Opera

Schouwburgstraat 3 – 9000 Gent

Tel.: 0032 70 22 02 02 –  +32 9 268 10 11

Louis Roelandt construeerde zowel te Gent als daarbuiten belangrijke bouwwerken die hun omgeving domineren. Vooral te Gent, waar hij van 1819 tot 1856 stadsarchitect was, zou hij zijn belangrijkste ontwerpen optrekken (Aula van de Universiteit , Opera, Justitiepaleis, …). Hij slaagde erin om rationele ontwerpmethodieken te verenigen met een persoonlijke neoclassicistische en zelfs neogotische stijl.

Architect Roelandt bouwde de “Grote Schouwburg” (Le Grand Théatre) tussen 1837-1840 op de plaats waar vroeger het Sint-Sebastiaansgildehuis van de handboogschutters stond met aanpalend de eerste Gentse schouwburg. De Sint-Sebastiaansgilde verhuurde reeds in de jaren 1664-1668 een lokaal bij zijn neringhuis op de Kouter aan reizende toneelgezelschappen. De Kouter vervulde toen al een belangrijke sociaal-culturele rol die ze in de loop der eeuwen zal blijven behouden zodat aan het plein thans nog een bijzondere historisch-ruimtelijke waarde kan toegekend worden.

In 1688 verkocht de gilde een terrein naast haar gildehuis aan de stad die er in 1698 een toneelzaal liet bouwen, de eerste Gentse stadsschouwburg. Op 31 mei 1698 werd de schouwburg plechtig geopend met een opvoering van Thesée van Lully, meteen de eerste met naam gekende opvoering van een opera in Gent. In juli 1706 werd een permanent gezelschap de “Coninclijcke Academie van het Musieck” of de ”Académie Royale de Musique” opgericht. Een brand vernietigde het theater en de gildelokalen in 1715. De gilde kocht in 1736 haar terrein van de stad terug en gaf aan de gerenommeerde meester-metser Bernard de Wilde de opdracht tot het bouwen van een nieuw neringhuis en theater. De gebouwen kwamen tot stand in 1737. De Sint-Sebastiaansgilde zorgde in 1760 voor een permanent aan de opera verbonden orkest. In 1774 werd de zaal aangepast naar ontwerp van architect Pierre De Somer. De Brusselse bouwmeester J. van Gelder maakte een plan voor inwendige veranderingen aan het theater in 1775.

De gebouwen van de Sint-Sebastiaansgilde werden na de Franse revolutie geconfisqueerd en in 1798 als nationaal goed verkocht. De gildelokalen werden in 1813 gesloopt en onder andere vervangen door het “Posthotel”, op zijn beurt ook reeds gesloopt. De stad kon in 1821 de toneelzaal verwerven. Na enkele jaren wenste zij op de plaats van het oude theater een nieuwe theatergebouw op te trekken. Na de sloping van de vervallen gebouwen in 1837 werd tussen de Kouter en het Koophandelsplein de Schouwburgstraat aangelegd. In de nieuwe straat zou de prestigieuze nieuwe opera de volledige straatbreedte innemen. Naar de plans van architect Roelandt verrees het monumentale theatergebouw in neoclassicistische stijl, het zogenaamde “Grand Théâtre” dat op 30 augustus 1840 feestelijk werd ingehuldigd.

De Koninklijke Opera van Gent (KOG) was de meer dan 100 jaar oude zelfstandige Gentse Stadsopera tot aan haar fusie in 1981 met de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen. Beide stadsopera’s gingen op in de Opera voor Vlaanderen, in 1995 omgedoopt tot de Vlaamse Opera.

De St.-Sebastiaansschouwburg (Ghendtsche Tydinghen 2000 – N°6)

Op 6 mei 1837 is aanvang genomen met de afbraak van de St-Sebastiaansschouwburg. Deze boogschuttersgilde bouwde in de 16e eeuw haar gildehuis tussen de Kouter en de Ketelvaart. In 1664 werd er een toneelzaal aan toegevoegd. Ze werd aanvankelijk verhuurd aan rondreizende Franse komedianten.

Nog geen 25 jaar later verkocht de gilde haar terreinen aan de Stad die er een “Pickerye” of manège inrichtte. Deze kende geen langdurig bestaan en 10 jaar later, in 1698, bouwt de Stad op deze plaats een schouwburg die wij kunnen beschouwen als de origine van de Gentse opera. In 1715 brandt deze “operaplaetse” volledig af en 2 jaar later bouwt men op de Kouter een voorlopige houten schouwburg. In 1736 verkoopt de Stad het terrein aan de vroegere eigenaar, de St-Sebastiaansgilde en verleent het monopolie voor alle vormen van spektakel in de stad: toneel-en operavoorstellingen, concerten, redoutes en openbare bals.

De gekende architect Bemard De Wilde bouwt een nieuw gildehuis met schouwburgzaal die zal bekend worden onder de naam “Het Hof van St-Sebastiaan”. De nieuwe schouwburg die gedurende een eeuw de Gentse opera zal herbergen werd opengesteld op 12 Maart 1737. De Gilde had op geen kosten gezien want zij had “niets veronachtzaemt om eene Toneelzael te rnaeken gemakkelijk, bevallig en weerdig van de Hoofdstad van eene Provintie. De stukken, zelfs die de meesten toestel en pracht vereysschen konnen er vertoont worden zonder de minste wanorde, zoodat er den Aenschouwer eene volkome verbeelding kan genieten.

Onder de vele beroemdheden die voorstellingen kwamen bijwonen in de St-Sebastiaansschouwburg vernoemen wij: Karel van Lorreinen, de Hertog van Marlborough, Aartshertog van Saksen-Tesehen met Marie-Christine, Napoleon met Josephine en later met Marie-Louise, Ladewijk XVIII met zijn Hof, Willem I, Leopold I, enz. De St-Sebastiaansschouwburg werd afgebroken in 1837 om 3 jaar later plaats te maken voor de huidige Opera.

Weetje: 3 oktober 1858. De nieuwe Brusselse bierpomp is nu te Gent voor het eerst in gebruik in de “Estaminet du Commerce” in de Schouwburgstraat. De Brusselse bierpomp is aan te bevelen voor de tappers, die de gezondheid van hun klanten beogen. Met het nieuwe toestel is geen vergiftiging mogelijk. Het lichaam van de pomp is in porselein en de pijpen in glas. De pomp geeft 600 pinten per uur.

——————

Bronnen:

http://www.inventaris.onroerenderfgoed.be

http://www.swingverkoop.be

http://www.nl.wikipedia.org

http://www.gisterennogvandaag.com

Ghendtsche Tydinghen 1978 – Vol7 N°1