Adres : K12 A – De Pintelaan 185 – 9000 Gent / C. Heymanslaan 10 – 9000 Gent
Website : www.uzgent.be
E-mail : directie@uzgent.be / info@uzgent.be
Telefoon : 09 332 21 11 – 09 332 91 11
Fax : 09 332 38 00
“Een volk dat zichzelf eerbiedigt, beschouwt het als een plicht aan de zieken volledige geneeskundige en verpleegkundige hulp te verstrekken.” Het zijn woorden van Frans Daels, voortrekker van het Vlaams Artsenverbond (VAV), in zijn redevoering dd. 1933 voor de Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
De oprichting van het Academisch Ziekenhuis (aanvang 1935) is ongetwijfeld zijn grootste verwezenlijking. In de eeuwige discussie met het Bijlokehospitaal zag hij als eerste de grote noodzaak van een eigen universitair hospitaal.


Frans Daels
Antwerpen, 7 januari 1882 – Gent, 22 december 1974
Frans Daels werd geboren te Antwerpen op 7 januari 1882 als zoon van Petrus Daels, apotheker, en Maria Verellen, in een gegoede, Franssprekende familie. Hij volgde humaniora in het Sint-Berchmanscollege te Antwerpen en studeerde daarna geneeskunde in Leuven en Gent. Daels behaalde zijn diploma van geneesheer aan de Gentse universiteit in 1906 en werd assistent bij Jan Frans Heymans, waar hij zich specialiseerde met een studie over tuberculose. In 1907 werd Daels assistent in de Berlijnse vrouwenkliniek Charité bij professor Ernst Bumm. In 1908 trouwde hij met Joanna Vercauteren.
Van 1909 tot 1911 was hij opnieuw assistent aan de Gentse universiteit bij professor Van Ermengem in het Bacteriologisch Instituut. Daarna volgde Daels de overleden professor Van Cauwenberghe, gespecialiseerd in verloskunde-gynaecologie, op als hoogleraar. Hij kreeg de leiding over de gynaecologische en verloskundige klinieken van de Gentse universiteit en richtte de eerste raadplegingen in voor moeders en zuigelingen. Hij stichtte eveneens het ‘Vroedvrouwentijdschrift’ en beroepsverenigingen voor vroedvrouwen, en organiseerde een tweetalig Belgisch Vroedvrouwen Congres.
Tijdens de vooroorlogse periode was Daels reeds flamingant en voorstander van de vernederlandsing van de hogescholen en de wetenschap. Flamingant was hij geworden vanuit zijn sociale bewogenheid voor de lagere, Nederlandssprekende bevolkingsklassen. Hij organiseerde voordrachten voor studenten in het Nederlands en behoorde in 1910 tot de stichters en de redactieraad van het ‘Geneeskundig Tijdschrift voor België’ (Gedenkboek 1984-1214).
Toen de oorlog uitbrak in 1914 nam Daels vrijwillig dienst in het leger, als militair arts en officier. Hij verbleef vier jaar aan het IJzerfront en kreeg verscheidene eretekens en decoraties. Door zijn ervaringen aan het front werd Daels een radicaal flamingant. Hij raakte betrokken bij de clandestiene Frontbeweging als “nevenleider” naast de vier “hoofdleiders” en stichtte in 1916 voor de Vlaamse studenten het Secretariaat der Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten (SKVH).
Na de oorlog hervatte Daels zijn sociale activiteit. Hij richtte in Gent een vrije Vlaamse school voor verpleegsters en vroedvrouwen op en organiseerde congressen voor verpleegkunde, vroedvrouwkunde en sociale geneeskunde. In 1920 werd hij medestichter en hoofdredacteur van het ‘Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift’, voorzitter van het Vlaamsch Geneeskundig Congres (1920-1924) en van 1924 af vaste secretaris van het Internationaal Verbond van Vroedvrouwenvereenigingen. Hij trad toe in 1922 tot het Algemeen Vlaamsch GeneesherenVerbond en ijverde voor de oprichting van een academisch ziekenhuis in Gent. In 1937 was hij medestichter van Vlaamsche Kinderzegen. Ook bond Daels de strijd aan tegen de verfransing van de Gentse universiteit: hij werd ondervoorzitter (1920) en daarna voorzitter (1922) van de Kommissie ter vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool en in 1930 voorzitter van de Commissie voor Hooger Onderwijs in Vlaanderen. In 1933 stelde hij zich zonder succes kandidaat voor het ambt van rector van de Gentse universiteit. In 1935 richtte hij met Jozef Goossenaerts de Vereniging voor Wetenschap op, in het verlengde van de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen die sinds 1921 door hen beiden werden ingericht (tot 1944). Thema’s die tijdens de Congressen aan bod kwamen waren: de vernederlandsing van het hoger onderwijs, de Nederlandstalige wetenschapsbeoefening en de Nederlandstalige de wetenschappelijke Academies. In 1938 richtte Daels mee de Vlaamse Academie voor Geneeskunde op en werd er werkend lid van (Boey 1972-1213 ; Verweerschrift s.a.-1217).
