Rasphuis

gentrasphuisbrugrasphuisgt1986

Rasphuis aan de Rasphuisbrug – Ghendtsche Tydinghen 1986

Keizerin Maria-Theresia van Oostenrijk gaf in 1773 de opdracht tot het oprichten van het Rasphuis of Provinciaal Correctiehuis. Het was gelegen aan de linkeroever van de Coupure op de plaats van de huidige faculteit van Landbouwkundige Wetenschappen alias “het boerekot”. De bouwmeesters waren de jezuïet Klükman alias Klugman en J.B. Malfeson die eveneens het Keizerlijk Entrepot zou ontwerpen hier aan de Coupure in 1779-1780. Voor de uitvoering van de werken is beroep gedaan op de ontvanger van de stadswerken dhr. ’t Kindt.

gentrasphuisgt1986

Rasphuis kapel- Ghendtsche Tydinghen 1986

“Vanghenessen”waren tijdens de middeleeuwen huizen van bewaring waar verdachten in voorarrest werden bewaard en bewaakt. Was het oordeel van de rechter negatief dan trof de verdachte ook geen schuld en was deze terug op vrije voeten. Bij een positief oordeel volgde de uitvoering van een straf zoals de brandstapel, de strop, de verdrinking, de vierendeling, de brandmerking, de verbanning, het zwaard, etc. Opsluiting als vonnis was niet echt aan de orde en bij uitzondering op deze regel waren in abdijen en kastelen kerkers voorzien om de beschuldigden te kerkeren. Zo werd graaf Ferrand van Portugal 12 jaar lang in het Louvre opgesloten. Gwijde van Dampierre bracht zijn laatste 5 levensjaren door in het kasteel van Compiègne. Verwijzen wij ook naar het kasteel van Rupelmonde als staatsgevangenis van de Vlaamse graven.

gentrasphuisgt1987

Rasphuis – Ghendtsche Tydinghen 1987

Het waren vooral de landlopers, zwervers, vagebonden, schooiers en daklozen die voor de problemen zorgden. Daarbij was een straf als vrijheidsberoving een normale zaak. Eind 16e eeuw zijn er in Parijs “les maisons de correction” of “les maisons de force” aan te treffen. Hier gekend als tuchthuizen.Londen en Amsterdam volgen en begin 17e eeuw Lubeck en Bremen. Ook in Gent is er sprake van de oprichting van een “huis voor tuchtelynghen”. Tot 1666 werd er gewacht om 4 handmolens aan te schaffen. In 1675 is er een reglement opgesteld om in 1676 met een Spinhuis (voor vrouwen) of Rasphuis (voor mannen) van start te gaan in het Geeraerd de Duivelsteen.

gentrasphuisinganggt1987

Rasphuis ingang – Ghendtsche Tydinghen 1987

De molens die waren aangekocht waren tot nut bij het raspen van “braziel- of brizylhout”. Dit hout was afkomstig uit Oost-Indië en bevatte veel rode kleurstof dat volop in de textiel werd gebruikt. Na verloop van tijd werd het verfhout ook volop uitgevoerd. Door ontdekkingen kreeg het de naam mee van het ontdekte land of stad als Brasil, Brésil, Pernambukhout (Pernambuco Brazilië) of Campechehout (Mexicaanse havenstad Campeche).

Regelmatig werden de ongunstige leefomstandigheden in het Duivelsteen aangekaart. In belangrijke mate door Jean Jacques Philippe Vilain XIIII, vanaf 1755 eerste schepen van de Keure en een man met de nodige invloed. Onder zijn impuls namen “de Staten” op 13 juli 1771 de beslissing de stedelijke instelling “het Steen” te liquideren voor de oprichting van een nieuw provinciaal tuchthuis. Dit Rasphuis, Sterkhuis, Centrale Gevangenis of Provinciaal Correctiehuis zal in de vorm van een onregelmatige achthoek met een oppervlakte van 43490m² worden opgericht op een stuk braakliggende grond langsheen de Coupure.

gentrasphuismaquetteantoondelooffb

Rasphuis maquette – Stadsmuseum Gent – Antoon de Looof – Fb

De eerste “tuchtelingen” mochten reeds in mei 1773 het Rasphuis bewonen. Er was daarbij een nieuw algemeen reglement van kracht waaronder het “binnen de 24u visiteren van een nieuwkomeling geschoren en gekleed in het uniform van het huis door een chirurgien”. Vele “stielen” werden er uitgeoefend zoals wol- en katoenspinners, kleermakers, het kleuren van lijnwaad, tijkwevers, timmerlieden, metaalbewerkers, zeilmakers, nettenknopers, etc.

De dood van Vilain XIIII in 1777 betekende een groot verlies voor het tuchthuis. Vele onregelmatigheden werden er vastgesteld. Daar maakte Lieven Bauwens gretig gebruik van. Hij kon het klaarspelen het Rasphuis voor zijn kar te spannen om zo goedkoop textiel te vervaardigen in ruil voor tegenprestaties die niet werden nagekomen.

In september 1824 besliste Willem I tot de voltooiing van het Rasphuis en trok daarvoor een bedrag van 500.000 gulden uit. In 1826 zal het gebouw zijn voltooiing kennen.

Eind 1935 nam minister van justitie E. Soudan het besluit tot sluiting van het Rasphuis. Zo’n 500 veroordeelden mochten andere huizen van bewaring gaan bevolken. Het Rasphuis is achteraf nog opengesteld geweest voor het publiek wat op veel bijval kon rekenen.

———-

Bron:

Ghendtsche Tydinghen 1986

Ghendtsche Tydinghen 1987