussen het Gravensteen, de Muide en Wondelgem. Op het moerassig gedeelte (= broek) van dat domein zal in de volgende eeuw het Begijnhof van Sint-Elizabeth verrijzen. Omdat het door die kastelein gebouwd “Steen” volledig omgeven was door sloten (wallen) verkreeg het domein de toepasselijke benaming “Hof ten Walle”.

Eén van de opvolgers van de kastelein, Hugo I, verkocht zijn eigendom in juli 1231 aan een rijke patriciër, Sersander genaamd. Deze Alexander “de Gand ?” liet aanzienlijke verbouwingen verrichtten aan het hof. Het duurde dan ook niet lang of het Hof ten Walle kreeg een nieuwe naam : Sersanderswal. Ook wel Sanderswal genoemd.

Pas in Gent aangeland kwam de lombard, bankier, geldschieter, wisselaar, woekeraar, pussemier Sirnon de Mirabello (genaamd van Halen) in 1323 in het bezit van Sersanderswal. Wie deze Sirnon was? Een bastaardzoon van een steenrijke Italiaan -van joodse komaf, Giovanni (Jan), die dankzij zijn berg duiten zich opgewerkt had tot rentmeester van de hertog van Brabant Jan III. Sirnon werd geboren tussen 1275 en 1280 en lag begraven in de Sint-Veerlekerk, naast zijn vader die in 1233 door hertog Jan III terechtgesteld geworden was. Dit graf zou, met vele andere tomben en grafplaten, in 1579 (Calvinisten) vernield worden.

Simon zou de dood van de Vlaamse kroonprins Lodewijk I van Nevers (22 juli 1322) en die van Lodewijks vader graaf Robrecht van Bethune (17 sept. 1322) afwachten om Isabella (Isabel, Elisabeth) van Lierde, dochter van de zopas vernoemde kroonprins, tot vrouw te krijgen. Zo kreeg hij meer aanzien bij de adel als voornaam bankier en geldschieter. Tot zijn klanten behoorde de koning van Hongarije, de Engelse koning Edward III, kloosters, kerken, steden, verschillende graven en particulieren zoals Jacob Van Artevelde.

Het Prinsenhof is volledig aangelegd en opgericht door en voor Simon de Mirabello.

’s Winters nam Simon zijn intrek in een “Steen” in de buurt van de Burgstraat. Ook stichtte hij in het Prinsenhof een Godshuis voor arme weesmeisjes of bonifanten (deugdzaam (bonne) en kind (enfant)), het “Naeldekins Couvent” genoemd, naar het naaiwerk dat de kinderen werd aangeleerd. De zomermaanden bracht hij gewoonlijk door in één van zijn buitengoederen zoals het “Kasteel van Zaffelare”. In 1341 stelde hij Sersanderswal ter beschikking voor een aantal nonnen (Victorienen) die er een klooster stichtten gewijd aan de H. Augustinus en behorende tot de congregatie van de H. Victoire.

1946. Na de dood van Lodewijk II van Nevers in de “Slag bij Crécy” en de moord op Jacob Van Artevelde wordt Simon de Mirabello omgebracht door aanhangers van de graaf. Het Prinsenhof zal vervolgens tot residentie van de graven van Vlaanderen evolueren.

De naam Donkere Poort verwijst wellicht naar de vervuilde toestand van het poortgebouw en de omgeving. Alhoewel vele foto’s en op zicht reeds een aanwijzing zijn voor de benaming.

Gent13.01.2013receptiestbaafs 093

In de nabijheid van de poort staat het standbeeld van de “creeser” of stroppendrager die ons herinnert aan de opstand van de Gentenaren in 1539 tegen het beleid van Keizer Karel. Het is een ontwerp van beeldhouwer Chris Demangel dat na vele jaren van onenigheid een terechte plaats kreeg voor het Prinsenhof.

Het Prinsenhof was door zijn omliggende moerassen, wallen en versterkingen een praktisch oninneembaar kasteel. Tot begin 17e eeuw zou het, zoals reeds aangegeven, dienst doen als residentie voor de Graven van Vlaanderen die het verder lieten verfraaien en  ommuren.

De oppervlakte besloeg zo’n 2 ha en bevond zich tussen de Abrahamstraat, de Donkere Poort en het Begijnhof. Het gebouw bestond uit zo’n 300 kamers met verschillende aangelegde tuinen en zelfs een dierentuin “Leeuwenhof” genaamd. Deze zou tot in de 17de eeuw dienst hebben gedaan. In totaal waren er 3 poorten voorzien die toegang verleenden tot het domein.

De teloorgang van het Prinsenhof begon reeds in 1584 toen de toenmalige landvoogd Alexander Farnese, hertog van Parma, een einde stelde aan het onzalig 7-jarig calvinistisch regime en zijn aanhang de ziel en leider van dat regime, Jan van Hembyze, wegens zogezegd “verraad” op het St.-Veerleplein liet onthoofden (4 aug. 1584), nadat hij eerst in het Hof had vastgezeten. Hoe langer hoe meer liet het prinselijk stadje in de stad van zijn pluimen.