Hij engageerde zich eveneens in verscheidene initiatieven ter ere van de Vlaamse frontsoldaten en werd de eerste voorzitter van het IJzerbedevaartcomité. Hij bepleitte ook amnestie voor de activisten. Aanvankelijk voer hij een koers tussen het gematigde flamingantisme en het radicale Vlaams-nationalisme. Hij wilde buiten de politieke partijen blijven en probeerde het pluralistisch karakter van de bedevaarten te bewaren, terwijl hij ook het pacifisme hoog in het vaandel droeg (De Wever 1998-1216).
Ondertussen begon Daels in 1925 samen met Goossenaerts aan een politieke carrière met de oprichting in Gent van de Katholieke Christelijke Volkspartij voor Vlaanderen. De lijst behaalde 3,4%. Voor de verkiezingen van 1936 werd hij gevraagd als lijsttrekker van een Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV)-Het Vlaamsche Front-kartel in Antwerpen, maar weigerde dit. Na de verkiezingen trad hij wel toe tot het leidend comité van de Vlaamsche Concentratie, dat poogde een Vlaamsgezind rechts front tot stand te brengen, en trad hij toe tot het beschermcomité van het blad ‘Nieuw Vlaanderen’.
Tijdens de bezetting werd Daels lid van het VNV. Hij evolueerde tot een radicaal Groot-Nederlander, werd beschouwd als een belangrijk woordvoerder van het Vlaams-nationalisme en werd opgenomen in de Raad van de Leiding van het VNV. Binnen de partij wierp Daels zich op als een tegenstander van politieke samenwerking met de SS en bepleitte hij een onafhankelijk standpunt tegenover de bezetter. Eind 1942 nam Daels ontslag uit de Raad omdat zijn opvattingen niet meer strookten met die van de partij. Binnen de VNV-Raad had hij een belangrijke rol gespeeld in de groeiende oppositie. In december 1943 stapte hij op als VNV-lid (De Wever 1994-165). Hierna gaf Daels verscheidene andere initiatieven op: hij nam ontslag als voorzitter van het IJzerbedevaartcomité. Bij de bevrijding werd Daels door de krijgsraad in Gent ter dood veroordeeld en dook hij drie jaar onder. Daarna vluchtte hij met zijn vrouw naar Zwitserland, waar hij zich eerst te Zürich en later te Genève vestigde. In Zwitserland hield hij zich bezig met onderzoek naar kanker. Twaalf jaar later keerde hij als een vrij man terug naar België door de bemiddeling van Gaston Eyskens en zette zijn wetenschappelijk onderzoek voort in zijn laboratorium te Bonheiden. Daels werd in 1968 nog erevoorzitter van het IJzerbedevaartcomité, maar bleef politiek inactief. Hij eindigde zijn carrière op 88-jarige leeftijd en verbleef de laatste vier jaar in een rusthuis te Gent (Collectie ADVN/DA-28/109(5)).
Op geneeskundig gebied publiceerde Daels tal van artikels en hield voordrachten in binnen- en buitenland. Hij specialiseerde zich voornamelijk in gyneacologie/verloskunde en kankerbestrijding. Hij behaalde academische onderscheidingen, was laureaat van de Universitaire Wedstrijd in 1905, 1906 en 1907, werd bekroond met de driejaarlijkse prijs voor Operatieve Geneeskunde (1908) en verwierf de titel van speciaal dokter in de verloskunde en gynaecologie. Ook was hij laureaat van de Alvaringaprijs van de Belgische Koninklijke Akademie voor Geneeskunde in 1909, 1910 en 1911, ontving hij de Prix Berraute van de Académie de Médecine (1930), werd hij doctor honoris causa van de universiteit van Keulen (1935) en verkreeg hij de titel Lauréat de l’Academie de Médecine in Frankrijk in 1959. Op zijn negentigste verjaardag ontving hij de dr. Albert Schweitzerprijs van de J.W. von Goethe-stichting in Basel (Gedenkboek 1984-1214 ; Boey 1972-1213).
Het graf van Daels op de burgerlijke begraafplaats Schoonselhof te Antwerpen is voorzien van een heldenhuldezerkje.

