STRATEN

GentBaudelostraatverbredingSt.-Pietersdorp25b
Baudelostraat – St.-Pietersdorp

De Posteernestraat, de Lange Munt, de Veldstraat, … wat verbergen deze straten? Over die verschillende straten van “de Kuip”, de oude binnenstad, kom je hier alvast meer te weten. Vele straatnamen zijn in verband te brengen met het roemrijke verleden van Gent.

Gentbebouwdstbaafspleinstbaafsetiennefornierfb
St.-Jansstraat Etienne Fornier(Fb)

Een link naar verdwenen gebouwen, vroegere bewoners, gedempte waterwegen, de ligging, … vertellen ons iets meer over wat eens was.

Door het verhaal achter de straatnaam te kennen komen boeiende verhalen naar boven over de stad Gent. Zo wordt de geschiedenis eens op een andere manier benadert  met vele interessante feiten.

GentonbewoonbaarVanDaeleDaniëlFb

Lijst oude benamingen naar recentere straatnamen:

MEULEGAT = Galgenberg;
WOLVESTRAETJEN = Kleine Bellevuestraat, nu  Bern Spaelaan;
SOLFERSTEKSTRAETJÉN = Bagattenstraat (talrijke solferpriemmakers woonden aan die straat, aan de Pollepelstraat en aan het Rozendaalken);
BEGGYNHOVEKEN = Klein Parijs (gesloopt “koerken” uitlopende in de Bagatten-
straat
KABAENE = Sto-Elisabethsteeg (uitlopende in de Jeruzalemstraat):
VLOYENGEVECHT = Kortrijksepoortstraat (beluik);
LUYZENGEVECHT = Hebbrechtstraat;
TURKEYTJEN = Kortrijksepoortstraat (laatste helft (Ter Kaleitje ?);
LINDESTRAETJEN = Sto Barbarastraatje);
LEEUWKENSSTRAETJEN = Korianderstro;
WALMEIRE = Koophandelsplein;
DWAERSSTRAETJEN = Sto Niklaasstraat (deel tussen Volderstraat en Bennesteeg);
D’HELLE = Nieuwland;
PEETJEMANSSTRAETJEN = Stalhof (oostelijk deel);
VERBRAND MOLEKEN en ENGELS KERKHOF = Blaisantvest;
BLAUWEMEYS:FENSSTRAETJEN = Werregarensstraat;
ZUSTERHUYSSTRAETJEN = Minnemansstraet (nu Wijze Manstraat);
KETELSTRAETJEN df PISSTRAETJEN = Stadhuissteeg;
TAVERNIERSSTRAETJEN = Zeugsteeg
 
 

De zin/onzin wat betreft het vertalen van straatnamen

 
Straatnamen zijn meestal oude, spontaan gegroeide plaatsaanduidingen
waarvan de betekenis niet altijd meer duidelijk lijkt of de oorsprong zelfs niet
meer met zekerheid te achterhalen valt. Vooral in oude steden als Gent kan dit wel eens opvallend voorkomen. Daarbij moet men er ook meermaals rekening mee houden dat de oorspronkelijke, de oude of echte benamingen in de loop der tijden gewijzigd, geëvo-
lueerd, aangepast, gemoderniseerd, of zelfs gewoon verkeerd geïnterpreteerd,
verkeerd begrepen of vertaald werden.
 
Het is vooral de verdienste van schepen Jozef Vermeulen geweest, aan een
aantal Gentse straten hun authentieke benaming terug te schenken (1942).
Nadien heeft ook rijksarchivaris Maurits Gysseling met zijn studie “Gent’s
vroegste geschiedenis in de spiegel van zijn plaatsnamen” (1954) een belang-
rijke bijdrage tot die kennis geleverd.
 
Wat de vertalingen betreft, stammen deze hoofdzakelijk uit de periode van het
zgn. Frans Bewind (waaronder wij vanaf 1795 niet alleen bezet, maar ook
aangehecht waren; wij waren Franse staatsburgers geworden, en de enige offi-
ciële taal was dan ook de taal van Molière; hier in Gent behoorden we tot het
“Département de l’Escaut”. Anno 1799 werd afgekondigd dat “de namen van
pleinen en openbare wegen die in het Vlaams zijn terstond op de naamborden in het Fransch zullen gesteld worden.
 
