HISTORIE

Voorhistorische tijden : volksstammen bewonen onze streken gedurende het Stenen-, Bronzen-, en Ijzertijdperk.

57 vC : Caesar verovert onze gewesten.

0 : Anno Domini (in het jaar des heren) : begin van de christelijke jaartelling met de geboorte van Jezus van Nazareth (Joods profeet).

ca. 50 – ca. 350 : bestaan van een belangrijke Gallo-Romeinse vicus (agglomeratie) die minstens gedurende drie eeuwen ononderbroken bewoond werd.

ca. 350 : St.-Servaas : eerste bisschop van Tongeren. Verspreiding van het Christendom in onze streken, vooral bij de stedelingen, onder invloed van bekeerde Romeinse keizers.

445 : Algemene Frankische inval in onze streken. De Franken zijn gevormd rond 250 nC uit verschillende Germaanse stammen langsheen de Rijngrens van het Romeinse Rijk in Nederland en het Rijnland.

500-1000 : deze periode noemt men de duistere middeleeuwen. In deze periode strijken de Franken neer in het kustgebied van de Noordzee, tussen het Zwin en de Aa. Ze werden Zeegermanen genoemd. Zij waren waarschijnlijk de eerste “Flamenses”, de eerste Vlamingen.  “Flam” had de betekenis van een natuurlijke of kunstmatige heuvel binnen een zeemoeras, dat op regelmatige tijdstippen door de zee werd blankgezet. Voornaamste bron van bestaan was de schapenteelt.

506 : de koning der Franken, Clovis, wordt gedoopt.

543 : de builenpest halveert de Europese bevolking.

VII eeuw : Gouden Eeuw voor de heiligen in onze gewesten

630-639 : onder moeilijke omstandigheden slaagt Amandus erin twee abdijen op te richten bij de samenloop van de Leie en de Schelde, in de “pagus Gandensis”. In deze streek was hij als bisschop-missionaris van de abdij van Elnone het evangelie gaan prediken,doch door de heidense bewoners uitgescholden, geslagen en zelfs in de Schelde geworpen.

gent20 004St.-Baafsabdij.  Deze abdij van de Benedictijnen werd gesticht tussen 630 en 639 door Sint-Amandus (geloofsverkondiger)  te Ganda. Na een vernieling door de Noormannen op het einde van de 9e eeuw, werd het geheel herbouwd. De meeste gebouwen kwam tot stand in het midden van de 12e eeuw. Op het einde van de 15e eeuw was de abdij op haar hoogtepunt. Na de Gentse opstand in 1539 liet Karel V een gedeelte van de gebouwen slopen, om plaats te maken voor een citadel, het zogenaamde ‘Spanjaardenkasteel’. Deze burcht verdween gedurende de 19e eeuw.

                Een metgezel van Amandus getuigt dat Dotto de Merovingische rechtbank voorzit, de “mallus”. Deze plaats wordt dan ook als het “municipium” omschreven, de hoofdstad van de pagus.

Vooral tijdens het bewind van de Merovingische koning Dagobert I (629-639) werden missionarissen uit Centraal- en Zuid Gallië tot zelfs uit Ierland hier uitgenodigd om mensen tot het christendom te bekeren. Rijke grondbezitters die zich hadden bekeerd schonken gronden aan de monniken wat bijdroeg tot de rijkdom van de kloosters. Tussen 625 en 730 werden er veel abdijen opgericht.

+650 : St.-Pietersabdij : Amandus richt een klein klooster op aan de monding van de Schelde op het landelijk domein Blandinium.

IX en X eeuw : leenstelsel treedt in werking

800 : in Rome wordt Karel de Grote tot Keizer gekroond

811 : Keizer Karel de Grote doet een inspectiebezoek aan Gent van zijn militaire vloot  en het defensiesysteem tegen de dreiging van de Noormannen.

820 : Einhart, vriend van Karel de Grote en vroeger lekenabt van de St.-Pietersabdij op de Blandijnberg, wordt abt van de St.-Baafsabdij. Hij sterft in 840.

843 : Het Rijk van Karel de Grote wordt verdeeld

851-852 en 879-883 : door de invallen van de Noormannen werden door rooftochten en brandstichtingen de twee kloosters (St.-Baafs en St.-Pietersabdij) en mogelijk ook het portus op de Zandberg volledig vernield.

862 : Boudewijn I met de ijzeren arm wordt de eerste Graaf van Vlaanderen.

863 : Boudewijn, die afstamt van een gravenfamilie uit het noorden van het land, ontvoert Judith (17 jaar), de eerst gekroonde koningin van Engeland en dochter van koning Karel de Kale. Het koppel trekt over de Alpen naar Paus Nicolaas om de zaak te bepleiten. Door zijn goede verstandhouding met Rorik (Deense viking) en zijn vreselijke Noormannenbendes moet Karel de Kale het huwelijk erkennen en bepaalde toegevingen doen. Boudewijn wordt o.a. Graaf van Waas en schenkt het domein van Temse, hem toebehorende,  aan de St.-Pietersabdij van Gent.

430865 : eerste vermelding van “Portus Ganda” in het Martyrologium van monnik Usuard waarin hij de verering van Bavo beschrijft.

