Floraliën

Cornelis Lanckman? Een man die, zonder het zelf te vermoeden, één der grondleggers was van de beroemde Gentse Floraliën. Lanckman was niet alleen een hovenier-bloemist die, zoals de meesten onder hen, volledig opging in zijn vak maar … hij was tevens de kastelein van “Au Jardin de Frascati”.

In 1804 diende J. Ramont een bouwaanvraag in ten voordele van zijn huurder Cornelis Lanckman om aan de Coupure een herberg “Au jardin de Frascati”op te richten. Al vlug werd dit de ontmoetingsplaats van de hoveniers. Lanckman, waard en hovenier, verkocht vanaf 1805 op dat ogenblik zeldzamesoorten azalea’s in zijn etablissement.

De “Frascati” was een zeer landelijke herberg op de toen nog zeer landelijke Coupure waar langs weerszijden van de prachtige bomenrijen vruchtbare akkers lagen, enkele moestuinen, bloemisterijen en meerdere herbergen, want bloemisten hebben bijwijlen ook dorst. Om het allemaal nog wat mooier te maken stonden er ook enkele windmolens. Deze guinguette-achtige herberg was gelegen nabij de Contributiebrug, op de hoek van de Coupuregang. Zoek niet waar die Coupuregang ligt, want ge zult hem niet vinden. Het is een gekende onhebbelijke Gentse gewoonte om, eens dat men aan een straatnaam gewoon is, hem dan te veranderen. Dat heet nu Akkerstraat Aan de herberg was een danszaal verbonden die voornamelijk bezocht werd door de jeugd.

De trouwste stamgasten waren evenwel de hoveniers en de bloemisten uit de omgeving. Meer bepaald uit de Nieuwe Wandeling, de Coupure en Ekkergem. Zij kwamen er regelmatig bij pot en pint hun ervaringen uitwisselen over het vak. En daarover kon Cornelis Lanckman een woordje meepraten, want hij was één der eersten geweest die naar Londen getrokken was om er contact te nemen met Engelse kruidkundigen die toen een zeer goede reputatie hadden en waar men naar opkeek. Andere bloemisten die ook reeds in Engeland geweest waren, waren eveneens onder de indruk gekomen van de periodieke tentoonstellingen die hun collega’s van over het Kanaal hielden. Planten werden er gekeurd onder een grote publieke belangstelling en dat vormde een goede publiciteit voor het vak.

Op 10 oktober 1808 gaf de pas uit Engeland teruggekeerde Frans Van Casselin “Au jardin de Frascati” een voordracht over Britse hofbouw. De Engelsen hielden regelmatig een tentoonstelling om nieuwe planten en hofbouwprodukten bekend te maken en te promoten. Zijn voorstel om een gelijkaardige vereniging op te richten in “Au jardin de Frascati”kreeg direct steun van PieterVleurma, die zijn planten reeds exposeerde op de tentoonstelling van de in1807 opgerichte “Société d’Agriculture du département de la Lys” te Brugge. Ook Lanckman, die naast waard ook hovenier was, had reeds vroeger in de herberg “In de Gouden Borze” te Brugge tentoongesteld bij de herbergier Fleurman. Ondanks de continentale blokkade afgekondigd in 1806 door Napoleon, waardoor alle handelsbetrekkingen met Engeland verbroken werden, bleef Van Cassel contact houden met de Britten. Als amateur plantkundige bezat Van Cassel heel wat boeken waar hij zijn informatie uithaalde. Verder was hij één van de weinigen die een mooie verzameling sierplanten bezat.

Op 3 november 1808 werd de maatschappij “Société d’Agriculture et de Botanique de Gand” officieel erkend. Zij beoogde voornamelijk “de voortteling en de kennisse der kruydkonst ende de volmaektheyd in het voorttelen soo van de binnen- als de buitenlandsche gewassen” te promoten. Als middel om hun doel te bereiken stelden ze “Eene jaerlijksche tentoonstellinge van gewassen, blommen, kleine boomkens ofte planten sal plaetse hebben op den dag van H. Dorothea, patroonesse van de hooveniers en de gewaskundigen, in eene der saelen van het hof van Frascati,…”. Daar de patronaatsdag viel op 6 februari werd vroegtijdig beslist om een jaarlijkse bijkomende vergadering in te richten tijdens de zomer op het feest van Sint-Pieter en Sint-Pauwel (29juni). Al van in het begin werden er prijzen uitgereikt.

Het eerste jaar gingen de 2 tentoonstellingen door in herberg “Au jardin de Frascati”. Daar dit lokaal al vlug te klein was werd uitgekeken naar een grotere locatie. Deze werd gevonden in de “Sodaliteit”, een zaal in Korte Mere die eertijds deel uitmaakte van het oud-Jezuïetenklooster. Cornelis Lanckman, de waard van “Au jardin de Frascati”, zag met lede ogen het vertrek van de maatschappij. Hij kocht de eigendommen in de Gentse Holstraat nrs. 38-40 aan, vlak voorbij de“Theresianenpoort” om er een herberg met feestzaal op te richten. Deze locatie valt thans samen met het huidig directeursbureel, het secretariaat en de achterliggende gebouwen van het hoofdgebouw.

