Gasfabriek

Capture d’écran (261)

Een oorkonde daterend 1571 stelde “dat op alle hoeken van de grootste straten lanteernen zoude hangen tegen stelen, rooven en moorde”. Oorspronkelijk waren het vetkaarsen, vervolgens koolzaad olielampen in de 18e eeuw, begin 19e eeuw petroleumlampen om opgevolgd te worden door lichtgas en uiteindelijk electriciteit in de 20e eeuw.

De eerste gaslantaarns verschenen in 1826 en 15 jaar later was dat reeds 3/4 van de 900 lichtpunten. De ontdekking van de gloeikousen of manchons speelde hierbij een grote rol.

In een oude textielfabriek gelegen in de Korianderstraat was er “Schulze”, een onderneming die gloeikousen produceerde. De rondgang van de lantaarnstekers die ’s avonds het licht aanstaken om het bij het krieken van de dag opnieuw te doven was daarbij een dagdagelijkse attractie voor de jongeren. Tondeliers werden ze genoemd, een naam die ook de stadswijk draagt gelegen op het terrein van de voormalige stadsgasfabriek Rabot-Blaisantvest.

Van Willem I kreeg architect Louis Roelandt in 1824 de toelating om een gasfabriek op te richten gelegen Waalse Krook, meer bepaald Kleine Huidevettershoek (Platteberg). Werd het gas aanvankelijk gewonnen uit olie, dan werd er rond 1830 overgeschakeld op steenkoolgas dat bijna anderhalve eeuw stand zou houden. Het contract met Roelandt werd opgezegd in 1844.

“Verslag van de gemeenteraad” en van de “Gazette van Gent” 3 Januari 1844 : Sedert de oprichting van de gasfabriek te Gent in 1824 heeft de Engelse maatschappij “Continental gaz company” het gas aan de nijveraars verkocht aan 6 gulden of 12,79 F per duizend kubiek voet. In 1834 bouwde de maatschappij Phenix een gasfabriek voor eigen gebruik. In de ·omgeving werd ook gas geleverd. Dit gas werd verkocht voor 10 F per 1000 kubiek voet, wat 20% lager was dan de prijs van de Continental. Daarom verleende de Continental sedert 1842 een korting van 5% tot 15% aan de grote verbruikers. In maart 1843 bepaalt de Phénix de prijs van het gas op 7 F per 1000 kubiek voet. De Engelse maatschappij heeft ook haar prijs moeten verlagen, daar verschillende fabrikanten, onder andere Claes-de Cock. Daarbij dachten Scribe, Dierman, Feyerick zelf een gasfabriek op te richten. Door de concurrentie van de Phenix is aldus de prijs van het gas met 45 % verlaagd.

Inmiddels was er in 1834 een 2e en grotere gasfabriek bijgekomen aan het Dok, daar waar later Carels zou komen. Beide fabrieken werkten tot in 1881.

Op 25 april 1846 wordt er een overeenkomst gesloten tussen de stad Gent en de Compagnie Irnpériale Continentale, waarbij aan de gasmaatschappij een concessie verleend wordt voor een periode van dertig jaar (van 1 juli 1851 tot 1 juli 1881). Uit één van de artikels van de overeenkomst blijkt dat de lantaarnaanstekers aangesteld worden door de maatschappij en tijdens hun dienst een metalen plaat met een kenteken dragen. De maatschappij had haar zetel te Londen.

29 november 1879: de gemeenteraad van 16 september 1879 verleende aan Oppenheim en Romberg uit Brussel een nieuwe concessie verleend voor het uitbaten van een gas-maatschappij. De voorwaarden waren : de concessie heeft een duur van 30 jaar (1881-1911), in de nieuwe wijken (Citadelwijk, Rabotwijk) moeten de nodige leidingen worden geplaatst; het aantal straatlantarens moet met 400 worden vermeerderd en elke lantaren zal per jaar 3 557 uur branden (ze mogen dus niet meer gedoofd worden na middernacht). De verlichting van de straten gebeurt op kosten van de concessiehouder; de particulieren betalen 17,25 centimes per kubiek meter, grote verbruikers krijgen een korting.

Er kwam een protestbrief van de Ligue du commerce et de l’industrie de Gand, waarin er op gewezen werd dat de verbruikers de stadsverlichting moesten betalen. Het besluit van de gemeenteraad werd verbroken door de Bestendige Deputatie van de provincie wegens krenking van het algemeen belang. Er kwam nu een nieuwe aanbesteding. De Compagnie impériale du gaz, die de uitbating had sedert 1824 vroeg 16,75 centimes per kubiek meter, Oppenheim en consoorten vroeg 16,7 cent. per kubiek meter en de Société financière de Paris vroeg 14,875 centimes per kubiek meter en verkreeg alzo de concessie.

Een nieuwe fabriek werd geopend op de Gasmeterlaan. Deze Compagnie werd ontbonden in 1900 en van toen af zorgde de Stad zelf voor de exploitatie. Tot in 1936 is het gas geproduceerd geworden in de Stedelijke Gasfabriek Gasmeterlaan. Toen is de produktie overgebracht naar een fabriek in de Farmanstraat die de naam droeg “Force, Eclairage, et Docks de Gand” welke (geheel of gedeeltelijk?) door de Stad Gent was overgenomen geworden en in de volksmond “De Cokesfabrieke” heette. De gasfabriek werd definitief gesloten in 1963 en het gas werd toen aangekocht bij Distrigaz. In 1966 werd besloten over te schakelen op het veel zuivere aardgas.

———-

Ghendtsche Tydinghen 2007 – Vol36 N°5 (art. Pierre Vander Haeghen)

Ghendtsche Tydinghen 2007 – Vol 36 N°3

Ghendtsche Tydinghen 1982 – Vol11 N°4

Ghendtsche Tydinghen 1975 – Vol4 N°4