879 : Boudewijn II de kale volgt zijn vader op als Graaf Van Vlaanderen tot aan zijn dood in 918

          daar de Noormannen hun winterkamp hebben opgeslaan in de Gentse St-Baafsabdij, kan het land even herademen en het verweer voorbereiden.

          bouw van het Gravensteen. (zie 1180)

november2012 185918 : Arnulf I, bijgenaamd de Grote (ca. 889 – 27 maart 965) en zoon van Boudewijn II,  was Graaf van Vlaanderen van 918 tot zijn dood in 965. Hij ligt begraven in de Gentse St.-Pietersabdij. Breidde het graafschap uit in zuidelijke richting. Had geen opvolger daar zijn enige zoon Boudewijn III aan de mazelen overleed en zijn kleinzoon Arnulf II te jong was. Sloot pact met de Franse koning Lotharius het zuiden  van het graafschap te bezetten om opstanden te onderdrukken tot Arnulf II meerderjarig was.

942 : St.-Baafskathedraal. Inwijding van de oorspronkelijk kapel van St.-Jan onder het       patroonschap van Sint-Jan de Doper. In 1228 verbouwd, waarbij de benedenkerk later werd opgetrokken en voltooid in 1559. Pas in het begin van de 19e eeuw  zou deze kerk       afgewerkt worden.

945  :  Gerard van Brogne (8..-959), was hervormer van de abdijen in opdracht van Arnulf (zoon Boudewijn II) en  voert overal de benedictijnerregel in (armoede, kuisheid en gehoorzaamheid aan de abt). Stierf als kluizenaar. Heilig verklaard in 1131. Zijn feest is op 3 oktober.

962 : Boudewijn III, de enige zoon van de Vlaamse Graaf Arnulf I, sterft op nieuwjaarsdag ten gevolge van de mazelen.

967 : onder hun gemeenschappelijke abt Womar blijken de twee Gentse abdijen St.-Pieters en St.-Baafs hersteld van de crisis ten gevolge van de invallen van de Noormannen.

984 : uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het Blandinium onder abt Wido reeds een abdijschool had die tot ver buiten Gent gekend was.

987 : de dood van koning Lodewijk de Luie betekent het einde van het Karolingische rijk.

                Sinds het einde van het Karolingische rijk is de rechtspraak bijna volledig in handen van de leenheren. De leenheer zit het rechtscollege voor, spreekt het vonnis uit en ziet toe op de uitvoering ervan.

                Het vonnis zelf wordt “bedacht” door zijn gerechtshof (vrienden, vazallen of mannen die op de hoogte zijn van het gewoonterecht, de schepenen). De rechtsprocedure is vrij simplistisch. Een klacht wordt ingediend bij de leenheer, die de beschuldigde bij zich roept. Na de uiteenzetting van de beschuldiging en de verdediging volgt een variabele proef.

                Zo is er de zuiveringseed, waarbij de beschuldigde een bepaald aantal personen moet vinden die zijn onschuld zweren. Het godsoordeel of ordale is een onredelijke proef die een definitief vonnis oplevert, aangezien de beslissing van God niet in vraag kan worden gesteld.

                De meest gebruikte proeven zijn de waterproef, de proef met het gloeiend ijzer en het tweegevecht.

                Bij de waterproef wordt de beschuldigde gekneveld en in het water gegooid. Als hij blijft drijven is hij schuldig omdat het water hem verstoot.

                Bij het tweede wordt de beschuldigde met een gloeiende ijzeren staaf verbrand. Als de wonde na enkele dagen normaal geneest, is hij onschuldig.

                De proef met getuigenissen komt niet vaak voor, want de getuigenissen zijn moeilijk te beoordelen.

                Na de proef spreekt de rechter een straf uit. De rechtbank kan een geldelijke schikking bepalen om het slachtoffer of zijn familie te vergoeden. Ze kan ook een boete ten bate van de leenheer of lijfstraffen (terdoodveroordeling, amputatie, enz.) opleggen. Men kan tegen de beslissing niet in beroep gaan, want het is Gods beslissing.

988 : op 30 maart sterft graaf van Vlaanderen Arnulf II, zoon van Boudewijn III. Zijn vrouw Rosela van Ivrea, dochter van koning Berengarius II van Italië, neemt voorlopig het regentschap waar tot Boudewijn IV met de Baard (11jaar) meerderjarig is

993-994 : de jonge Vlaamse graaf Boudewijn IV verdeelt zijn graafschap in drie en installeert burggraven in Gent, Brugge en Doornik die de leiding krijgen over de bestuurlijke, rechterlijke en militaire organisatie

XI en XII eeuw : opkomst en ontwikkeling van steden

                ca 1000: Het seculiere godsdienstleven (religie en geloof oefenen geen invloed uit op de maatschappij) kent een opmerkelijke bloei. De basis van de religieuze gemeenschap blijft de parochie, zoals die onder de Karolingen werd bepaald. Elke gelovige behoort bij een kerk voor de sacramenten, waaraan men zich niet kan onttrekken, en voor het bijwonen van de zondagsmis. De tienden (deel van de landbouwinkomsten ten behoeve van de kerk) komen in theorie toe aan de priester van de parochie. Maar vaak int de leenheer ze zelf, betaalt hij er een “passend aandeel” van aan de Kerk en benoemt hij zelf de pastoor.

                Door de aangroei van de bevolking ontstaan nieuwe parochies, meestal door verdeling van het parochiaal gebied, maar ook door ontginning of de drooglegging van moerasgebieden. In dit geval wordt de bidkapel van een gehucht tot kerk gemaakt en krijgt de nieuwe parochie een eigen tiendgebied, doopvonten (waterbekken gebruikt ter bewaring van het doopwater en het toedienen van de doop)en het recht om een kerkhof aan te leggen. In de steden schieten kerken en kapellen als paddestoelen uit de grond, waardoor het stadsgebied in autonome parochies zal worden onderverdeeld.