Het legertje onderhoudpersoneel, met name de soldaten, meiden, stal- en andere knechten, tuiniers, etc. slonk met de dag. Al wat tot dan toe het “Paleis” versierd en gestoffeerd had kreeg gewiekte voetjes, Keizer Karels wieg inkluis. Wandtapijten, meubels, tafelgerei, … Hoe langer hoe meer geraakten gebouwen verlaten. Een trieste geschiedenis:

Rond 1825 vestigde de katoendrukkerij Vanden Broecke-Grenier zich aan de Donkere Poort. Vanaf 1850 breidde de firma zich uit met een katoenspinnerij en een katoenweverij.

1648: De Stad schaft zich 2 partijen hoving aan voor het optrekken van een ruiterijkazerne.

1649-50: De ongeschoolde karmelieten, ook wel discalsen genoemd, komen in het bezit van het zuidelijk gedeelte van het Hof. Het werd gedeeltelijk aangekocht door bisschop Ant. Triest die het aan de kloostergemeenschap van de “Ongeschoeide Carmelieten” afstond om er hun klooster en kerk op te richten.

Bovendien worden 24 percelen bouwgrond aan particulieren verkocht.

Inmiddels hadden enkele hoogwaardigheidsbekleders nog bewoonbare panden betrokken, o.a. de graaf de Patin, eerste voorzitter van de Raad van Vlaanderen.

174 2 : Het in garnizoen liggend Engels leger gebruikt de hal als Anglikaanse tempel.

1755 : De St.-Antoniusgilde huurt enkele gebouwen om er te vergaderen.

1764: De kazerne wordt een paardenfokkerij.

176 7 : De fokkerij wordt hervormd tot een ruiterijschool

1777 : De Regering verkoopt heel het eigendom aan de architekt-ondernemer Adriaan Capelle, die op zijn beurt de grond verkavelt. Weduwe Pierrede Looze schaft zich 2 loten aan : een “om met haere compagnie ciaervan te rnaeken zoo men zeyd eene suykerraffinade en eene zeepziederij.” Op het tweede lot gelegen aan de straatkant (Burgstraat) zal in 1790 een hotel ofte herenhuis opgetrokken worden waarvan de gevel in Lodewijk XVI stijl gemetseld werd met afbraakmateriaal voortkomend van het Prinsenhof. Het huis, nr. 18 dragend, staat tegenwoordig bekend als Huis Louis Aelterman.

174 2 : Het in garnizoen liggend Engels leger gebruikt de hal als Anglikaanse tempel.

1755 : De St.-Antoniusgilde huurt enkele gebouwen om er te vergaderen.

1783 : De ruiterijschool wordt verkocht. In de plaats komt een herenwoning die op het einde van de 19de eeuw in neoclassisicistische stijl verbouwd wordt. De wijnhandelaar Constant Van Thorenburg komt het betrekken; in bijgebouwen richt hij zijn werkplaatsen en wijnkelders in.

1793 : De raffinaderij wordt voor de laatste keer vernoemd.

1825 : Katoendrukkerij Vanden Broecke-Grenier vestigt zich aan de Donkere Poort. Vanaf 1850 breidde de firma zich uit met een katoenspinnerij en een katoenweverij.

1835 : De kapel wordt door brand ten gronde vernield.

25 april 1869. Gisteren verkocht op een openbare veiling: enkele oude eiken planken en verscheidene oude versiersels voortkomend uit de kapel van het Prinsenhof. Men weet dat de fabriek van Juffrouw Coppens in het Prinsenhof werd opgericht in wat overblijft van de gebouwen van het paleis, waar eens de machtige vorst Keizer Karel werd geboren en dat thans wordt afgebroken. Het enige wat nog rest van het gebouw, met zijn zes poorten, 300 kamers en omgeven door wallen, is de overwelfde poort. (Gazette van Gent)

Wat ervan overblijft wordt in 1870 opgeruimd.

Uiteindelijk moeten we vaststellen dat er nog weinig rest van dit grafelijk grondgebied.

Tegen eind 19e eeuw kwam het beheer in handen van de textielfamilie Van Acker-Vanden Broecke. In  1971 stopte alle bedrijvigheid.

Gentdedonkerepoort1903rolanddesmetFb

Uit een politierapport 1955

Dit kasteel dat eertijds in pracht wedijverde met de koninklijke residenties uit Frankrijk en Duitsland, verviel langzaam en circa 1700 werden de hovingen bebouwd met huisjes voor werklieden. Het kwartier omvat: Prinsenhof, Prinsenhofplein, Tinnenpotstraat, Varkenstraat, Pluimstraat, Zilverhof, Mirabellostraat, Braderijstraat, Bachten Walle, Sanderswal, Abrahamstraat, Gewad en al de bijbehorende beluikjes. De omgeving die hoofdzakelijk deftig opgevoede mensen telt omvat nochtans een berucht gedeelte zoals de Tinnen potstraat, Zilverhof, Pluimstraat, Varkenstraat en Prinsenhofplein, waarvan de totale bevolking 538 personen telt. Al deze personen behoren tot de laagste volksklasse en bijna allen zijn er gewonnen en geboren en zouden zich niet of moeilijk kunnen aanpassen aan een andere levenswijze.

