HAVEN

Ten gevolge het verzanden en dichtslibben van de Sassevaart werd er naar een oplossing gezocht voor het toenemende waterverkeer door de vele handel. De regering onder Koning Willem I bracht in 1823 het plan ten uitvoer Gent tot een haven te maken door het met Terneuzen te verbinden. Uiteindelijk werd het kanaal Gent-Terneuzen (Westerschelde) uitgegraven en in 1827 opengesteld. Het Handelsdok, in 1829 door Willem I ingehuldigd, zou aan de basis liggen van de uitbouw van de Gentse Haven.

Door de onafhankelijkheid van België was er van 1830 tot 1841 geen doorvaart mogelijk. Nederland verhinderde de toegang tot de Westerschelde en België plaatste palen in het water waardoor Nederlandse boten Gent niet konden bereiken. Pas na het verdrag van Londen in 1839, waarbij de onafhankelijkheid van België door de drie mogendheden werd erkend,  kon men opnieuw aan varen beginnen denken.

18 oktober 1846. De Amerikaanse driemaster Beaver heeft dinsdag 13 oktober 1846 onze haven verlaten met 121 landverhuizers aan boord ter bestemming van Amerika.

26 maart 1855: De Engelse brik Herman is aangekomen van Sunderland met kolen. Het is het eerste schip dat in onze haven rechtstreeks aankomt met Engelse steenkool. Er zullen nog verscheidene schepen volgen wat een daling zou kunnen teweegbrengen betreffende de prijs van kolen afkomstig uit Mons daar de Engelse steenkool van betere kwaliteit is.

In 1860 kwamen 357 schepen in de haven aan (110 meer dan in 1850), de gemiddelde tonnemaat steeg van 112,5 ton in 1850 naar 138 ton in 1860.

12 mei 1863. Door het Belgisch-Nederlands verdrag van 19 april 1839 werd door Nederland een tol geheven van 1,12 gulden per ton op schepen die naar België vaarden en van 0,38 gulden per ton voor schepen die de Schelde afvaarden. Door de wet van 5 juni 1839 werden deze tolrechten door de Belgische staat betaald. Voor 1861 bedroegen deze tolrechten 2184105 fr (54143€). Tussen 1839 en 1863 had België voor meer dan 28 miljoen fr (694101€) aan tolgelden betaald. Op 12 mei werd tussen Nederland en België een verdrag getekend waarbij de tolrechten werden afgeschaft: de totale afkoopsom bedroeg 36278566 fr (899321€). België betaalde hiervan een derde, het overige werd be-taald door twintig maritieme mogendheden. Engeland kwam op de eerste plaats met 8782320 fr (217708€).

5 augustus 1863. Het dok en de schepen waren eergisteren bevlagd en verlicht en ’s avonds werd een Bengaals vuurwerk afgeschoten ter viering van de afkoop van de Scheldetol. Vroeger moesten de schepen die naar Gent vaarden te Terneuzen een scheepsagent opnemen om de tol te bepalen. Het eerste schip met levensmiddelen dat te Gent aankwam na het verdrag met Nederland was de Hollandse tjolk De Vriendschap, komende van Alkmaar en geladen met een paar duizend kazen. Door het verdrag zullen de invoerrechten op kaas met 2,50 fr. op 100 kg. verminderen. Ook de prijs van de ingevoerde verse vis, aberdaan, schol, haring, stokvis en wijting zal dalen.

17 oktober 1866. In de Gentse haven is de Hanoverse bark “Osnabruck”, metende 500 ton, uit Indië aangekomen met 7000 balen rijst. De reis duurde zes maand.

Met de bouw van het stapelhuis in 1844 en de aanleg van de Nieuwe Vaart in 1863 tussen het Tolhuis en de Brugse Vaart werd voorzien in een voortdurende uitbreiding van de haven. De Tolhuissluis, daterend van 1828, wordt op 20 mei 1864 opgeblazen om plaats te maken voor een nieuwe sluis tussen het kanaal en de pas gegraven Nieuwe Vaart. Tussen 1880-1882 voltooide men het Houtdok-Handelsdok en het Tolhuisdok met Voorhaven.

In 1896 kwam Gent met een groots uitbreidingsplan waardoor de capaciteit van de haven enorm kon toenemen nl. een groot dok van 2300m lang met 5 insteekdokken van 500m op de rechteroever. In 1912 werd dit plan teruggeschroefd tot 3 dokken nl.:

– het Noorddok (1908-1913)

– het Middendok (1910-1925)

– het Zuiddok (1927-1930)

Tegen 1930 kwam schepen Alphonse Siffer met het voorstel een dok van 2700m lang ten NO van de bestaande dokken aan te leggen. In 1931 werd begonnen aan het dok doch moest vroegtijdig worden stilgelegd wegens de economische crisis en de daaropvolgende tweede wereldoorlog.