                Vele rijken beschikten over een eigen kapel, waarin de mis werd opgedragen door hun persoonlijke kapelaan (een aan de kapel verbonden priester).

                In de bisschoppelijke centra moet men daarbij nog eens rekening houden met de kathedrale-en door de bisschop gestichte kanonikale kerken, samen met de talrijke kloosters

                De afhankelijkheid van de dochterkerk t.o.v. de moederkerk komt tot uiting in de jaarlijkse erkenningsprocessie, waarbij de parochianen  van de dochterkerk zich  in stoet naar de moederkerk begeven en een symbolische schatting betalen

                Op het einde van de 10e eeuw stelt men inheemse nijverheid vast. Handwerkers zoals volders, wevers, scheerders of ververs werken in dienst van de lokale handelaars die op hun beurt hun waar, het Vlaamse laken, trachten aan de man te brengen in vooral Engeland en het Rijnland. Nieuwe nederzettingen tussen het Gravensteen en de twee abdijen zorgden voor een toename van de bevolking en de nood aan nieuwe bidplaatsen.

1011 : Boudewijn IV wordt nu ook vazal van de Duitse koning of keizer nadat hij eerder al vazal van de Franse kroon was. De Duitse keizer Hendrik II erkent hem als graaf van Valencijn en geeft de streek van Zeeland ten westen van de Schelde in leen,  in de hoop een trouwe bondgenoot te worden.

1013 : jaarmarkt op 1 oktober te Gent met St.-Bavo, doch de mogelijkheid bestaat dat dit reeds vroeger plaatsvond.

1014 : een vloedgolf treft de kusten van Vlaanderen en Zeeland (Walcheren:  Middelburg, Veere en Vlissingen)

1029 : de Graaf van Vlaanderen belast Richard, abt van Saint-Vanne nabij Verdun, met de leiding en hervorming van de Gentse St.-Pietersabdij op de Blandijnberg

1030 : in aanwezigheid van Boudewijn IV, de topadel en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders wordt in Oudenaarde de godsvrede bezweerd op de relieken uit het graafschap verzameld. De bijeenkomst dient ook om de Graaf met zijn zoon Boudewijn te verzoenen. Een zoon, die hem zelfs tot ballingschap had gedwongen

                Relieken – stoffelijke resten van heiligen – zijn eeuwenlang vereerd als voorwerpen van onschatbare waarde. Deze heilige resten bezitten geestkracht, geven genezing en bescherming, en brengen God het meest nabij. En dat was belangrijk, want in de duistere Middeleeuwen kon je God maar beter in de buurt hebben. Omdat het zelf vaak onooglijke voorwerpen waren – niet meer dan een botje van de heilige Ursula of bijvoorbeeld een houtsplinter van het kruis van Jezus – werden er oogstrelende reliekhouders omheen gemaakt. De duurste materialen werden hiervoor gebruikt, want voor het heilige was het kostbaarste niet kostbaar genoeg. De reliekhouders zijn er in een enorme verscheidenheid en nog altijd blinken deze kistjes, ringen, armen, kruisen etc. uit door hun sublieme edelsmeedkunst.  

                In de beginperiode van het christendom werd de liturgie vaak gevierd bij of boven het graf van een heilige. Later werden de relieken opgegraven en verheven tot in de altaren, een deel werd in schrijnen bijgezet. Naarmate de behoefte groeide om de relieken ook daadwerkelijk te kunnen zien werden er glazen reliekhouders gemaakt.

                Reliekenverering is niet kenmerkend voor het christendom, maar is er wel nauw mee verbonden. Er is geen katholieke kerk zonder reliek. Ook in nieuwbouwkerken behoort een reliek in het altaar te zijn geplaatst, anders kan dit niet worden gewijd. Relieken zijn van wezenlijke betekenis voor de heiliging van een kerk. Het woord is afgeleid van ‘relinquere’, achterblijven. Er zijn drie soorten relieken.

  • De primaire, het gebeente of het bloed dat was opgevangen, desnoods  haren.
  • De secundaire relieken zijn kledingstukken, de passierelieken waaronder de splinters van het Kruishout, de lijkwade, maar ook stola en staf van een heilige.
  • De tertiaire relieken zijn aanrakingsrelieken: dat zijn alle voorwerpen, zoals grafdoeken en kist, die met de heilige in aanraking geweest zijn.

 Mensen pelgrimeren om de heilige eer te bewijzen, of om een gunst af te smeken, dan wel om na verkregen gunst hulde te brengen.

                Legitimatie

                Naarmate de heiligen een grotere rol gingen spelen in de geloofsbeleving werd het ‘Schaubedürfnis’ groter. Het volstond niet meer om de relieken te verheffen, mensen wilden de relieken daadwerkelijk zien. Daartoe werden de reliekhouders aan het volk getoond,

1033 : de versterkte burcht van Ename wordt ingenomen en verwoest door Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, wiens troepen de Schelde overstaken om het Ottoonse rijk aan te vallen. In 1047 nam zijn zoon Boudewijn V definitief bezit van Ename

1034 : de St.-Baafsabdij van Gent wordt hervormd onder invloed van de Saint-Vanneabdij van Verdun

1035 : op 30 mei overlijdt Boudewijn IV en wordt opgevolgd door zijn zoon Boudewijn V van Rijsel

1038 en 1140 : St.-Niklaaskerk. Bouw oudste parochiale kerk van Gent in Scaldische Gotiek.