Gezien godsdienst toen buiten de wet (afgeschaft/verboden) was,
kwam men tot potsierlijke vertalingen zoals rue du Pigeon voor Heilige
Geeststraat.
Tot vóór W.O.II waren (tegen de nationale taalwetgeving in) de Gentse straat-
namen tweetalig (daarentegen richtte zich de zgn. Grammens-aktie) waaraan
vooral studenten deelnamen; de verdedigde stelling was: eentalig, of – voor de
toeristen dan – viertalig.)
Een van de curieuze versies uit die tijd was wel rue du Paradis voor
Donkersteeg (cfr. het doodlopende zijstraatje Paradijszak). Normaliter had het
eerder ruelle obscure moeten geweest zijn. 
Helemààl verkeerd was natuurlijk rue du Jambon voor de Ham: “Ham” is een iets hoger gelegen stuk land dat boven een omliggende rivierkronkel uitstijgt. Idem dito voor Kwaadham, Godshuishammeke, etc. Hoe zouden ze trouwens
Kapucijnenham hebben moeten vertalen?
Rue des Baguettes voor Bagattenstraat trok ook op niet veel; oorspronkelijk
zou het Pargattenstraat geweest zijn; waarmee naar de toegang – via een hek
werd verwezen.
Rue aux Draps voor Drapstraat klonk chic’er dan rue de la Boue (i.v.m. de
naburige Poel).
Bij Ramen (waarop lakens gedroogd werden) dacht men blijkbaar aan “ram”
en werd het rue du Bélier.
Omzetting van Berouw tot rue du Repentir hield geen steek gezien volgens de
etymologen berouw op een strook aangespoelde grond zou wijzen.
Rue d’Angleterre voor Ingelandgat heeft weinig zin gezien de naam “toegang
tot weiland” blijkt te betekenen. (In de Genste volksmond werd er ook een
ander, nogal platte vertaling aan gegeven…)
Rue des Peignes voor Kammerstraat zag over het hoofd dat hiermee wel een
onderdeel van het wol-bewerken wordt bedoeld.
Burgstraat werd rue de Bruges (i.p.v. rue du Bourg), Kouter, place d’Armes, Steendam rue St-Georges, Hooiaard marché au Foin (terwijl “aard” aanlegplaats betekent). Minnemeers vertaalde men als Pré d’Amour (i.p.v. Pré aux Sirènes; minne is een watergeest, cfr. zeemeerminnen), Overpoortstraat als rue de la Colline (zodat men dan over de Heuvelstraat ging spreken). Spotvogels noemden de Voldersstraat (rue des Foulons) ook wel eens Lange Zottenstraat (Fous longs).
Sommige plaatsnamen (zoals Einde Were, Krevelsteeg, Kalandeberg, Holdaal, Meerhem, Waalse Krook, Veergrep, Bommelstraat, Groene Briel, Stalhof of Griendeplein) lijken nogal moeilijk te vertalen. Andere (zoals Gewad, Heirnis, Malem, Muide, Schreiboom, Zieklien, Krijzeltand, Kasterbant of Jooremaaie) bijna helemaal niet. Wie zou er trouwens aan denken het Parijse Montmartre of Trocadéro te gaan vertalen, het Londense Trafalgar Square, het Keulse Klingelputz, of het Amsterdamse Damrak?
Een oude straatnaam is meestal zo plaats-gebonden dat hij doorgaans bij poging tot vertaling zijn eigenlijke betekenis en zeker minstens zijn typisch lokale kleur verliest. Hierbij denken wij dan wel onwillekeurig aan wat Pierre Valdelièvre in “Les vieilles rues de Lille” (1948) over “notre cité de l’Isle-en-Flandre” noemt “la véritable saveur et le parfum caractéristique du terroir natal”.
—————-
 
Bron:
 
Ghendtsche Tydinghen  jg2 n°2 – Februari 1973
Maurits Gysseling: Gent’s vroegste geschiedenis in de spiegel van zijn plaatsnamen.
Standaard-Uitgeverij, Antwerpen 1954.
Karel Haerens: Oude straatnamen van Gent, Het Volk, Gent 1982.
Alfons Van Werveke: De namen der straten onder het Fransch Bewind, Ghendtsche Tydinghen,
maart-april 2005, blz. 134-135
 
 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.