De moraliteit van ‘t Prinsenhof is ook niet beter dan in andere volksbuurten als het Patershol of de Brugse Poort. Verscheidene mannen en vrouwen van 45 a 50 jaar leven alleen, na 2 en zelfs 3 maal wettelijk gehuwd en gescheiden te zijn geweest. Spreken we dan niet van de buitenechtelijke verbindingen. Er wonen 42 gezinnen openlijk in boelschap (ongehuwd samen). De kroegen in deze straatjes (van herbergen kan men niet spreken) worden zowel in de week als ’s zondags druk bezocht. In verscheidene logementshuizen en dancings wordt er knetterende muziek gespeeld alwaar mannen en vrouwen, zonder de minste weerhoudendheid, zich trachten te verdoven om armoede te vergeten. Hieruit vloeit voort dat vechtpartijen, schelden en beledigingen vaak voortkomende inbreuken zijn die nochtans zelden of nooit afgehandeld worden door de politiediensten. De zaken worden er door een soort standrecht geregeld. De politie stoot er ten andere steeds tegen het argument: “ik weet van niets”.

gent-27-05-2013-091

Zoals in de andere lage kwartieren van de stad wordt de voeding en de kledij verwaarloosd ten nadele van drank en spel. Het eten wordt veelal gebedeld in de kloosters van de Brandstraat en de Oude Houtlei. Een zeventigtal aldaar wonende oudere mensen genieten van de Commissie van de Openbare Onderstand (OCMW) en verkrijgen wekelijks 275 frank, dit is dan ook officieel hun enig inkomen. In deze oude stadskern leven of liever krioelen 174 minderjarig kinderen in de grootste onverschilligheid vanwege hun ouders. In dit kwartier zijn er vijf gevallen van kinderverlating geseind. Zo’n 9 kinderen zijn door de gerechtelijke overheidsdiensten weldadigheidsinrichtingen geplaatst. De kinderen die niet schoolplichtig zijn (6 jaar) krijgen in ‘t algemeen de zorgen niet die hen noodzakelijk zijn. Ganse dagen lopen ze vuil en zwart in die steegjes of kruipen in de greppels. Vanaf 14-15 jaar achten ze zich volwassen en denken ze zich ook zo te gedragen. De huwelijken worden er op jonge leeftijd gesloten en tamelijk dikwijls worden ze min of meer officieel ontbonden na korte tijd.

GentdonkerepuurteNicoleMarreel.3
de Donkere Poort – N. Marreel (Fb)

De huisvesting is armtierig. Meestal huisjes met twee plaatsen op (de) beneden verdieping (keuken en slaapkamer) en op ‘t eerste een mansarde en een zolder. Op deze oppervlakte en in deze kleine ruimte leven veel te veel mensen om de woonst als gezond te beschouwen. In de Varkenstraat b.v. is kortgeleden een van deze huizen, het nummer 14, ineengestort, gevolg aan ouderdom en gemis aan onderhoud. Veel personen aldaar zijn werkloos dit gevolg aan het gebrek van specialisatie of seizoenwerk (2/3 der mannen zijn losse arbeiders of rivierarbeiders). Bovendien zijn veel personen aldaar ingeschreven in werkelijkheid er niet aan te treffen daar ze rondreizende leurders zijn. 2/3 der vrouwen werken in de textielnijverheid met het gevolg van periodieke werkloosheid. De personen zijn in ‘t Prinsenhof niet speciaal crimineel aangelegd, als men daardoor verstaat de grote criminaliteit, doch heel veel zijn er gestraft wegens diefstal, dronkenschap, eerroof, heling, misbruik van vertrouwen, overspel en onderhoud van bijzit, zedenzaken, slagen en verwondingen, alle feiten die in hun oog en volgens hun mentaliteit niet zo erg zijn, of niemand aangaan.

De stad Gent kocht het bedrijf op in 1976 waarna in 1983 de afbraakwerken begonnen. Enkel het stoommachinehuis en de fabrieksschouw bleven bestaan. Beiden zijn als monument beschermd en kregen een stevige opknapbeurt. Nadat “Loods 13” van het Beeldhouwerscollectief het gebouw enkele jaren als beeldhouwersatelier gebruikte kwam het in 1999 in privéhanden.

Aansluitend op de binnengevel van de “Donkere Poort” werd hoogst waarschijnlijk rond 1750 het herenhuis opgetrokken op de oude overwelfde kelders daterend uit de 15e eeuw. Heden ten dage is het gekend als het “Sastehuis”, een opvangcentrum voor ontslagen gevangenen.

Op de vrijgekomen gronden verrezen een 15-tal privéwoningen en 4 appartementen.

gentdedonkerepoortwalterde-ryckefb
de Donkere Poort – Walter de Rijcke – Fb

———-

Bronnen:

Ghendtsche Tydinghen 1980 – Vol9 N°2/N°4/N°5

Ghendtsche Tydinghen 2017 – Vol46 N°4-5

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.