1047 : Tijdens een oorlog met de graaf van Henegouwen, Herman van Bergen, moest Boudewijn V Valenciennes afstaan maar kwam hij in het bezit van Ename, waardoor hij en zijn opvolgers leenmannen werden van de Duitse keizer.

1051 :  Mathildis van Vlaanderen, dochter van Boudewijn V, wordt uitgehuwelijkt aan Willem de Veroveraar (W.  van Normandië, de Bastaard), die met de steun van Boudewijn V in 1066 ten strijde trekt tegen de Engelsen en koning Harold van Engeland versloeg.

                Tegen het einde van de 11de eeuw krijgt de stad een eigen rechtspraak. De graaf maakte ze los van de kasselrij van Oudburg en plaatste ze onder de rechtsmacht van dertien schepenen die hij onder de meest gegoede inwoners uitkoos. Ter afbakening van hun rechtsgebied,  maar wellicht ook nog meer ter beveiliging van de stad, werden twee grachten gegraven ten zuiden van de nog steeds bestaande Ketelvest, die Leie en Schelde verbindt en de eigenlijke stad van de heerlijkheid van Sint-Pieters bleef scheiden tot aan de opheffing op het einde van de 18e eeuw, en ten westen van de gedempte houtlei die de St.-Michielswijk omsloot.

1064 :  Zandberg . Met zo’n 11 meters boven de zeespiegel isdeze plaats is na de Blandinusberg het hoogste punt van Gent. Waar dorpen ontstonden op zanderige heuveltoppen omgeven door akkerland was dit zo’n typische plaats. De naam “Santberch” komt in het jaar 1064 voor de eerste maal voor. In de 16e eeuw waren hier veel Latijnse scholen gevestigd, waarbij de plaats een Latijnse naam verkreeg nl.” Mons Arenosus”. In 1663 werd op de plaatselijke waterput een pomp geplaatst met bovenop, sinds de Franse Overheersing, een arend. Het sterfhuis van Jan Frans Willems (1793-1842), de vader van de Vlaamse Beweging, was hier ook gelegen nl. achter de pomp in de woning van o.a. advocaat J. Haché.

1093 : St.-Jacobs : Vanaf de 7e eeuw bestond er reeds een kerk toegewijd aan de heilige Jacob. In de documenten betreffende deze bidplaats zijn er echter geen verwijzingen naar de bouw van de oorspronkelijke kerk als naar de latere constructie van de St.-Jacobskerk.

1099 : Godfried van Bouillon verovert op kruistocht de stad Jeruzalem

1100 : Graven van Ketelvest tussen Leie en Schelde  dat eveneens als grens tussen Gent en het St.-Pietersdorp gold. Aan de overkant van de Leie werd zij doorgetrokken als Houtlei.

            bouw van het Wittocxhospitaal. Enorm gebouw dat zich uitstrekte van een deel van de Cataloniëstraat (vroeger Kleine Koornmarkt genaamd) tot aan de Bennesteeg en van de Veldstraat tot aan de St.-Niklaasstraat.

             bouw  van de Braem- of Brabantpoort (bij Prof. Laurentplein)

1105 : St.-Michielskerk. Staat op de plaats waar sinds 1105 een kapel was gevestigd gewijd aan de H. Michaël. In 1147 deed zij dienst als zelfstandige parochiale kerk waarna zij tweemaal  door brand werd geteisterd. In 1440 besloot men een groter bedehuis te bouwen waarbij    de werken in 1672 werden beëindigd. Het bovendeel werd nooit voltooid.

1146 : Godshuis ter Lazarij, O.L.Vr. ter Lazarije of Rijke Godshuis, gesticht in Marialand – Hoogstraat ter verzorging van melaatsen.

1164 : Veldstraat. Deze straat liep naar de velden “extra muros”. Door de Ketelpoort vorderde deze baan naar Kortrijk. Het was een nauwe straat, waarbij in de buurt van de Bennesteeg  met moeite een kar doorgang vond. Bij regenweer veranderde de straat in een  modderpoel. Tot diep in de 16e eeuw liepen varkens en geiten hier rond. Honden waren  een plaag en de “Scarpcock” of beul was belast die honden te doden die zonder baasje rondliepen. Een eerste vermelding van de Veldstraat vinden wij terug in 1164 bij de     schenking van een stuk “champs”.

1180 : bouw van het Gravensteen  en Sint-Veerlekerk in opdracht van Filips van den Elzas, graaf van Vlaanderen en Vermandois. Het kasteel zou opgetrokken zijn naar het voorbeeld van  kastelen der Kruisvaarders die hij in Syrië had gezien.

1191 : St.-Jan ten Dullen, St.-Janshospitaal of St.-Jan in d’Olie (hoek Nieuwpoort bij St.-Jacobs). Gesticht door het stadsbestuur ten behoeve van geesteszieken en krankzinnigen (dul=gek). In een later stadium deed het dienst als meisjesschool,  opvang voor oude vrouwen, vondelingen en als Anglicaanse Kerk  “St.-Johns church”. Bouwmeester Bernard de Wilde bouwde deze oorspronkelijke Gotische kapel in 1743 om tot een kapel in rococostijl. Nu huist er het kunsthuis St.-John.

           de toltarieven van Boudewijn VI wijzen op 4 stadspoorten nl. de Ketelpoort, de Torenpoort, de Sint-Joorispoort en de Braempoort.

           de Gentenaren maken de “Groote Keure” op na de dood van Filips Van Den Elzas, een samenvatting van hun vrijheden en rechten. In oktober 1191 wordt Gent tot hoofdstad van Vlaanderen uitgeroepen.