De oorsprong van het huidige Universitair Ziekenhuis gaat terug tot 1835. Toen werd bij wet vastgelegd dat het Burgerlijk Hospitaal van Gent de studenten Geneeskunde moest opleiden. Bij gebrek aan een eigen ziekenhuis deed de Faculteit Geneeskunde daarvoor een beroep op de Bijloke, een stadsziekenhuis onder het beheer van de toenmalige Commissie van Openbare Onderstand. Daar vonden, in afwachting van een eigen ‘Klinisch Instituut’, de klinische colleges plaats.


Rond de eeuwwisseling zou dat Klinisch Instituut bij de Pasteurdreef, uitgerust met collegekamers, laboratoria en operatiezalen, onderdak geven aan alle klinische vakken. De patiënten bleven voor zorg en nazorg in de Bijloke ondergebracht.
De roep om een eigen universiteitsziekenhuis dateert van 1911 en klonk het luidst bij prof. dr. Frans Daels, hoogleraar in de verloskunde. Na de vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit werden in 1932 daartoe de eerste stappen ondernomen. In 1937 ging de bouw van het nieuwe academische ziekenhuis aan de De Pintelaan van start. Tijdens de tweede wereldoorlog lagen de werken evenwel stil. Het duurde tot 1953 vooraleer het Academisch Ziekenhuis verder werd afgewerkt dankzij rector en gewoon hoogleraar van de Faculteit Geneeskunde Norbert Goormaghtigh.
Een epidemie van poliomyelitis versnelde de afwerking van een beperkte patiëntenafdeling tot tijdelijke verpleeg- en revalidatie-eenheid, die in 1956 werd geopend. In 1957 kon de polikliniek Fysiotherapie en Orthopedie in gebruik genomen worden. In 1959 opende de Kliniek voor Kinderziekten officieel de deuren. Dat is meteen ook de officiële stichtingsdatum van het UZ Gent zoals we het vandaag kennen.
———-
Lolle

