Museum Dr. Guislain


Jozef Guislainstraat 43
B-9000 Gent

09/3986950
info@museumdrguislain.be

Algemeen:

In 1220 werd te Gent het eerste gesticht voor krankzinnigen opgericht in het Sint-Janshospitaal, reeds opgericht in 1196. Dit gesticht werd later Sint-Jan in d’Olie of Sint-Jan ten Dulle genoemd. In 1505 werden de krankzinnige vrouwen overgebracht naar de Korte Viollettenstraat in het gewezen klooster van de Bogaarden, gesticht in 1413. Vandaar de naam Zottepoort aan de Houtlei. Dit gesticht zal hier blijven tot zijn overplaatsing naar Melle.

De krankzinnige mannen verlieten Sint-Jan ten Dulle in 1776 en werden ondergebracht in een deel van het Geraard Duivelsteen dat gediend had als gevangenis en vrijgekomen was na de bouw van de gevangenis op de Coupure. De krankzinnigen verbleven vervolgens in het oud Rasphuis tot 1828. In dat jaar waren de bouwwerken van de drie overige vleugels van de gevangenis op de Coupure beëindigd waarbij de gevangenen, die in het klooster der Alexianen waren opgesloten, verhuisden naar de Coupure. De krankzinnigen werden overgebracht naar het voormalig klooster der Alexianen, ook genaamd Cellebroeders of Schokkebroeders. Het bleek onmiddellijk, dat het gebouw niet geschikt was voor zijn huidige bestemming.

In het “Rapport relative à la construction d’un établissement pour les hommes aliénés” van 1851 lezen we :

“En effet, l’espace manque complétement dans ce local; il n’équivaut pas à la vingtième partie du terrain exigé. Les batiments sont entourés d’habitations et ne sont pas susceptibles du moindre agrandissement. La lumière ne pénètre pas dans cette sombre prison. Les cours ressemblent à des puits, à des fossés, ou les rayons du soleil n’arrivent que pendant deux mois de l’année lorsque les jours sont le plus longs. Le plus grand nombre des malades couchent dans des caveaux humides. Partout l’air est sans circulation, partout il y a encombrement. Les cellules qui servent à l’isolement des aliénés agités ne sont à proprement parler, que d’horribles cachots.”

De gemeenteraad bespreekt op 13 december 1851 de bouw van een krankzinnigengesticht voor mannen. In 1851 werden er ongeveer 200 krankzinnigen “verpleegd”, waarvan 105 ten laste van het bestuur der Burgerlijke Godshuizen. De zieken werden verzorgd door de Broeders van Liefde onder de leiding van dokter Guislain.

Uiteindelijk keurt de gemeenteraad het voorstel van het “Bestuur der Burgerlijke Godshuizen” goed. Op een terrein buiten de Brugse poort, dat eigendom is van de Burgerlijke Godshuizen, zal een nieuw gesticht gebouwd worden. Prof. Guislain stelde de beschrijving van het gebouw op waarvan de plànnen werden getekend door A. Pauli. Eén probleem moest nu nog opgelost worden, nl. de grootte. Indien enkel zieken, die woonachtig zijn te Gent, zouden opgenomen worden, was een gesticht voor 150 patiënten voldoende. Indien echter ook zieken van buiten Gent worden opgenomen, moet men ruimte voorzien voor ongeveer 400 patiënten. Daartoe moet onderhandeld worden met de staat en de provincie. Hierdoor zal de verwezenlijking nog enkele jaren aanslepen. Dank zij de bekommernis en de ijver van dokter Guislain werd het nieuw gesticht gebouwd dat als een modelinrichting mag beschouwd worden en later naar hem werd genoemd.

Guislain, Jozef (1797-1860)

Guislain wordt geboren in een familie van architecten. Niet zonder enige moeilijkheden kan hij geneeskunde studeren aan de Gentse “École de Médecine”. Het is de start van een succesvolle medische carrière.

Op 31 Juli 1819 promoveert Jozef Guislain tot Dokter in de Geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hij werd geboren op 2 Februari 1797 in een kunstminnende familie en het was de bedoeling dat de jonge Jozef, die veel talent bezat voor tekenen, architect zou worden.Tijdens het bezoek aan een vriend die geneeskunde studeerde ontdekt hij zijn ware roeping.

Hij laat het tekenen varen, assimileert op korte tijd het Latijn en begint zijn studies aan de “Ecole de Médecine”. In 1817 gaat hij over naar de pas gestichte Universiteit en promoveert er 2 jaar later. De jonge Guislain wordt diep geschokt en komt in opstand tegen de onmenselijke manier waarop krankzinnigen behandeld worden. Geketend, opgesloten in een stinkend hok worden ze bij de minste weerstand geslagen en behandeld zoals men het gevaarlijkste dier nog niet zou behandelen. Heel zijn leven zal hij een verbeten strijd voeren voor de lotsverbetering van deze ongelukkige mensen.