1228 : Bijloke hospitaal. Gesticht door Ermentrude Utenhove, een rijke patriciërsdame uit Gent. Oorspronkelijk naast de St.-Michielskerk, in 1228 aan de abdij van de Bijloke gehecht.

            Predikherenklooster. Toen de discipelen van de Heilige Dominicus, stichter van de Orde der Dominikanen of Predikheren, in 1221 naar Gent kwamen verkozen zij het Godshuis, toen het oudste hospitaal van Gent, om hun klooster op te richten. Daar de zusters van dit Godshuis hun intrek namen in de Bijloke werd in 1228 begonnen met de bouwwerken.

1231 : Prinsenhof. Verkoop van een omwalde versterking door Hugo, burggraaf van Gent, aan heer Alexander Braem, waarbij de naamgeving evolueerde van Hof Ter Walle over Sersanderswalle tot Prinsenhof.

1234 : Oud-Begijnhof van St.-Elisabeth. Gelegen op een moerassig terrein, “Broek” genaamd, wat trouwens moeras betekent. Het was net buiten de stadsomwalling gelegen nl. “inter Borchstraete et Overbrouck”, en mocht direct rekenen op veel bijval. Op sommige momenten verbleven er rond de 800 begijnen. In 1873 waren de Begijntjes verplicht het domein te verlaten voor een nieuw verblijf in St.-Amandsberg.

1235 : Klein Begijnhof van O.L.-Vrouw Ter Ooie (Ter Hoyen – Lange Violettenstraat) : opgericht op de groen Ooie of de groene weiden of meersen binnen de derde en vierde omheining tussen de “Hoyepoort” en de “Windgatenpoort”. Dankzij Hertog Van Arenberg, opkoper van gronden en gebouwen eigendom van de Burgerlijke Godhuizen, kon het Begijnhof behouden blijven.

1250 : bouw tweede verdedigingsgordel Hooi- of Steenpoort (Abeelstraat)

1251 : De Lieve. Aanvang van de graafwerken richting Noordzee.

            Groot Vleeshuis. Eerste vermelding van een vleeshuis. In de stadsrekeningen pas vanaf 1332-1333.

1269 : voltooiing van “de Lieve”.

1290 : °Jacob van Artevelde –  Ϯ 24-07-1345

1295 : Augustijnenklooster. Reeds in 1295 vestigden eremieten van de orde van de H. Augustinus zich in huizen geschonken door de familie Borluut. Deze huizen stonden naast de kapel van St.-Stefanus, een hulpkerkje van de parochie van St.-Michiels of Ekkergem. De kapel en de huizen werden samen verbouwd tot een klooster.In  1566 werd de Augustijnenkerk verwoest door de beeldenstorm. De Stad Gent herbouwde in 1606 deze kerk.

1297 : Vlaanderen wordt grotendeels door de koning van Frankrijk ingelijfd.

1300 : bouw derde defensiegordel – Vijfwindgatenpoort.

1302 : Kortrijk : Slag der Gulden Sporen. Overwinning van het Vlaamse leger op de Fransen. Vlaanderen is vrij

1311 : DeBennesteeg staat in 1311 vermeld naar één of andere familienaam als Bennencksteghe. Op het einde van deze steeg trof men het Barbierhuis aan, het neringhuis van de Baardmakers  of Chirurgijns-Barbiers. In de 14e eeuw is er volgend reglement van toepassing : benevens het verzorgen van haren en baard, hanteerden zij duchtig, te pas en te onpas, de priem en het lancet. Zij trokken ook tanden. Voor iedere ziekte of misselijkheid werd een ader geopend. Het was ten strengste verboden potten met bloed voor de vensters te plaatsen of aan de dieren te geven. Zowel man als vrouw mocht dit beroep uitoefenen. Buiten de stad werd een put gegraven om er het afgetapte bloed in te gieten.

1314 : Belfort. Aanvangsdatum bouw Belfort van de hand van meestermetser Jan van Haelst.

1323 : Wenemaer’s Godshuis of St.-Laureinshospitaal (Veerleplein) : gesticht door kapitein Willem Wenemaer en zijn vrouw Margareta’s Brunen, oorspronkelijk bestemd om een 20-tal armen of zieken op te nemen.

1325 : opstand der wolwevers op de Koornmarkt

1325 – 1326 : Geraard de Duivelsteen (Reep of Neerschelde). Gebouwd op last van ridder Geraard de Duivel, zoon van een aanzienlijk geslacht der burggraven en getrouwd met de rijke patriciërsdochter Elisabeth van Slote, ook wel de Goede Vrouw genoemd.

1336 : verbod wolexport door Edward III.

1338 : eerste werken aan de Brusselsepoort en de Sint-Lievenspoort en de stadsgracht. Deze maakten deel uit van de vierde defensiegordel.

            Gent onder het bewind van Jacob van Artevelde kiest zijde van Engeland, het belangrijkste invoerland van wol voor de lakennijverheid.

1345 : moord op Jacob van Artevelde.

1363 : Kinderen Alijnhospitaal of St.-Catharinagodshuis  (Kraanlei) : gesticht uit boetedoening voor een moord gepleegd door de Rym’s op de gebroeders Hendrik en Zeger Alijn, was het een hospitium, een godshuis waar ouderen een onderdak en herberg vonden.