Een vrouw van 46 krijgt een hartaanval en ligt in het hospitaal. Terwijl ze op de operatietafel ligt en de dood in de ogen ziet, krijgt ze een visioen. Ze ziet God en vraagt: “Lieve Heer, is mijn uur gekomen?”
God antwoordt: “Nee hoor, je hebt nog 43 jaar, 2 maand en 8 dagen tegoed!”
Bij het ontwaken uit de verdoving, besluit ze een facelift en een liposuctie te laten doen, haar lippen te laten opspuiten met collageen, haar borsten te laten corrigeren… en weet ik wat nog veel. Want nu ze weet dat ze nog lang te leven heeft, loont het ruim de moeite. Na haar laatste operatie wordt ze ontslagen uit het hospitaal. Eens buiten steekt zij wat nonchalant de straat over en wordt hierbij gegrepen door een voertuig. Zij is op slag dood. In de hemel aangekomen vraagt ze aan God: “Ahwel Lieve Heer, ik dacht dat ik nog meer dan 40 jaar tegoed had! Waarom heb je me laten omverrijden door die ambulance?”
Reageert God enigszins verwonderd: “Maar mevrouw toch, ik had u niet herkend!!!”
———-
Van AZ tot UZ
Vanaf de jaren 1960 breidde het ziekenhuis voortdurend uit. Het patiëntenaantal bleef stijgen en gebouwen rezen uit de grond. Op een periode van optimisme en groei volgden de woelige jaren 1980 die gekenmerkt werden door een groeiende schuldenlast. Vanaf 1986 werden belangrijke inspanningen geleverd om het AZ structureel uit de moeilijkheden te halen. De instelling onderging een totale reorganisatie met het oog op een efficiëntere werking.






Het K.B. 542 van 31 maart 1987 maakte van het ziekenhuis een openbare instelling onder de voogdij van de Vlaamse minister van onderwijs, met een eigen rechtspersoonlijkheid onder de vorm van een parastatale B. De naam Academisch Ziekenhuis werd wettelijk gewijzigd in Universitair Ziekenhuis Gent. Een periode van consolidatie en heropbouw was ingezet. Initiatieven voor een beter bestuur volgden: een goed werkende ICT-dienst, een rechtspositieregeling voor het UZ-personeel en de oprichting van bijkomende medische en niet-medische diensten.
In 2000 werd het strategisch beleidsplan UZ Gent – Horizon 2000 voorgesteld, waarin de missie van het UZ Gent werd vastgelegd: patiëntenzorg, opleiding, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening.

Pegasos: een nieuwe organisatiestructuur

Gaandeweg de jaren 2000 werd duidelijk dat het instellingsbesluit K.B. 542 uit 1987 dat de organisatie, de werking en het beheer van het UZ Gent bepaalde, niet langer beantwoordde aan de principes van deugdelijk bestuur. Er werd werk gemaakt van een nieuw bestuursmodel dat de globale werking en het beheer van het UZ Gent moest optimaliseren en de verdere campusontwikkeling vastleggen.
Eind juni 2006 werd het startschot gegeven voor de oprichting van een decentrale organisatiestructuur voor het UZ Gent. De nieuwe organisatiestructuur kreeg de naam Pegasos mee. Het letterwoord vat de kernwoorden van de vernieuwing samen: Patiëntgerichte, Efficiënte, Geresponsabiliseerde, Academische en Sectorale OrganisatieStructuur. De projectnaam is ook een verwijzing naar Pegasus, het gevleugelde paard uit de mythologie.
Pegasos deelt het ziekenhuis op in 6 klinische sectoren en 1 bedrijfsondersteunende sector. Elke sector groepeert een reeks verwante (medische) diensten. De structuur maakt het ziekenhuis beter bestuurbaar.

Re-integratie in UGent

In uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord 2014-2019 werd het UZ Gent op 1.1.2018 verzelfstandigd door de re-integratie in de Universiteit Gent. Daardoor kan het UZ Gent, als deel van de rechtspersoon UGent, zijn statuut van ziekenhuis ten volle valoriseren binnen het Vlaamse en het federale ziekenhuisbeleid.
Het wettelijk kader hiervoor wordt geboden door het decreet d.d. 3.2.2017 betreffende de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent (BS 27.2.2017) en het Bijzonder decreet d.d. 3.2.2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen (BS 15.3.2017).
——————–
Bron :
buildings-forum.com
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.