Hij doet baanbrekend werk op het gebied van de hervorming en de humanisering van de verpleging van geesteszieken. In 1825 verschijnt zijn werk “Traité sur l’aliénation mentale”. In 1828 wordt hij hoofdgeneesheer van de Gentse krankzinnigengestichten om in 1835 aangesteld te worden als Professor Physiologie aan de Gentse Universiteit nadat Professor Jozef Kluyskens, in naam van heel de Faculteit, er bij de regering op aangedrongen had hem te benoemen. In het verzoekschrift werd er vermeld dat daardoor de wens van allen in vervulling zou gaan.

Zijn wetenschappelijke werken volgen nu elkaar in snel tempo op en verwekken overal sensatie. Enkele jaren vóór zijn dood wordt één van zijn dromen verwezenlijkt nl. de bouw van het krankzinnigengesticht dat later zijn naam zou dragen. De plannen ervan werden ontworpen door de niet-gediplomeerde architekt Jozef Guislain. Jarenlang was hij Voorzitter van de Gentse “Société de Médecine” en in 1842 werd hij lid der Academie van Geneeskunde, later ook van de Keizerlijke Academie te Parijs.

Zo werden de krankzinnigen van het gewezen convent der Alexianen op de Schokkebroedersvest en verzorgd door de Broeders van Liefde op 14 oktober 1857 overgebracht naar het nieuw gesticht “Guislain” buiten de Brugse poort.

Hij stierf op 1 April 1860 en werd begraven op het Campo Santo.

Nog heel wat herinnert aan hem in Gent. Buiten het Guislaingesticht zijn er een Guislainstraat, een Guislainbrug en zijn standbeeld, een werk van Hambresin, werd ingehuldigd op 10 juli 1887. In 1960 werd een gedenkplaat onthuld aan zijn huis in het Engelandgat 15. Deze werd geschonken door de Gentse psychiater Dr. Evrard. Als blijk van erkentelijkheid en waardering schonken zijn studenten hem in1855 een marmeren borstbeeld dat gemaakt werd door Antoon Van Eename.

Jozef Guislain was van betekenis op drie manieren: hij introduceerde de wetenschappelijke behandeling als hoofd van de Gentse psychiatrische instellingen, hij publiceerde en doceerde als hoogleraar aan de Gentse universiteit en hij klaagde als activist de mistoestanden aan in de Belgische psychiatrie en ijverde voor een wettelijk kader en een aangepast onderkomen. De site van het psychiatrisch hospitaal dat hij in 1857 liet bouwen is sinds 1986 voor een deel tot een museum omgebouwd en heeft de naam museum Dr. Guislain gekregen.

Museum Dr. Guislain is een cultureel ijkpunt met betrekking tot de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin. Met zijn gevarieerde werking stimuleert en voedt Museum Dr. Guislain het debat over psychische gezondheid en ziekte, en de manier waarop het onderscheid tussen beide door de tijd heen zowel bepaald werd door, als zelf ook bepalend was voor de culturele, maatschappelijke, wetenschappelijke en artistieke context. 

Museum Dr. Guislain is eveneens een ontmoetingsplaats waar mensen een verschil in visie, houding en praktijk met betrekking tot wat ‘normaal’ is confronteren met de eigen overtuigingen en handelswijzen. Museum Dr. Guislain ontplooit zijn werking voor een zo divers mogelijk publiek. Het museum wil de bezoeker niet enkel informeren, maar via getuigenissen, documenten, kunst en fotografie de gelaagdheid en complexiteit van de geschiedenis van de psychiatrie tonen.

Fotografie

Een belangrijke deelverzameling in de geschiedenis van de psychiatrie is de grote collectie fotografie. Dat is niet toevallig, want psychiatrie heeft iets met fotografie. Reeds in 1850 besliste de Schotse ‘psychiater’ Dr. Diamond om zijn handboeken niet langer met gravures, maar met foto’s te illustreren. Foto’s hadden voor hem de meerwaarde dat ze op een ‘objectievere manier’ deden kijken naar de psychisch zieke. De ambitie lag zelfs verder: foto’s konden de jonge wetenschap op weg helpen naar het vinden van echte ‘types’ in de psychiatrische ziektebeelden.De collectie bestaat dan ook niet alleen uit historische reeksen (vanaf 1860), maar ook uit werk van hedendaagse fotografen, die reflecteren over ziek en gezond, over normaal en abnormaal.

Bronnen:

http://www.traveldarkly.com

http://www.whichmuseum.be

http://www.museumdrguislain.be

http://www.lm-magazine.com

http://www.ugentmemorie.be

Ghendtsche Tydinghen 1976 – Vol5 N°6

Ghendtsche Tydinghen 2006 – Vol35 N°1