1377 : Gent kreeg zijn eerste uurklok in het jaar 1377-1378 bij de afwerking van het Belfort (1321-1377). Het duurde tot 1531 voor er drie klokken bijkwamen zodat men langs de vier zijden en niet enkel langs de kant van het schepenenhuis, de tijd kon aflezen

           Vervaardiging van de draak (Belfort) op aanvraag van het stadsbestuur. Hij zou het symbool worden van de dikwijls verloren maar steeds herwonnen vrijheid

1378 – 1384 : bouw van De Keizersvest, een stadsgracht die de Schelde bij het binnen- en buitenstromen van Gent verbond en die tot doel had dit gebied te beschermen

1379 – 1385 : klassenstrijd in Vlaanderen

1382 : Gents leger onder leiding van Filips van Artevelde lijdt te Westrozebeke een zware nederlaag  waarbij een groot deel van de mannelijke bevolking sneuvelt.

1425 : Lakenhalle. Aanvang werken tegen de oostzijde van het Belfort.

1453 : 16.000 Gentenaars sneuvelen in slag bij Gavere.

1465 : het Prinsenhof wordt de definitieve verblijfplaats van de graven van Vlaanderen i.p.v. het Gravensteen

            het Gravensteen dient als huisvesting voor het hoogste gerechtshof nl. de Raad van Vlaanderen

1467 : volksopstand op de Koornmarkt tegen Karel de Stoute, tegen de belasting op zout en graan door Filips de “Goede” ingevoerd, eindigend in “de slag bij Gavere”

1480 : bouw Rabot (vierkante sluis op de Lieve met 2 torens) als herinnering aan de belegering door Frederik II en zijn zoon Maximiliaan, nipt door de Gentenaars afgeslagen

1480 – 1481 : pomp van de Zandberg :   monumentale pomp (“pomp van Napoleon”) op oude waterput, als “pompe up den Santbergh” genoteerd in de stadsrekening van toen. Was eerst een open put. In 1686 werd er op vraag van de buurt een “pilaer ende pompe” geplaatst door  steenhauder Guillaume Pieters.

1491 : voltooiing van het Rabot (sluis) naar aanleiding van de overwinning van de Gentenaren op het leger van Maximiliaan, man van Maria van Bourgondië.

1500 : Geboorte Keizer Karel V.

1515 : huldiging Keizer Karel als Graaf van Vlaanderen.

1537-1539 : het Gentse stadsbestuur weigert een belasting (bede) goed te keuren. Opstand Gentenaars tegen Keizer Karel V.

1540 : op 14 februari valt Karel V het opstandige Gent binnen. Gent wordt van al haar rechten beroofd, gepaard met boetes en strafmaatregelen (Carolijnse Concessie). Na een verzoeningsceremonie worden uiteindelijk 26 leiders onthoofd, waarbij een verantwoordelijke groep Gentenaars met een strop om de hals de Keizer om vergiffenis smeekten. Ten gevolge hiervan wordt het Spanjaardenkasteel opgetrokken (dwangburcht) op de plaats van de oude St.-Baafsabdij  de ‘Gentse stroppendragers’.

1547 : Keizer Karel geeft de toelating om de Sassevaart te graven naar de Braakman, een kreek in de Westerschelde, waardoor Gent er een bijkomende uitweg naar zee heeft.

1561 : oprichting van het Bisdom Gent.

1562 : aanleg stenen kaaimuur aan de Graslei in 1562. De Graslei stond bekend als “Tusschen Bruggen”, daar het de plaats was waar het tolrecht of stapelrecht diende betaald te worden voor het ingevoerde graan.

1566 : de eerste Beeldenstorm.

1567 : de komst van Alva.

1571 : de heffing van de Tiende Penning.

1576 : Pacificatie van Gent – verzoening tussen katholieken en de gereformeerden (Calvinisten) in de Nederlanden.

1577 : de tweede beeldenstorm.

1577-1584 : Gent is een Calvinistische republiek.

1582 : Stichting “Het Pesthuis” van Sint-Macharius, waar besmettelijke zieken werden verzorgd. Opgericht aan ‘t Zand, waar nu de kazerne is gevestigd.

1606 : Abdij Ter Haegen of Huis der Vreugde van Maria. Gesticht in de Molenaarstraat door de vluchtende religieuzen.

1613 : toekenning van de eerste subsidie door het stadhuis voor het vervangen van een houten gevel door een stenen gevel voor het huis “De Reghenboghe” in de Belfortstraat, aangevraagd door advocaat Penneman

           Brugse Vaart. Aanvang graafwerken kanaal Brugge-Oostende.

1613 – 1617 : Abdij van Baudeloo. Was oorspronkelijk het stedelijk toevluchtsoord van een belangrijke Cisteriaanse abdij uit het Noorden van Vlaanderen.

1614 : op initiatief van de Staten van Vlaanderen ( tijdens het Twaalfjarig Bestand)  wordt een kanaal van Gent naar Brugge gegraven, dat werd doorgetrokken naar Oostende.

1615 : Galgenhuisje. Café aan de Groentenmarkt.  Was gedurende de eerste 30 jaar een vishandel.

1618 : verbod voor het optrekken van gevels in hout, alsook herbouw, herstel of herschildering van deze houten gevels. Er werd een toelage uitgekeerd voor de vernieuwing van een houten gevel naar een stenen gevel.