Het Belgisch-Nederlands verdrag van 1960 (bouw sluizen en verbreden en uitdiepen van het kanaal) zorgde voor een impuls waarbij naarstig aan het dok werd verdergewerkt. In 1968 uiteindelijk werd het Sifferdok afgewerkt.

Door de komst van de olieraffinaderij Texaco Belgium werd in 1966 gestart met de aanleg van het Petroleumdok, het huidige Mercatordok,  dat in 1968 was voltooid.

Het Rodenhuizedok, genoemd naar het verdwenen gehucht Rodenhuyse, is gerealiseerd tussen 1970 en 1978 en zo’n 1125m lang.

Tenslotte werd in 2010, na in 1996 met de werken te zijn gestart, het Kluizendok gerealiseerd.  Zo’n 600 ha ligt klaar om door de industrie te worden ingepalmd.

De Gentse haven, die zich vooral concentreert op de staalnijverheid, bevindt zich op 55km van de Noordzee, bereikbaar via het kanaal Gent-Terneuzen en de Westerschelde. Voorname bedrijven als ArcelorMittal (Sidmar (Sidérurgie Maritime)- staal), Volvo, Honda (distributie), Stora Enso (papier), Euro-Silo (graan), Citrosuco (fruitsap), etc. zijn hier gevestigd. Meer dan 60.000 mensen zijn aan de haven tewerkgesteld.

Dit gebied beschikt over alle onontbeerlijke faciliteiten betreffende nijverheidsintegratie, electriciteitsvoorzieningen, waterlevering, gas- en cokesproduktie, vloeibare brandstoffen, etc., die op hun beurt steunen op een ruime en gespecialiseerde arbeidsmarkt gericht op een hoge technische kennis door universitaire en/of professionele scholing.

Na Antwerpen en Zeebrugge is Gent de derde grootste haven van België. Het gehele operationele gebeuren, over een havengebied van een kleine 5000 ha (kanaal + bedrijfsterreinen), wordt gestuurd door het Havenbedrijf Gent. Dit ten gevolge het Havendecreet dd. 2 maart 1999, waarbij het bestuur door de stadsdiensten van Gent op 1 januari 2000 in handen werd gegeven van “GENT GAB”, een autonoom functionerend stedelijk bedrijf.

Op 11 oktober 2013 is het stedelijk bedrijf omgevormd tot een “NV van publiek recht”, waardoor gemeenten als Zelzate en Evergem op 1 januari 2014 in het bestuur traden. Vervolgens was er augustus 2017 het fusievoorstel betreffende Zeeland Seaports (Terneuzen-Borsele-Vlissingen) en de Gentse haven, die op 1 januari 2018 als “North Sea Port” hun fusie concretiseerden.

Refererend naar de holding zou de Gentse haven doorgaan als North Sea Port Flanders en het grensoverschrijdende deel als North Sea Port Netherlands. De Gentse burgemeester Mathias De Clercq, reeds jarenlang voorzitter van Havenbedrijf Gent, treedt nu ook in die functie op wat betreft het toezichthoudend orgaan aangaande North Sea Porth.

Ter info: North Sea Porth is 60 km lang, telt 33 dokken met een tewerkstelling voor zo’n kleine 100.000 werknemers. Met meer dan 13 miljard euro omzet wordt de 3e plaats bezet op de lijst van Europese havens. Wat het goederenverkeer betreft staat North Sea Port op de 10e plaats. Zo’n 9371 zeeschepen en 40.000 binnenschepen verzorgen het transport van 130 miljoen ton goederen!

De site Voorhaven en Tolhuis, met inbegrip van Tolhuiskaai en Wiedauwkaai, werd in 1996 beschermd. De Voorhaven als stadsgezicht wegens de industrieel-archeologische waarde met daarin diverse gebouwen, onderdelen en uitrustingselementen, waaronder treinsporen, als monument. Zo blijkt uit een arrest van de Raad van State van juli 2013 dat een bouwproject van het stadsontwikkelingbedrijf SoGent aan de Voormuide om vernoemde reden was stilgelegd met een dwangsom van 25.000 euro per dag dat er werd gewerkt. De kasseien en treinsporen zijn immers erfgoed.

———-

http://www.logistiek.be

http://www.navingocareer.com

http://www.fast-lines.com

Ghendtsche Tydinghen juli-augustus 2013

Ghendtsche Tydinghen 2002 – Vol 31 N°2

Ghendtsche Tydinghen 1979 – Vol8 N°2/N°5

Ghendtsche Tydinghen 1978 – Vol7 N°4

Ghendtsche Tydinghen 1977 – Vol6 N°5

Ghendtsche Tydinghen 1975 – Vol4 N°6

http://www.nieuwsblad.be

http://www.hln.be

gentblogt-archief.stad.gent/2013/09/27