In 1810 werd “den Hof van Flora of Botaniquen hof” geopend. In de Gazette van Gent berichtte de waard: “Den voornoemden C. Lanckman heeft de eer het publiek te berichten dat hij op 9 mei zal openen zijn herberg ‘Den Botaniquen Hof ’ in de Holstraet, alwaer hij zal continueren het houden van venditien in fruytbomen en gewassen voor de engelse hoven, etc. als ook het houden van Bier- en Wyn-estaminé, ten welken eynde hij voorzien is vanschoone zaelen, opene plaetse, hovingen en voordere aengenaemigheden”.

Onder het waakzame oog vande voorzitter J.X. van de Woestijne en de secretaris L. Le Begue werd op 24 december 1810 een “Réglement de la Société d’Agriculture et de Botanique de Gand, département de l’Escaut”, bestaande uit 29 artikels opgesteld. Het jaar nadien werd de 5de tentoonstelling van de “Maetschappij van Landbouw en Kruydkunde” gehouden in de Holstraat. Deze “Exposition Publique d’Eté de la Société d’Agriculture et de Botanique de la ville de Gand, erigée sous les auspices de Mr. Le Préfect et Mr. Le Maire, éprouvée être connue par le Gouvernement”, kende met haar 377 geëxposeerde planten een groot succes.Men gaf prijzen voor de zeldzaamste en best gekweekte plantenen aan de “geforceerde” winterculturen. Een zilveren medaille werd ook uitgereikt voor de primus van het examen over de grondbeginselen van de plantkunde zoals deze geformuleerd was geworden door de botanicus Carolus Linnaeus (1707-1778) en voor een beschrijving van de inlandse (Oost-Vlaamse) flora. Nieuw was tevens het uitreiken van een medaille voor de beste en rijkste fruitboomgaard gelegen binnen een straal van twee mijlen rond Gent. Het is verstaanbaar dat deze wedstrijden zeer belangrijk waren voor de vermeerdering van de vakkennis en het wetenschappelijk onderzoek ten voordele van hoveniers en liefhebbers-hofbouwkundigen.

Vanaf dan tot en met 1828 hield deze vereniging niet alleen tentoonstellingen in het Hof van Flora, ook haar vergaderingen gingen door in deze lokalen. Deze exposities zijn het begin geweest van de internationale tentoonstelling, waarvoor Gent nog steeds wereldberoemd is nl. de Gentse Floraliën. Belangrijke leden van de vereniging, zoals Lieven Bauwens en Charles Van Hulthem, stonden in voor de financiële en wetenschappelijke werkingen. Het is niet verwonderlijk dat in en rond Gent talrijke nieuwe bloemen en planten het levenslicht zagen.

Het was voornamelijk de azalea die onze Gentse specialisten bezig hield. Hun onderzoek en werkijver leidde o.m. tot het kweken van de wereldberoemde “Harde Gentse”, een azaleasoort. Naast de werkingen van de maatschappij organiseerde Lanckman o.m.vijf verkopingen in de Holstraat, waarbij steeds gepoogd werd nieuwe planten voor te stellen. Een belangrijke verkoop in het Hof van Flora had plaats op 29 juli 1811.

In de Holstraat woonde in die periode nog een andere belangrijke hovenier nl. Pieter Antoon Verschaffelt (1764-1844). Hij hield een dag later op 30 juli een grote planten- en bloemenverkoop.

In 1813 diende Lanckman een bouwaanvraag in om de gevel waar de bibliotheek van de maatschappij gevestigd was te verbouwen. Hij wilde een afzonderlijke toegang zodanig dat de bibliofielen niet langer meer door de herberg moesten. Het was een bepleisterde classicerende gevel, kenmerkend voor die periode. Wat de “Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde” betreft, kende deze, ondanks de grote aangroei van het aantal leden, in die periode ook duistere momenten. De oorlog tussen de geallieerden, die eind 1813 in ons land verschenen, en Napoleon maakte het in 1814 onmogelijk om in februari een tentoonstellingin te richten. Nochtans was 1814, niet alleen voor Waterloo, maar ook voor Gent een zeer belangrijk jaar.

De eerste tentoonstelling, vanzelfsprekend in de “Frascati”, greep plaats in 1809. Er werden een 50-tal planten tentoongesteld op een totale oppervlakte van 48 m². Nu is dit een 5-jaarlijks wereldevenement verspreid op ettelijke tienduizenden m² die honderdduizenden bezoekers naar Gent lokt.

Cornelis Lanckman kwam te overlijden op 1 juni 1844.

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 2002 – Vol31 N°6