1648 : Verdrag (vrede) van Munster. Scheiding republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met Zuidelijke Nederlanden (Spanje) zorgt voor inactiviteit op de Schelde tot 1792.

1667 : verschijning op 01.01.1667 van het eerste nummer van het weekblad ”Ghendtsche Post-Tydinghen”, één der eerste Nederlandstalige kranten.

1671 : de “modelle” : na afschaffing van de bouwtoelage diende de bouwaanvraag voor nieuwbouw en verbouwing vergezeld te worden van een bouwplan, de modelle,  met een grafische tekening van het op te trekken pand, om een technisch en esthetisch oordeel te kunnen vormen door de schepenen van de Keure.

1690 : Gent telt 52.000 inwoners.

1740 : bevolking gedaald tot 38.000 inwoners door de vele conflicten.

1741 : De Mammelokker. Opgetrokken door David ’t Kint. Het gaf toegang tot de stedelijke gevangenis waar ook de woning van de cipier was gevestigd. De cellen zelf bevonden zich in de Lakenhalle.

1751 : schilder Filips Marissal richt de Academie voor Schone Kunsten op.

           graven van de Coupure tussen de Leie en de Brugse Vaart.

1753 : graven van de coupure op bevel van Maria-Theresia (1751) om de Vlaamse handel, die in verval was geraakt door de scheiding der Nederlanden, te doen herleven. Eveneens liet men het kanaal naar Brugge en Oostende uitdiepen en verbreden

1756 : de Gentse arbeiders doen hun beklag over de afhoudingen op hun loon, die wel worden doorgerekend aan de klanten. Met als gevolg een afname van discipline, ook te wijten aan de reglementen die voorrang moeten geven aan werklui van ‘t stad. De regering beslist tot vrije aanwerving, waarbij vreemde werkkrachten een bijdrage moeten storten ten behoeve van  de arme knechten uit de omgeving.

1786 : op 2 december vaardigt het stadsbestuur het besluit huizen te nummeren. Pas in             1793  zouden de huisnummers volledig zijn ingevoerd. De invoering van de pare en               onpare nummers werden pas tijdens de Franse periode (1795-1815) ingevoerd.

1792 : de Schelde wordt onder de Franse overheersing opnieuw open verklaard.

1800 : Lieven Bauwens wordt burgemeester van Gent. Het lukt hem een nieuwe spinmachine in losse onderdelen naar Gent over te smokkelen. De welvaart stijgt. De naburige landen nemen onze producten af. Rioleringen worden aangelegd, waterlopen uitgebaggerd en nieuwe bruggen worden gebouwd. Minpunt is wel de hoge belastingen.

1810 : de Engelsen blokkeren het Europese continent en Napoleon begint oorlogen te verliezen. Er is geen katoen meer, de fabrieken vallen stil, de lonen dalen tot de helft, de arbeidsvoorwaarden zijn afgrijselijk en gezinnen wonen in krotwoningen (Bataviawijk op de Blandijnberg).

            Aan de Zandberg pronkt een monumentale pomp voorzien van de Keizerlijke Arend van Napoleon ter vervanging van de vernielde middeleeuwse put.

1814 : in april doet Napoleon troonsafstand. Op 11 september doet Willem van Oranje als koning van het Nieuwe Verenigd koninkrijk der Nederlanden zijn intrede in Gent met verkondiging van een nieuwe grondwet met gelijkheid van godsdienst.

1815 : op het congres van Wenen besluiten de grote mogendheden (Rusland, Pruisen, Oostenrijk, Engeland,…) het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden op te richten.

1817 : Willem I verkrijgt de oprichting van een Gentse universiteit.

1825-1827 : onder koning Willem I wordt de Sassevaart  verbreed en verlengd tot in Terneuzen.

1830 : Gentse industriëlen spreken zich uit tegen een scheiding van het koninkrijk en blijven Willem I trouw, die een enorme steun is voor de industrie en aan de basis ligt van het succes van de katoennijverheid in Gent. Door het succes van een opstand in Brussel eindigt het bewind van Willem I.

            op 18 november wordt de onafhankelijkheid van België afgekondigd.

            ontstaan van de Vlaamse Beweging voor het behoud van de Vlaamse cultuur en taal.

1831 : op 07.02 wordt de Belgische grondwet afgekondigd. België wordt een parlementaire monarchie met scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

1837 : inhuldiging eerste Gentse spoorlijn Gent-Mechelen.

1845 – 1848 : aardappelziekte leidt tot hongersnood.

1846 : dood Jan Frans Willems, vader van de Vlaamse Beweging.

1847 : op 27 juni opent de Minard (de eerste Vlaamse schouwburg) in Gent haar deuren, ter bevordering van de verwaarloosde en vergeten “Vlaemsche taal en toneelliefhebbery”.

1849 : op 22 december worden 34 stakers tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld, wat meteen een einde maakt aan een staking binnen de Gentse katoennijverheid die de ganse maand november duurde.

1851 : oprichting van het Willemsfonds op 23.02 ter bevordering van de Nederduitsche tael- en letterkunde.

1853 : bouw St.-Annakerk.

1860 : aanleg Simoen de Mirabellostraat (Avenue des Princes) en de Sanderswal (Cul de sac des Princes).

1863 : het graven van de Nieuwe vaart als verbinding tussen de Brugse vaart en de Voorhaven.

