Kramersplein

Aanvankelijk behoorde dit gedeelte van de stad, tussen Schelde, Stalhof, Overpoortstraat, Kramersplein en Kantienberg, tot het Sint-Pietersdorp, met centraal de Benedictijnenabdij Sint-Pieters en het Sint-Pietersplein waar al eeuwen de zomerfoor of potjesmarkt gehouden werd. In de 19e en een groot deel van de 20ste eeuw werd deze buurt bepaald door de aanwezigheid van drie textielfabrieken, later samengevoegd tot één fabriek, UCO-Terplaten, en de aanwezigheid van verschillende beluiken, o.a. het Onze-Lieve-Vrouw Poortje in de Overpoortstraat 35-47, en het groot steegbeluik met een open karakter “De Rode Plankierkens” in de Benedictijnenstraat. Ook aan de rechterzijde van de Benedictijnenstraat stonden vroeger huisjes, met een zeer beperkte oppervlakte van 15 à 20 m2, tegen de fabrieksmuur aangebouwd. (In1890 waren er te Gent 651 beluiken met 8038 huizen).

Zowel de fabriek UCO-Terplaten, gesloten in 1969, als het steegbeluik zijn inmiddels verdwenen. Op de plaats van de textielfabriek, vele jaren gebruikt als een aarden parking voor Decascoop aan de overzijde van de Schelde, werd de Artevelde Hogeschool met ondergrondse parking gebouwd. Annex een hoge toren met leslokalen en beweegbare zonneblinden, die in september 2009 van start ging. Sommigen zijn van mening dat de stad hier een unieke kans heeft laten liggen om het geheel om te vormen tot een park en groenzone voor de studenten. Die moeten nu, als het zonnig weer is, op de stenen gaan zitten van het Sint-Pietersplein.

Het Kramersplein, in het midden van de 19e eeuw “Klein Sint-Pietersplein” genoemd, is ontstaan door de urbanisatie van de wijk in 1840, na de demping van de daar gelegen “poelput”. Die lag er al van in de middeleeuwen. Het regenwater van de Blandijnberg sijpelde erin, met het gevolg dat de poel altijd gevuld was met helder water, beschikbaar voor het Sint-Pietersdorp. De recentere naam Kramersplein verwijst naar de marktkramers en foorreizigers die hier in de wintermaanden hunwoonwagens stalden.

In 1858 werd door de gemeenteraad, met Gustaaf Callier als schepen van onderwijs, beslist op het pleintje een lagere jongenschool met woning voor de hoofdonderwijzer te bouwen. De school werd in 1858-1861 ontworpen en gebouwd door stadsarchitect Adolphe Pauli (°Gent 1820- Keulen1895), die in 1856 Louis Roelandt was opgevolgd en in neogotische stijl o.a.ook het Lousbergsgesticht, het Bijlokehospitaal, het Weesjongenstehuis en tal van stadsscholen en burgerwoningen heeft gebouwd. In 1895 en 1900 werden aanpassingswerken uitgevoerd door architect Charles van Rysselberghe. Nadat de school werd gesloten, werd in 1986 de afdeling beeldhouwen van de Academie er gevestigd en in de linkervleugel het Liberaal archief. Sedert1996 is het hele gebouw Liberaal archief. Het archief bevat o.a. een rijke bibliotheek, duizenden foto’s, affiches, diploma’s, vlaggen, bustes en andere curiosa. De leeszaal is vrij toegankelijk.

De Voetweg is een smalle gekasseide straat met een dalend en hoekvormig tracé van de Overpoortstraat ombuigend naar de Kantienberg. Ze begrenst aldus het Kramersplein aan twee zijden. Overwegend kleine arbeiderswoningen uit de tweede helft van de 19e eeuw, met in de hoek de ingang van de vroegere textielfabriek UCO-Terplaten. Van nr. 10 tot 40 een lang en smal steegbeluik, genaamd “’t Poortje van de handborstel”. Men was in de 19e eeuw bijzonder vindingrijk om beluiken een naam te geven: “’t Luizengevecht en ‘t Papieren edeldom” bijvoorbeeld. Een gewone deur en een lange overdektegang gaven toegang tot het beluik. Dat slechts aan één kant bebouwd was, al bevonden er zich oorspronkelijk ook aan de rechterzijde een drietal huisjes.

Het beluik, met huisjes van twee bouwlagen, was in 2011 door studenten bewoond. Die jongeren vonden er het best gezellig wonen, centraal gelegen tussen de universiteit en de hogeschool, ook al zijn de voorzieningen zeer beperkt en naar hedendaagse normen totaal ondermaats want … geen badkamer … geen douche … geen stromend water dus … iedereen gebruik maken van het kraantje op de binnenkoer. Ze hebben al evenmin een individueel toilet! De vier hokjes met een toilet buiten zijn gemeenschappelijk voor de bewoners. Het beluik hoorde vroeger toe aan de textielfabriek en was vervolgens privé bezit. De huur bedroeg toen 220 euro per maand per huisje.

Een deel van het Kramersplein deed aanvang 2011 nog dienst als parking maar daar is na de heraanleg in mei 2011 van afgezien. Het plein is in het voorjaar tevens een vaste locatie voor een deel van de jaarlijkse halfvastenfoor. De Overpoortstraat, de vroegere Heuvelstraat, is op zijn beurt met zijn talloze cafés de laatste tientallen jaren uitgegroeid tot dé uitgaansbuurt van de studenten. (Daniël Van Ryssel)

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 2011 – Vol40 N°4