1873 : oprichting Instituut voor Internationaal Recht door jurist Rolin-Jacquemyn en professor economische politiek Emile de Laveleye.

            oprichting Groot-Begijnhof van St.-Amandsberg op de gronden van Hertog van Arenberg. Op de St.-Baafskouter te St.-Amandsberg werd een nieuw onderkomen gebouwd voor de         begijntjes van het Oud-Begijnhof van St.-Elisabeth, die verplicht waren te verhuizen.

1874 : in november wordt “La Flandre Libérale” uitgegeven, een krant  voor de Franstaligen in Vlaanderen.

1877 : in april wordt de Vlaamse Socialistische Partij gesticht door Edward Anseele en Victor van Beveren.

1886 : oprichting van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.

1888 : inhuldiging “Moorke” (negertje op rotsblok van Louis Mast) ter ere van de gebroeders Jozef en Lieven Van de Velde, pioniers van Belgisch Kongo. Moorke is het negertje Sakala die Lieven Van de Velde in 1884 meebracht naar Gent en in de Ledeganckstraat school liep. Na herstel vertrok Lieven met Sakala in december 1887 terug naar Kongo om hem terug aan zijn ouders te geven. Lieven stierf er op 7 februari 1888 na ziekte.

1890 : Gent telt door de opgang van de industrie 155.000 inwoners.

            ontstaan van het socialisme door uitbuiting van de arbeiders.

1913 : wereldtentoonstelling in Gent.

1913 : oprichting Floraliënpaleis.

           bloemisten reizen tot in Rusland voor de verkoop van hun planten.

1914 : schoolplicht wordt van 12 op 14 jaar gebracht.

           Eerste Wereldoorlog.

1919 : na de bezetting heropent op 21 januari de Franstalige universiteit van Gent.

            voor een film kon je na 1919 in Gent terecht in 22 filmzalen.

1922 : massabetoging in Gent ten gunste van de vervlaamsing van de universiteit.

1923 : betoging op 28.01 in Brussel tegen de vervlaamsing van de Gentse Universiteit door de francofonen. Op 27 juli keurt de Kamer de verdere vernederlandsing van de Gentse Universiteit goed, waardoor 2/3 van de cursussen in het Nederlands en 1/3 in het Frans zal worden gegeven.

1930 : eerste colleges in het Nederlands aan de Gentse universiteit.

1934 : faillissement van de Bank van de Arbeid (Edward Anseele) op 28.03.

1935 : op 12.07 komt er een Bureau voor Werkloosheid en Tewerkstelling.

            om de werkloosheid af te remmen is men vanaf 26.07 schoolplichtig tot 16 jaar i.p.v. 14 jaar.

1937 : inhuldiging “Bron of Fontein der geknielden” (de vijf pissers) van beeldhouwer Georges Minne ter nagedachtenis van toenmalig burgemeester Emile Braun (1895-1921).

1938 : dood van Edward Anseele op 18.02, volksvertegenwoordiger en medeoprichter van de Vlaamse Socialistische Partij (1877).

1944 : op 11 april vallen in Gent 200 doden, 300 zwaargewonden en werden 3000 mensen dakloos bij zware bombardementen door geallieerde vliegtuigen.

1945 : op 29.01 is België volledig bevrijd.

1946 : wegens collaboratie met de vijand wordt gynaecoloog Frans Daels op 27.06 in Gent ter dood veroordeeld.

1967 : eerste staal in Vlaanderen.

1968 : in Gent wordt de eerste Europese longtransplantatie uitgevoerd.

1977 : Gent fusioneert met 10 randgemeenten nl. Afsnee, Drongen, Gentbrugge, Ledeberg, Mariakerke, Oostakker, St.-Amandsberg, St.-Denijs-Westrem, Wondelgem,  Zwijnaarde.

1978 : onder leiding van Karel van Miert wordt op 26.11 de Socialistische Partij gesticht.

1986 : Chambre d’Amis : een evenement georganiseerd door Jan Hoet, conservator  van het Museum voor Hedendaagse Kunst,  in een poging het museum tot bij de mensen te brengen. Daarbij ontvangen 52 Gentenaars 55 internationale kunstenaars van 21 juni tot 21 september

            eerste steenlegging op 15 april van Flanders’ Expo, een expositiehal in glas en staal      

1993 : Gent telt ongeveer 229.000 inwoners. Zo’n 8% is van vreemde nationaliteit.

Middeleeuws glossarium :

Hofstede : geheel van landbouwontginning en fiscale eenheid

Immuniteit : voorrecht voor kerkelijke domeinen waardoor koninklijke ambtenaars er geen bevoegdheid hebben

Leenhulde : akte waarbij men zich vazal bekent van een ander

Mallus : gewestelijke rechtbank

Mud : inhoudsmaat voor bepaalde stoffen waarvan de waarde naargelang de streek verandert

Procureur : leek die in vrije kerkelijke domeinen de rechterlijke, militaire en administratieve functies vervult

Provoost : kloosteroverste, tweede in rang in de kloosterhiërarchie

Standgeld : belasting die sinds de Franken geheven wordt op het transport over land of waterlopen, en hoofdzakelijk op de aan- en verkoop van goederen op kermissen en markten

Tiende : deel van landbouwinkomsten afgehouden ten bate van de parochiekerk

Vazal : vrijman, onder het gezag van een Heer (Koning), en was hem getrouwheid en gehoorzaamheid schuldig en stond hem met raad en daad bij

Vrijheden : privileges voor stedelijke of landelijke gemeenschappen die de rechten van de heer beperken en codificeren

Vrijleen : privégoed, in tegenstelling tot leengoed

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s